Vele mensen hebben de indruk dat geloven saai is en dor. En of ik hen begrijp! Er is zoveel waarheid, zoveel moraal, zoveel gepreek, zoveel levenloos ritueel. Er is zoveel wat alleen maar de hersenen aanspreekt. Zo vaak mist ons geloof schwung, spirit en warmte. Het is zo levensvreemd, iets wat op zichzelf draait: een 78-toerenplaat. Wij missen vooral het lied. Een lied dat waarheid zegt en het hart verwarmt.
Zoiets biedt Paulus ons in zijn brief aan de christenen van Filippi. Hij zingt een hoge waarheid. Een hoog lied. Als je het leest, zal je het niet meteen geloven. Het lijkt een stuk catechismus, maar dat is het niet. Het is een hymne, een lied voor koor en orkest. Te zingen door een heel volk op een groot plein. Dan pas zegt het wat het zeggen wil. Als je de verzen zingt van deze brief, dan moet je alle registers openen en zelfs fortissimo spelen: Jezus Christus is de Heer! Voor zoiets zouden alle dichters al hun talenten moeten bundelen. Het is als een finale na een lang stuk. Het zou bij alle zangers en luisteraars een ontroering wekken die bijna niet van deze aarde is.
Paulus is het type van een debat-mens, een vechter voor zijn gelijk. Hij discussieert, hij redeneert, hij argumenteert. Hij is daarin meesterlijk scherp en rigoureus consequent. Je moet van hogen huize zijn om daar iets tegen in te brengen. Zijn logica snijdt. Paulus is echter meer dan een logische machine. Hij is een gedreven en bewogen man, een gepassioneerde. Wat hij niet zeggen kan met woorden, wil hij uitzingen. Hij heeft zo zijn eigen stijl: plots begint die man te zingen. Hij zingt niet als verpozing. Nee, hij zingt zijn waarheid, een dogmatisch lied.
Hier zegt hij zingend zijn geest-driftige waarheid over Jezus. Hij zingt wie Jezus is. Hij is een mens van God, van goddelijken huize. Een mens met adellijke titels. Hij heeft echter zijn adel getoond door mens te zijn, medemens, broeder, dienstknecht. Mensen hebben Hem niet verdragen hoewel Hij hun grootste vriend was. Deze onverdraagzaamheid heeft Hij verdragen. Hij heeft het hoofd gebogen voor de koppigheid van de mensen. Dat heeft Hij koninklijk gedaan.
De hemel zingt evenwel een tegenmelodie. Dáárom, zo staat er, dáárom heeft God Hem hoog verheven. Omdat Hij bewust wijs is geweest tegen de dwaasheid in van mensen. Mensen hebben met Hem hun spel mogen spelen. Hij was niet te trots om aan mensen hun gelijk te geven. Hij wist wel beter: de waarheid van de roepers is maar even. De waarheid van Hem die deze dwaasheid heeft gehoord, zal anders zijn: deze geslagen mens zal worden gekroond. Alleen zo wordt recht gedaan. Voor deze man moet elke knie zich buigen. Wie gekruisigd heeft, wordt klein. Wie gekruisigd werd, wordt groot. Zo bouwt de waarheid haar feest. Een mens die zoveel eer verdiende en die bespot werd en verworpen, verdient ééns en voorgoed een oprecht applaus van mensen. Ondertekend: Paulus.
Inderdaad, wat is ons geloof saai als dit lied niet wordt gezongen. Kerk, zing!