'Ja' zeggen en 'ja' doen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

‘De grootste schuld van de mens is niet de zonde die hij begaat, de bekoring is immers groot en zijn kracht is klein. De grote schuld van de mens is, dat hij zich op elk ogenblik kan bekeren en het niet doet’. Dit woord van Martin Buber brengt ons direct bij het thema van dit evangelie.

Jezus heeft een zeer praktische manier om ons mensen aan te spreken. Wie van ons kan zich niet terugvinden in een van beide zonen in dit evangelie? Ofwel in die oudste zoon, die op het eerste ogenblik bereidwillig ja zegt, maar dan geen doorzettingsvermogen heeft om het beloofde te volbrengen. Ofwel in die tweede zoon, die eerst tegenstribbelt, niet wil, maar die er dan spijt van heeft, zich bekeert en het toch doet.

Eigenlijk heeft Jezus niet veel plezier beleefd aan de ja-zeggers, de schriftgeleerden en farizeeën, die geen bekering nodig hadden, maar daarom ook niet wilden binnentreden in het Rijk Gods. Hij geeft de voorkeur aan de nee-zeggers, de tollenaars en de zon¬daars, die eerst nee zeggen en die zich dan toch bekeren en doen wat de Vader vraagt. De grootste schuld van de farizeeën bestond daarin dat zij elk ogenblik werden opgeroepen tot bekering en dat zij niet wilden.

Deze ja-zeggers, die het niet doen en deze nee-zeggers die het toch doen, komen ook nog in onze tijd voor. Je mag natuurlijk niet te wit-zwart schilderen, maar ik zou dit onderscheid een beetje willen zien bij volwassenen en jongeren. De jeugd denkt gewoonlijk radi¬caler dan de volwassenen. Als een opdracht hun te zwaar lijkt, zeggen ze het eerlijk en dikwijls zo radicaal als de jongste zoon uit de parabel. Maar komt zo een nee-zegger werkelijk tot inkeer dan bestaat er hoop dat hij toch werkelijk doet wat hij niet beloofd heeft.

Volwassenen daarentegen zeggen zoals de oudste zoon van de parabel heel beleefd ja op de voorschriften en geboden, maar jammer genoeg komen hun daden dikwijls niet overeen met wat ze beloofd hebben. Jezus waarschuwt ons: zorg dat bij jullie niet het nee het laatste woord heeft. Ook als je eerst nee zegt, bekeer je dan en doe wat de Vader van je vraagt.

Men zou de vergelijking ook kunnen doortrekken naar de ‘vromen en ‘minder vromen’. De vromen zijn gemakkelijk bereid ja te zeggen. Zij rebelleren nooit, zij zien het nut van de geboden in, maar in de praktijk gaan zij de oproep tot handelen eenvoudig uit de weg, zij zeggen wel ja maar ze doen zo weinig.

De betekenis van de parabel is: God geeft de mensen de tijd. Je hoeft niet vanaf het eerste ogenblik begeesterd ja te zeggen, je mag je de tijd nemen om je te bezinnen, om je te bekeren. Maar als je tot inzicht komt en inziet wat God van je vraagt, heb dan ook de moed om Gods wil volledig uit te voeren. God heeft geduld, de mens is geen machine, die elk ogenblik kan omgeschakeld worden, de mens mag zelf zijn weg bepalen. De grootste schuld laden wij mensen op ons doordat wij kunnen omkeren en het niet doen. Jezus heeft in elk geval de wil van zijn Vader tot het uiterste volbracht. Hij heeft ja gezegd, ook toen dat de bittere kelk van het lijden betekende en Hij heeft het gedaan tot op het kruis. Wij zullen ons ja-woord alleen kunnen omzetten in de daad, als wij iets bezitten van die gezindheid die was in Christus Jezus.

Moge ons laatste woord een ja zijn op Gods wil, en mogen wij dat woord dan ook trouw volbrengen, want niet het ja-zeggen heeft waarde, maar het volbrengen van ons ja-woord.

Zoeken in Preken Online