Een man had twee zonen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Als onze Heer Jezus een boodschap voor ons heeft, waarvan hij op zijn vingers uit kan tellen dat wij er eigenlijk niet aan willen, of dat wij er in ieder geval de grootste moeite mee hebben, dan neemt hij vaak zijn toevlucht tot een parabel. Dan begint hij met: er was eens een vrouw die als een zondares bekend stond… of: er was eens een schuldeiser… of: er was eens een koning die verantwoording wilde vragen… En dan gaat het over heel moeilijke dingen: over vergevingsgezindheid, over de kortheid van het leven, over de betrekkelijkheid van de rijkdom, over de plaats van God in je leven. Kortom over dingen waar we niet aan willen, of die wij niet aan kunnen.

Vandaag ook weer. Een man had twee zonen… Het gaat over bekering, oftewel een diepgaande, ingrijpende verandering in je leven. Dat is een moeilijke zaak. Sommigen zeggen zelfs: een onmogelijke zaak.

Een mens verandert niet zo gauw, zeker niet als hij de veertig gepasseerd is. Je merkt het aan jezelf. Veranderingen verwerk je niet meer zo soepel. Verander maar eens je oordeel dat je over iemand hebt. Er moet wel heel wat gebeuren voordat je zoiets kunt. Verander maar eens je karakter. Dat lukt je gewoon niet. Iemand die tot aan vandaag een egoïst is, is dat heus morgen ook nog. Iemand die al jarenlang een dagdief is, die er de kantjes en zelfs hele bermen vanaf loopt, komt morgen echt niet vol ijver op zijn werk.

Iemand die altijd de eerste wil zijn is morgen echt niet tevreden met de laatste plaats. Iemand die vandaag nog een wrok heeft tegen iemand, heeft die morgen nog. Je houding veranderen, je oordeel herzien, je instelling wijzigen: dat gaat zo maar niet. Er moet wel iets heel schokkends gebeuren wil dat kunnen.

Jezus weet dat. Hij kent ons, Hij heeft ons door. Daarom gebruikt hij een parabel. Dat wil zeggen: hij haalt ons uit onszelf weg en zet ons op een afstand van onszelf. En dan laat hij ons naar onszelf kijken, zonder dat we in de gaten hebben dat wij het zijn. Hij laat ons zo kijken, dat we denken dat het over een ander gaat. En dan vraagt hij: wat vind je ervan? En pas als wij antwoord hebben gegeven, zal hij zeggen: maar het ging niet over een ander, het ging over jou.

Een man had twee zonen. Hij vroeg of ze wilden werken in zijn wijngaard. De eerste zei: goed, vader, ik ga al. Maar hij ging niet. Hij had een grote mond; hij was een mooiprater. Gouden beloften. Maar daar bleef het bij. De ander zei: Nee, vader. Maar later veranderde hij van gedachten. Hij ging werken.

Wie heeft jouw sympathie? vraagt Jezus. De tweede natuurlijk, niet de eerste. En dan komt de hamvraag: wie ben je zelf? Want het gaat over jou. Wie zie je in de spiegel, die Jezus ons voorhoudt? Je wilt natuurlijk de tweede zijn. Maar dan moet je wel willen veranderen. Dan moet je je oordeel over die ander willen herzien; dan moet je je houding tegenover die ander willen veranderen. En dat gaat zo maar niet. Er moet wel iets heel schokkends gebeuren, wil je je leven diepgaand veranderen. Soms gebeurt er iets schokkends in je leven. Dat kan gebeuren, zo maar, terwijl je aan het bidden bent, of in contact met het evangelie bent, of als er een plotseling sterfgeval plaats heeft, waardoor je beseft hoe broos het leven is.

Iemand die ineens besefte dat hij net zo goed over vijf minuten als over vijf jaar zou kunnen sterven, maakte het volgende gebed: Heer, geef mij nog vijf minuten voor een brief die ik nog steeds niet heb geschreven, en waardoor er in een mensenhart een leegte is gebleven. Geef mij nog vijf minuten, Heer, voor een woord dat ik nog steeds niet heb gesproken, waardoor ik in een mensenhart iets heb gebroken. Geef mij nog vijf minuten, Heer, om iets uit te praten dat ik verziekt en vol wrok heb gelaten. Geef mij nog vijf minuten voor een lach zomaar uit liefde voor elkander. Geef mij nog vijf minuten voor een traan die ik niet heb vergoten voor een ander. Maar God sprak: kom, het is tijd nu, kom. Die vijf minuten zijn nu om.

Zoeken in Preken Online