Na Jezus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem kwam het tot scherpe confrontaties met de schriftgeleerden en oudsten. De afloop kennen we. Jezus is blijkbaar zelf in het reine moeten komen met wat Hem, tot zijn eigen verbazing, overkwam: degenen tot wie Hij gezonden was, wezen Hem af, en zij die door de wet (van God!) afgeschreven waren (tollenaars, publieke zondaars en zondaressen), namen zijn boodschap aan. De korte gelijkenis van de vader met zijn twee zonen is in de eerste plaats een verheldering voor die verwarrende situatie. Die woorden hebben echter een draagwijdte die ver over de grenzen van dat moment heen reikt. Daar gaan we even op in.
Alles draait rond dit ene gebod: de wil van God doen. Daar valt de beslissing. Geloven is meer dan een christelijke overtuiging aanhangen. Misschien schuilt hier wel de verraderlijkste bedreiging van een gevestigde godsdienstigheid: mensen denken dat ze gelovig zijn, maar in hun handelen komt daar niet veel van terecht. Ze zijn ongemerkt bezig zoals de eerste zoon, die wel zegt dat hij in de wijngaard zal gaan werken, maar het niet doet.
Het omgekeerde gebeurt blijkbaar ook: er zijn mensen die zich niet tot de christelijke godsdienstigheid bekennen en toch doen wat God van hen vraagt. Jezus heeft dat zelf vastgesteld bij zijn eigen volk, en dan nog bij mensen van het laagste allooi: tollenaars, zondaars en hoeren. Zou dat alleen toen het geval geweest zijn?
Parabels gaan altijd dwarsliggen. Ze maken het ons niet gemakkelijk. Zo ook deze gelijkenis. Waarom zijn er maar twee zonen? Waarom treedt er geen derde zoon op, die neen zegt en ook daarna niet in de wijngaard gaat werken? Die zou dan tenminste één compliment verdienen: hij is consequent met zichzelf. En nu we toch het gezin aan het uitbreiden zijn: waarom is er geen vierde zoon, die ja zegt en meteen de wijngaard in trekt? Dan zouden wij, als christelijke lezers, het deugddoende gevoel hebben dat het over ons gaat.
Zo gaat het niet. Er zijn maar twee zonen. En daarmee staan we dan in het echte evangelie. Het laat ons nooit met rust, het geeft ons nooit voor honderd procent gelijk. We ‘zitten’ er altijd mee. Het strekt christenen tot eer dat ze toch niet ophouden in dat weerspannige boek te lezen.
Dit verhaal laat ook zien hoe mensen zijn. Je moet consequent zijn. Ja is ja en neen is neen. Je moet handelen vanuit je eerlijke overtuiging. Woord en daad moeten op één lijn staan. Maar in feite zijn mensen niet zo. Er zijn maar twee zonen. Geen van beiden is consequent met zichzelf. Blijkbaar steken mensen zo in elkaar. Hoe goed ze het ook bedoelen, hun handelen is vaak in tegenspraak met hun woorden. Met zulke mensen moet de Heer het werk in zijn wijngaard gedaan zien te krijgen. Met zulke mensen, want andere zijn er niet. Die vader heeft maar twee zonen.