Jaloezie, obstakel voor vrede

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Mannen schijnen te denken, dat jaloezie een typisch vrouwelijke eigenschap is. Inderdaad kan het waar zijn, dat jaloezie een sieraad van de vrouw is. Want als vrouwen niet jaloers waren zouden heel wat mannen heel wat meer knipoogjes geven aan een buurvrouw, die zoveel heeft dat hun eigen vrouw mist. Dus vrouwen zijn jaloers. En dat is maar goed ook.

Maar nu is het gekke dat je nooit een vrouw ontmoet die jaloers is. Want elke keer dat je zegt: mevrouw bent u niet wat jaloers? Dan zeggen ze: Hoe komt u erbij. Geen sprake van. Zodoende kom je tot de conclusie: mannen zijn niet jaloers, en vrouwen zijn niet jaloers. En omdat er onder de mensen alleen maar vrouwen en mannen bestaan, is er dus geen mens jaloers.

Maar hoe komt het dan dat wij het eigenlijk eens zijn met het protest van die arbeiders van het eerste uur? Want het is toch idioot dat mensen die zich kapot hebben gewerkt evenveel loon ontvangen als mensen die vlak voor sluitingstijd nog een uurtje hebben gewerkt? Is dit protest nu jaloezie, of is het gewoon rechtvaardigheidsgevoel?

Wij worden eigenlijk schaakmat gezet door die vraag van Jezus, die eigenlijk geen vraag is: ‘Ben je boos omdat ik goed ben?’ Ons antwoord is: ja.

Maar is dit dan jaloezie?
Wat is jaloezie? Jaloezie is het geluk willen hebben dat voor een ander bestemd is. Maar dat lukt je natuurlijk niet, want het is voor die ander. Of, om het wat gewoner te zeggen: iedere mens is uniek. Niet één mens is gelijk aan de ander. En zo is ook niet één mensenleven gelijk aan dat van een ander. En nu heeft ieder mensenleven zijn eigen weg, zijn eigen doel, en zijn eigen geluk. En iedere weg, en ieder doel, en ieder geluk is even belangrijk.

Maar wat hebben wij gedaan? Wij hebben rangen en standen uitgevonden. Wij hebben het woord ‘carrière’ uitgevonden. En nu gaan wij vergelijken. En vergelijkend vinden we een chirurg meer dan een patiënt; en een priester meer dan een leek, en een verpleegster meer dan een werkmeisje. En zo vergelijkend vinden we dat een ander het beter heeft dan wij.

En dan proberen we het geluk van een ander te pakken. Wat natuurlijk niet lukt, want dat geluk hoort bij het leven van die ander. En dan wordt jaloezie kwaadaardig. Als wij het levensgeluk van die ander niet kunnen bereiken, dan zullen we zorgen dat het die ander ook uit handen wordt geslagen. En intussen missen we ons eigen geluk, want we vergeten daar naartoe te gaan. En zo wordt jaloezie het obstakel voor de vrede.

Mannen denken dat alleen vrouwen jaloers zijn. En vrouwen zeggen dat ze nooit jaloers zijn. En zo is niemand jaloers. Maar dan heeft de jaloezie vrij baan. Want in feite zijn wij het allemaal. En zo komt er nooit vrede. Totdat we allemaal tot de ontdekking komen dat we uniek zijn en ons eigen levensgeluk hebben, dat onvergelijkbaar is met dat van een ander. En dan zijn wij niet boos meer omdat God goed is.

Zoeken in Preken Online