Onrechtvaardigheid

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Een vriend van mij is mede-eigenaar van een grote handelszaak. Met de parabel van de werkers van het elfde uur heeft hij het ontzettend moeilijk. ‘Breng ik in mijn bedrijf gedurende een week dat stuk evangelie in praktijk, dan ben ik bankroet,’ zegt hij. Daarin heeft hij allicht gelijk. Ik heb hem dan ook sterk afgeraden wie maar één uur gewerkt heeft evenveel te betalen als wie een hele dag gewerkt heeft. Hij ging meteen akkoord. Ik heb hem ook nog gezegd dat hij God niet is - maar dat wist hij al.

De man vergist zich. Hij denkt dat het evangelie altijd gaat over wat wij moeten doen en dat het hier een lesje geeft in zakendoen. Dat komt omdat hij achteloos over het eerste zinnetje heen heeft gelezen: ‘Met het koninkrijk der hemelen…’ staat er. Dit is in het Rijk Gods, daar waar God ten volle Heer is. Dit verhaal gaat niet over het runnen van een handelszaak en ook niet over sociale moraal, al is er wel sprake van een werkgever en werknemers, van werkloosheid en loon. Dit is een parabel die ons duidelijk wil maken hoe God met ons te werk gaat. Dit gaat niet over wat wij moeten doen, maar over datgene wat God met ons doet.

Hij roept wie Hij wil en wanneer Hij wil. Hij sluit telkens een overeenkomst: ‘Ik zal betalen wat billijk is.’ Naar de sociale normen van die tijd is een denarie per dag een goed loon. Iedere werknemer gaat meteen akkoord. Tussen het elfde en het twaalfde uur is iedereen aan het werk.

Alles komt aan op die scherpe confrontatie op het einde. De eigenaar had die nochtans kunnen vermijden door bijvoorbeeld de werkers van het eerste uur eerst uit te betalen. Die zouden dan ‘in den Here gerust’ naar huis zijn gegaan. Maar blijkbaar wil die eigenaar dat er miserie van komt. Daar stuurt de parabel duidelijk op aan.

Als er tenminste nog onrechtvaardigheid in het spel was! Maar dat is niet zo. De overeenkomsten worden keurig gerespecteerd. Zo komt de aanstoot van de parabel pas goed op ons af. Iets in ons verzet zich tegen het feit dat God zich niet strikt houdt aan de eisen van de rechtvaardigheid, maar ze overtreft. Hij blijft niet onder de maat van de rechtvaardigheid, Hij overtreft ze. We blesseren ons aan de mateloze goedheid van God. Wij zijn kwaad omdat Hij té goed is. Dat is ontnuchterend.

Toch bestaat er een middel om die aanstoot te incasseren. Dit verhaal gaat over Gods omgang met ons. Daarin overtreft Hij de eisen van de rechtvaardigheid door mateloze goedheid. Maar doet Hij dat echt niet met jou en mij? Wij rekenen onszelf spontaan tot de arbeiders van het eerste uur, wellicht omdat we van kindsbeen af christenen zijn. Maar zijn wij ook werkers van het eerste uur? En heeft God tegenover ons alleen maar de eisen van de rechtvaardigheid gerespecteerd? Heeft Hij aan ieder van ons eigenlijk niet veel meer gegeven dan wat strikt rechtvaardig is? Waarom zijn we dan kwaad tegenover zoveel goedheid?

Zoeken in Preken Online