25e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Jesaja herinnert aan het Evangelie van vorige zondag: ‘De ongerechtige moet zijn weg verlaten; hij moet terug naar onze God, die altijd wil vergeven. Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen - is de godsspraak van Jahwe’. Petrus’ gedachten over verzoening en vergiffenis waren niet Gods gedachten. Hij was bereid tot zeven keer te vergeven. Jesaja zegt dat God altijd wil vergeven.

Het evangelie voor vandaag is hiervan een echo. Het spreekt niet over verzoening maar over beloning, over verdienste, over inspanning, arbeid en loon. Ook hier zijn Gods gedachten niet de onze. Ook hier overstijgt Hij hemelhoog onze aardse manier van denken.

De parabel is een echt schandaal. Aan wie de hele dag gewerkt heeft betaalt de eigenaar van de wijngaard niet meer dan aan wie enkel het laatste uurtje nog mee plukt. Het is volkomen normaal dat de eersten ‘meenden dat ze meer zouden krijgen’. Ook zij krijgen echter de overeengekomen denarie. In de uitbetaling van die denarie ligt een eerste hint om het schandaal af te zwakken. Vooreerst is voor een denarie overeengekomen. De wijnbouwer is dus niet onrechtvaardig. Hij is bovendien eerlijk in de overeenkomst zelf: een denarie was het gebruikelijke dagloon. Er was eerlijk overeengekomen, er wordt rechtvaardig betaald.

Maar het schandaal blijft. Het verschil in de inspanning is te groot. Er is geen verhouding tussen inspanning en beloning. Er moet loon naar werk zijn. En dat is niet opgelost. Om ook deze ergernis op te lossen is een andere sleutel nodig. De ergernis over de rechtvaardigheid is opgelost. De ergernis over de goedheid blijft. De proportie tussen werk en loon is er voor wie de hele dag gewerkt heeft, maar niet voor wie alleen het laatste uur werkte. Er is niet te weinig gegeven aan de eersten. Er is te veel gegeven aan de laatsten. In die zin is er geen proportie. Dit is het wat verdere ergernis verwekt.

Eens te meer gaat het om de fundamentele ergernis die Jezus wekt met zijn leer over Mozes’ Wet, zo in tegenstelling met de leer van de andere joodse leiders uit zijn tijd.

De tweede hint om de parabel te begrijpen, die het schandaal helemaal wegneemt, die het evangelie zelf leert begrijpen, die laat zien hoe Jezus Gods gedachten uitlegt en niet die van de mensen, die Gods woord niet verstaan of niet willen verstaan, ligt erin te zien dat Gods gedachten over de liefde die van de mensen over de rechtvaardigheid niet ongedaan maken maar oneindig overstijgen, ‘zoals de hemel hoog boven de aarde is’.

Want de wijnbouwer is God. De werkers van het eerste uur zijn de joden, die Gods woord reeds eeuwen lang kennen. De werkers van het laatste uur zijn de heidenen, die nu pas Jezus’ woord horen en evenveel krijgen als de werkers van het eerste uur.

Ze krijgen evenveel want ze krijgen allen, de eersten en de laatsten, hetzelfde: ze krijgen allen alles, zoals de kinderen van twee zondagen geleden. Meer kan God niet geven. Hij geeft zichzelf, zijn liefde, die gelijk staat met het dagelijks brood, het dagloon, de denarie, dat wat voldoende is om dagelijks te weten dat God ‘s anderendaags weer zijn liefde zal geven.

Wie daarvan leeft, wie zo de parabel leest, hem kan het niet schelen of hij veel of weinig heeft moeten werken. Integendeel, hij is gelukkig ‘veel’ te kunnen doen als tegenprestatie voor de hem geboden liefde, die zijn inspanning, groot of klein, oneindig overstijgt en die hem overtuigt om, zoals de bergrede aanspoort, met de zorgen voor morgen tot morgen te wachten. ‘Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen’.

De bergrede leert ook in dezelfde gezindheid bidden: ‘Onze Vader die in de hemel zijt, geef ons heden ons dagelijks brood’. Meer vraagt de leerling niet. Meer kan hij ook niet vragen: wie zo bidt, vraagt en krijgt iedere dag alles.

Wie in die logica van Gods liefde niet intreedt neemt de ergernis van de parabel nooit weg. Wie er wel intreedt ervaart die van de anderen, zijn dagelijks brood wordt hem niet ontnomen.

Zoeken in Preken Online