Voor mensen van hetzelfde uur

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Het verwondert mij telkens hoe men deze eeuwenoude parabel uit het evangelie gemakkelijk kan toepassen op de actuele situaties van onze tijd.

De arbeiders van het elfde uur. ‘s Avonds rond 5 uur zitten ze nog aan de bron te wachten op werk. Zij zijn zeker somber gestemd omdat ze niet weten waarvan ze vandaag nog zullen kunnen eten. Een denarie per dag was immers nodig om het levensnoodzakelijke voor een gezin te kunnen kopen. Daarom zei die man ook dat hij zou geven wat billijk was. ‘t Werd 5 uur en eigenlijk was er geen hoop meer, geen werk hebben betekende geen brood hebben. En dan komt er toch iemand die hun verwonderd vraagt: Hoe is het mogelijk dat ge hier heel de dag door werkeloos gestaan hebt? Ze zeiden: Niemand heeft ons aangenomen.

‘Niemand heeft ons aangenomen,’ is dat op de dag van vandaag ook geen klacht van tienduizenden in ons land die vruchteloos naar werk zoeken? Niemand kan hen nog gebruiken: ze zijn te oud, ze hebben niet het juiste diploma… En dan kun je verwonderd zijn over de lange bladzijden in de zaterdaguitgave van de kranten met ‘werkvolk gevraagd’. Vaak is het alleen een propagandastunt, ofwel zoekt men jonge veelzijdig gekwalificeerde krachten, maar voor de werkers van het elfde uur, vergeet het maar, niemand heeft hen nog nodig.

Als deze parabel dan spreekt van ‘gaat ook gij maar naar mijn wijngaard,’ dan bedoelt men hier schijnbaar meer ideale dan reële verhoudingen, waar iemand op de uitkijk staat van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en iedereen die op de markt komt werk geeft. Niemand van hen moet ‘s avonds het gevoel hebben van ‘ik ben een nietsnut,’ want niemand heeft mij vandaag nodig. Niemand moet er zijn dagelijks brood aannemen als een aalmoes van het OCMW, maar iedereen mag het gelukkig gevoel hebben: ik heb het zelf kunnen verdienen.

Die ideale verhoudingen kunnen wij hier op aarde moeilijk scheppen, maar wij kunnen er toch allemaal het onze toe bijdragen dat wij ze een beetje kunnen benaderen, als wij ook aan iedereen zouden willen geven wat billijk is.

‘Gaat ook gij in mijn wijngaard’, deze oproep geldt voor iedereen van ons. Niet alleen voor hen die al vroeg in de morgen van hun leven geroepen zijn, maar ook voor de arbeiders van het elfde uur. Dat klinkt bemoedigend: of je nu kind bent of een bejaarde, een universitair geschoolde of een handlanger, een gezonde of een mindervalide. Je hoort erbij, je kunt nog iets doen, je bent van tel. De wijngaard betekent de wereld, onze omgeving, onze parochie. Concreet wil dat zeggen: ga naar je gezin, ga naar je bedrijf, ga naar je collega’s en zet je daar in. Daar ben je nodig. Wees bijzonder attent voor hen die niemand kan gebruiken, die zijn blijven steken, die op de arbeidsmarkt als nutteloos gelden. Dikwijls zal dat heel moeilijk zijn, je zult je zelf ook vaak als onnuttig voorkomen, als iemand die zijn tijd verliest.

Je zult direct merken dat je heel andere maatstaven moet aanleggen. Het gaat niet meer zoals bij God om gerechtigheid, maar om barmhartigheid, niet meer om verdienen maar om menselijk te leven. Liefde kun je immers niet verdienen, die kun je alleen schenken, verder schenken. Bovendien speelt het geen rol meer of ik een werker ben van het eerste of het laatste uur. Geweldig vind ik het wel dat je bij God nooit te laat komt om nog te beginnen.

Zoeken in Preken Online