Vijf voor twaalf

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

God heeft blijkbaar een VDAB, een bureau voor arbeidsbemiddeling. Hij zoekt arbeiders voor zijn wijngaard. Daar is zeer veel over te zeggen. Volgens de parabel is God een wijngaardenier. Hij zoekt medewerkers om in zijn wijngaard te werken. Anders gezegd, Hij heeft plannen met de wereld. Hij roept mensen op om de aarde leefbaar en bewoonbaar te maken. Zo gezien is er niets speciaals aan de hand. Het is allemaal nogal zakelijk. Zou het wellicht om iets anders gaan? Niet alleen over God als werkgever?

Dat God plannen heeft met de wereld, dat houden we vast. Maar wie roept Hij daarvoor? Alle mensen? Dat is de hele vraag. Er is sprake van het derde, het zesde en het negende uur en het elfde uur. Dat staat er niet voor niets. Daar hangt een hele geschiedenis aan vast. Letterlijk. Volgens Matteüs en de hele joodse traditie is God met Israël begonnen. Zij waren de eerst geroepenen. Meteen weet je al welke vraag er volgen zal: mogen de anderen ook geroepen worden? Mogen die er ook bij?

De kwestie toen was of de heidenen, die van over de grens, die van Samaria en Galilea, van Tyrus en Sidon er ook bij mochten. Dat waren de zogezegde arbeiders van het zesde en het negende en het elfde uur. Rekent God op één volk of op alle volkeren? Zo gezien gaat het hier niet om een sociaal of een syndicaal probleem. Het gaat om een religieus probleem: hoe werkt God, hoe gaat Hij met mensen om? Van welke mensen verwacht Hij iets? Wie wil Hij bereiken? Of nog eenvoudiger gezegd, mag Hij van alle mensen houden? Zullen de oude getrouwen van het derde uur dat wel verdragen? Zullen de autochtonen dat wel verdragen? Er is méér dan één parochie waar dit problemen geeft. Het evangelie gebeurt niet ver van ons bed.

Ten tijde van Matteüs was daar zeer veel over te doen. De vraag was toen: wie is de echte erfgenaam, wie de echte opvolger? Het kan toch niet zijn dat het die inwijkelingen zijn, die christenen, die sekte? Dat kan toch niet? Die van het elfde uur? En die krijgen evenveel? Dat kon niet en dat mocht niet. Dat was toen de vraag.

Op deze vraag geeft de parabel een antwoord: iedereen wordt even sterk geroepen om werknemer te zijn! Het gaat niet om een recht of een voorrecht. Het gaat om een opdracht: iedereen kan Gods werknemer worden. Iedereen wordt geroepen tot inzet en dienstbaarheid, want God wil de aarde van iedereen en voor iedereen.

Het pikante aan heel deze story is, dat wij, christenen, toen van het elfde uur waren. De lift zat vol met joden. Jezus vond dat de lift nog een paar keer open moest. Op elke verdieping stonden immers wachtende mensen. Op elke verdieping drukte Hij op de knop: welkom. Wij waren toen de laatsten die mee mochten. Het was voor christenen toen vijf voor twaalf. Het heeft niet veel gescheeld of er was voor ons geen plaats in de (herberg)lift. Staan er vandaag ook geen wachtende mensen aan de lift?

Als wij ze niet binnenlaten, is het vijf voor twaalf voor hen.

Zoeken in Preken Online