Uit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid is dit een misselijk verhaal. Een geschiedenis die zo onfatsoenlijk in elkaar zit dat je automatisch denkt: wat zou ik raar staan te kijken als met een héle dag hard werken niet meer verdiend zou hebben, dan iemand die net voor sluitingstijd is aan komen zetten. Wat zou ik me genomen voelen als ik dan nog achteraan zou moeten aansluiten bij de uitbetaling. Als ik dan ook nog zou moeten toekijken hoe mensen vóórgaan die nauwelijks gewerkt hebben. Wat zijn dat toch voor vreemde denkpatronen die de oude schriftuur er hier op na houdt?
Is dat nu alleen maar een bevestiging van die woorden uit de eerste lezing waar stond: ‘Gods gedachten zijn nu eenmaal geen mensengedachten’, en moeten we het daar dan maar mee doen? Of kan duidelijk gemaakt worden wat Jezus ons daarmee zeggen wil aan ons die in zijn Naam hier bij elkaar zijn?
Laten we dit overwegen. Op de eerste plaats zullen we moeten begrijpen dat wat hier door hem verteld wordt geen plaatje is van onze moderne sociale rechtvaardigheid. Het is geen voorbeeld voor onze arbeidsverhoudingen. Die wijngaard is niet een of ander château in Frankrijk, met seizoenarbeiders. Het is de samenleving door God bedoeld.
En wat wordt daarvan dan gezegd? Er wordt gezegd dat er naast onze ruilrechtvaardigheid nog iets veel groters is. Iets wat in de Schrift ‘gerechtigheid’ heet. Gerechtigheid: dat is iets wat veel dieper gaat dan de verdeling van geld of goed, dieper dan onze sociale rechten en plichten. Gerechtigheid: dat is iets wat op de eerste plaats Gods bedoeling met ons aangaat en daarin hoe wij met onze medemensen en de wereld moeten omgaan. Gerechtigheid dat is: dat ik precies op die unieke plek terecht ben gekomen waar ik kan zijn zoals God mij bedoeld heeft.
En nu komt het punt waar Jezus in zijn parabel heen wil. Wanneer wordt het een mens nu duidelijk dat hij of zij op zijn rechte plaats in het geheel gekomen is? Natuurlijk zouden wij dat dan graag precies willen weten, maar uit alles blijkt dat daar geen tijd voor staat. Het kan vroeg of laat zijn dat we onze weg vinden. God werkt met een klok zonder wijzers. Het kan 9.00 uur of 15.00 uur zijn. Dat is voor niemand hetzelfde. Je kunt ook nooit zeggen: ik was het eerst dus ik heb meer rechten, want elke plaats is uniek. Daarmee trekt Jezus één van de angels uit die in elke gemeenschap verborgen zitten. Dat verschil dat er zijn moet volgens sommigen, die privileges die mensen tegen elkaar opbouwen. Dat wordt hier in Jezus woord ontzenuwd.
Daarom wordt hier ook met zoveel nadruk door hem gezegd dat het om één denarie voor ons allemaal gaat. Waarom? Omdat we ook hier moeten afstappen van onze moderne denkwijze van winst en verlies, van tijd is geld. Omdat we ons even moeten verplaatsen in de oudheid waarin iedereen wist wat een denarie was, een dagloon genoeg om inderdaad één dag onbezorgd te leven. Wat Jezus hiermee aan ons doorgeeft is dit: leven op jouw of mijn unieke plek, daar is maar één beloning voor: dag voor dag, jullie eigen geluk. Daar worden geen hoge lonen uitbetaald. Dat wordt ook niet onderbetaald. Dat is niet meer of minder dan de hoogste kwaliteit: precies datgene wat genoeg is om deze dag gelukkig te zijn: vrede te hebben met jezelf, weten dat je in Gods hand bent, zonder angst verbonden zijn met je naasten, kunnen genieten van de aarde, zonder roofbouw te plegen op de schepping. Dat is de hoge beloning die de Machtige op de juiste tijd aan ieder van ons wil geven.
Wij leven in een wereld waarin deze kostbare gedachten van God nauwelijks tellen. Wij leven in een wereld waarin soms alles om geld lijkt te draaien. Er zijn mensen genoeg bij wie hun hele leven staat of valt met verdienen, met winst of verlies. Jezus zegt: de klok wijst het niet precies aan, maar ook voor hen komt het moment dat zij begrijpen dat dat schijn is. Het moment waarop het leven hun niet meer uitbetaalt dan er voor geld te koop is. Geluk is nergens te koop. Laat ons dat eenvoudige unieke leven proberen te waarderen dat ons door God elke dag geschonken wordt. Een groter geluk bestaat niet, dan dat we dit licht door de mist van het zelfbehoud laten schijnen. Laten we op die klok zonder wijzers letten. Blij zijn met de ene kostbare denarie die ons levensgeluk is.