Anders leren denken

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Sommige uitspraken zijn zo lang leidraad geweest van menselijk handelen dat ze bijna heilig zijn geworden. Niemand durft aan zo’n uitspraak te tornen. Eén van die principes is: “Loon naar werken.”
In de parabel van de wijngaardenier wijst de landeigenaar dat principe van loon naar werken absoluut van de hand. Hij doet dat niet stiekem, hij zegt niet tegen de laatstgekomenen: “Praat er nu niet over, maar jullie krijgen evenveel.” Nee, heel uitdrukkelijk onder de ogen van de anderen geeft hij de laatsten evenveel als de eersten. Niet handelend volgens het principe van ‘loon naar werken’, maar handelend naar de gedachte dat elk mens op deze aarde ruimte van leven moet hebben.

De eigenaar van de wijngaard komt met de arbeiders overeen dat hij hen één zilverstuk als dagloon zal geven. De arbeiders gaan akkoord. Het is een eerlijk loon. Mooier kan het niet. De arbeiders zijn betrokken bij de loonsbepaling. Er wordt goed gewerkt, de baas houdt zich aan de gemaakte afspraak en het loon wordt prompt op tijd uitbetaald. Maar dan komt die verrassende wending. De opzichter moet, op last van de eigenaar, het loon eerst uitbetalen aan de laatstgekomen werkers. Daarmee komt het overeengekomen loon in een ander daglicht te staan. Wat eerst recht was, lijkt nu het grootste onrecht. Waarom de laatsten evenveel als de eersten? Ieder normaal denkend mens kan begrip opbrengen voor de ontstane wrevel. De opzichter had het toch anders kunnen aanpakken. Maar blijkbaar moet alles in de openbaarheid, opdat recht en onrecht opnieuw bekeken worden en wel door ons.

“Ga anders denken”, zegt de landeigenaar tegen die van het eerste uur. Probeer in te zien wat voor iedereen belangrijk is om vandaag een onderdak te hebben, om vandaag eten te hebben, vandaag werk te hebben. Hij zegt ook nog dat ongelijkheid van inkomen allerlei ander soort van ongelijkheid met zich meebrengt. Ga anders denken, kijk eens op een nieuwe manier tegen jouw werkelijkheid aan en tegen die van je buurman of buurvrouw. Ik hoor uit het evangelie deze vraag: wat is nou erger, de lasten van de dag dragen en de hitte, maar wel mogen meedoen in het proces van arbeid en vorm kunnen geven aan jouw wereld, of aan de kant staan en niet meer meetellen? Geïsoleerd worden, stukje bij beetje? Niemand die nog op je rekent, wat is nou erger?
De werkers van het eerste uur, dat is duidelijk. En wie anders zijn zij dan wij, die loon naar werken willen. En tot op de dag van vandaag gaat dat zo: wij hebben recht op onze welvaart, want wij hebben ervoor gewerkt! Het evangelie daarentegen zegt, bij monde van de eigenaar van de wijngaard: is dat nou zo vanzelfsprekend, moet de werkloze nu dubbel worden gepakt? Geen werk en geen eten en geen onderdak.

Ga nou toch eens anders denken. Is onze inkomensdeling, die geweldige ongelijkheid, is dat nu zo’n succes? Meer werk, meer loon. En welk werk dan, een chirurg meer, vele malen meer, dan een buschauffeur? Is dat nou zo helder, zo inzichtelijk? De parabel van vandaag lijkt een pleidooi te houden: genoeg om voor te leven, alstublieft voor iedereen. Alles is van God, die aan de eersten evenveel wil geven als aan de laatsten, die aan de mensen ginds evenveel wil geven als aan ons de werkers van het eerste uur hier. Waarom maakt zijn goedheid ons boos? Is zogenaamd onrecht belangrijker dan de levenskansen van onze buurman? De Schrift nodigt ons uit om na te denken over allerlei verschillen tussen mensen en hoe we die stukje bij beetje kunnen wegwerken. Misschien kunnen we deze week elkaar leren om anders te denken. Kan er, wat niet zo vanzelfsprekend is, misschien onder ons aandacht groeien voor vrijwilligerswerk of die hele eenvoudige burenhulp van vroeger, zomaar, voor niks? Er is werk genoeg, maar dat wist u al.

Zoeken in Preken Online