In het begin van de bijbelverhalen wordt verteld dat Kain zijn broer Abel doodsloeg uit jaloezie. Als God hem dan vraagt waar zijn broer is, reageert Kain met: ben ik dan mijn broeders hoeder? Hij was dat zeker niet, maar het is wel Gods bedoeling dat wij dat voor elkaar zijn. Je kunt niet zomaar zeggen: ik heb niets met de anderen te maken, ze moeten zelf maar zien wat ze wel of niet doen. Nee, we zijn allemaal een beetje verantwoordelijk voor elkaar. Die verantwoordelijkheid kan natuurlijk op allerlei manieren gestalte krijgen. Het kan bestaan in zorg en aandacht voor degenen die het moeilijk hebben, voor armen, voor eenzamen, voor zieken. Het evangelie van vandaag geeft een bijzondere vorm aan: onze verantwoordelijkheid jegens mensen die verkeerd gehandeld hebben. “Als uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht.” Die vorm van verantwoordelijkheid voor de ander ligt heel moeilijk. Het is een opgave die we echt niet altijd volbrengen of zelfs kunnen volbrengen. Vaak is het een ver van mijn bedshow: een bericht in de krant of op de televisie. Vaak wassen we onze handen in onschuld en zeggen, misschien wel eens te snel: daar heb ik niets mee te maken. In heel veel andere gevallen zijn we juist heel goed in het uitsteken van een beschuldigende vinger: Anderen terecht wijzen, anderen op hun vingers tikken, dat is niet zo moeilijk. Dat wordt ook veelvuldig gedaan. Maar dat is niet de boodschap van het evangelie: daar staat: wijs hem onder vier ogen terecht. M.a.w. hang het niet meteen aan de grote klok, roep het niet meteen over de daken. Hou het stil. En als een persoonlijk gesprek niet helpt, probeer het dan met een paar anderen, en dat is in wezen hetzelfde: niet meteen dingen in de openbaarheid brengen: ga eerst met elkaar praten, ga naar elkaar luisteren. Waarom die zo voorzichtige en behoedzame houding? Ik denk dat er twee redenen zijn. Je moet het de mens die verkeerd gehandeld heeft, niet onnodig moeilijk maken zijn leven te beteren. Hoe neer iets in de openbaarheid gebracht wordt, hoe meer mensen weten: dat is een verkeerde, hoe minder hij de kans krijgt weer een ander mens te worden. Als het gaat over criminelen hoor je vaak zeggen: ze moesten veel zwaardere straffen geven: veel langer de gevangenis in. Maar we moeten wel dit bedenken: er komen maar weinig mensen beter uit de gevangenis, de meesten komen er slechter uit. En die er beter uitkonen, zijn toch meestal voor hun leven getekend en is het voor hen heel moeilijk weer een normaal leven te leiden. Maar er is nog een reden om heel voorzichtig om te gaan met mensen die in onze ogen verkeerd gehandeld hebben. We veroordelen iemand op zijn daden, op de buitenkant maar wat weten we van zijn binnenkant, wat weten we van de omstandigheden. Een persoonlijk gesprek is natuurlijk lang niet altijd haalbaar, ergens jammer genoeg, want heel vaak zou uit een openhartig persoonlijk gesprek kunnen blijken dat het verkeerde van die ander best meevalt, of dat er verzachtende omstandigheden zijn. Als je weet hebt van de achtergronden, wat er allemaal aan vooraf gegaan is, waarom iemand tot zo ’n daad gekomen is als die ander de kans zou hebben ons zijn verhaal te vertellen, in een persoonlijk gesprek, ik ben ervan overtuigd dat we dan in heel veel gevallen veel en veel milder zouden zijn in ons oordeel. Iemand veroordelen, iemand afschrijven is gemakkelijk genoeg en het gebeurt in onze samenleving ook regelmatig. Maar een stuk zorg hebben voor degene die verkeerd gehandeld heeft, zeker als je zelf ook nog het slachtoffer ervan bent, dat is een bijna onmogelijke opgave. Ook hier hebben we echter te doen met het grote gebod van de liefde. Liefde voor elkaar, verantwoordelijkheid voor elkaar: het begint eigenlijk met mildheid in je oordeel, in je bereidheid verder te kijken dan de buitenkant, in je openstaan voor het goede dat in elke mens aanwezig is. Als we dat met zijn allen wat meer zouden kunnen opbrengen, zou de samenleving er al een stuk beter van worden.
23e zondag door het jaar A (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen