23e Zondag A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Als mij één ding is bijgebleven van de Wereld Jongeren Dagen (WJD), is het wel de grensoverschrijdende saamhorigheid onder de deelnemers. Zet een groepje voetbalsupporters bij elkaar - zelfs als ze van één en dezelfde club zijn, weldra gaat het mis. Maar 800- tot 900.000 katholieke jongeren op een kluit levert, zo blijkt, geen enkel probleem op. De reis die ik medegeorganiseerd had en waarmee ik derhalve meegegaan was, was de bootreis van de bisdommen Haarlem en Rotterdam. U hebt ons vast op de televisie gezien: over de Rijn voeren we in drie dagen naar Keulen en daar lagen we een week aan de kade. Ook hier gold: de boot was eigenlijk wat te klein voor het accommoderen van 550 deelnemers en toch is er geen enkele keer ruzie of ernstige spanning geweest. Zo krijg je wel een heel ander beeld van “de jeugd van tegenwoordig” waarover zoveel geklaagd wordt.
Wij hadden waarlijk een voorbeeldige groep: een eenheid, bereidwillig om zich aan te passen aan steeds veranderende situaties en met de wil om naar elkaar te luisteren. Want dat is een vereiste wanneer je met elkaar samenleeft, of het nu is op een overvolle boot of in een land dat vol mensen is of in de Kerk: dat je luistert naar elkaar en elkaar probeert te verstaan. Precies het tegenovergestelde gebeurt in het boek Job. De afgelopen weken is hier gelezen hoe Job en zijn vrienden elkaar niet verstaan [bijv. Job 18,2. 19,7a. 21,2v]. En in plaats van dichter naar elkaar toe proberen te groeien, verharden zij in hun eigen standpunten.
De Kerk en heel de wereld is door God bedoeld om een harmonieuze eenheid te zijn [Gn 1,28. W 9,2v. Joh 17,20vv. 1Pe 3,8v etc.], waarin we oog hebben voor elkaar en met name voor hen die minder sterk en vermogend zijn dan jezelf [Jak 2,1-13 etc. ook 1Pe 3,7]. Maar ofschoon we mensen zijn van goede wil, lukt dit niet altijd. Op zo’n boot tijdens de WJD is het nog wel te overzien en omdat je een duidelijk gemeenschappelijk doel hebt, is er een verbazingwekkend grote eensgezindheid. Maar in de grotere geloofsgemeenschap waarin we soms voor moeilijke beslissingen staan, wordt dit al ingewikkelder: verschillende visies en belangen, persoonlijkheden die botsen, mensen met hun trots, hun angsten en hun gevoeligheden. Het is niet overbodig dat Jezus ons vanmorgen een spoedcursus conflictbeheersing geeft.
Een paar dingen vallen daarbij op. Deze zijn zo opmerkelijk omdat het er in het dagelijkse leven dikwijls zo anders aan toegaat. Wanneer er een conflict is in je familie, je vriendenkring, onder je collega’s of ook binnen een parochie, komt het maar al te vaak voor dat we met verscheidene mensen erover praten behalve met degene die het betreft. We zoeken medestanders, klagen steen en been, bekritiseren de ander , maar stappen dikwijls niet op degene af met wie we het probleem hebben. Van Godswege wordt ons aangezegd dat je eerst maar eens onder vier ogen erover moet gaan praten. Welbeschouwd is dit niet vergezocht. Gods wijsheid is blijkbaar niet iets heel gecompliceerds; ze ligt hier zelfs voor de hand. En kom je er samen niet uit, haal er dan (ieder) iemand bij die je vertrouwt. Niet om de ander onder druk te zetten of te bedreigen, maar voor een second opinion, om een ander perspectief te krijgen, om je blik te verruimen; want misschien zit je zelf wel op een verkeerd spoor. Kom je er dan nog niet uit, leg het dan voor aan de grote groep - en dat is dus iets anders dan het aan de grote klok te hangen [Mt 18,15-17]. “Wil diegene dan nog niet luisteren,” zegt Jezus, “beschouw hem/haar dan als een ongelovige of een tollenaar” [Mt 18,17]. En we weten hoe barmhartig en geduldig Jezus met ongelovigen en tollenaars bleef omgaan… [Mt 9,9-13. Lk 19,1-10]
Dit is zo een andere weg dan het elkaar in stilte veroordelen en de ander vermijden zodat je voortaan niets meer met hem/haar te maken hoeft te hebben. Eveneens is het een andere weg dan dewelke mensen gaan die wel weten dat zij alleen het gelijk aan hun kant hebben en dit anderen door de strot proberen te duwen. Gehoorzaamheid impliceert hoor en wederhoor. Als er een probleem is binnen de geloofsgemeenschap, zoek je broeder of zuster op: in het geloof in Christus zijn we immers allen als gelijken [Gal 3,28], broers en zussen met één en dezelfde Vader [Ef 4,1-6].
Mensen die op eigen houtje dingen proberen op te lossen en “het zelf wel uitzoeken” of die zonder anderen zoeken naar wat ze nodig hebben, gaan dikwijls over lijken - en dat geldt echt niet alleen voor de ‘grote’ wereldleiders; iedere mens heeft van tijd tot tijd oogkleppen op [cf. Rm 1,21. Ef 4,17v]. Jezus wijst daarom mensen de weg naar elkaar, want op deze weg laat God Zelf Zich ontmoeten. In goede tijden weten de meesten die weg naar de ander wel te vinden [Si 6,8]; een feestje vieren kun je niet alleen. Echter, ook als je een probleem hebt met een medemens, zoek elkaar op! En niet alleen als er een probleem is; ook bijv. als je iets nodig hebt, van elkaar of van God, kom samen! [Mt 18,19] Want waar er twee of drie verenigd zijn in Zijn Naam, is Hijzelf in ons midden [Mt 18,20], verzekert Hij ons.
De vraag aan wiens kant God staat, wordt dan ontmaskerd als een verkeerde vraag, omdat je je realiseert dat God te midden van ons is, als Degene Die ons samenbindt en samenhoudt. De zekerheid dat God aan mijn kant staat en niet met de ander is, blijkt onwaar, omdat wij God niet bezitten; God is veeleer Degene Die tussen ons in staat en ons schenkt aan elkaar, zodat de een tot de ander kan zeggen: “Jij bent voor mij een geschenk van God, een gave Gods.”
Jongeren die samenkwamen voor de WJD in Keulen wijzen ons hierin de weg: een houding van betrokkenheid, luisterbereidheid [Ps 95,8v] en vergevingsgezindheid [Mt 6,12: het Onze Vader] - omdat we ons realiseren dat we samenleven in Christus’ Naam en dat Hij dus in ons midden, tussen ons in is [Joh 1,26]. In de Eucharistie worden we die aanwezigheid gewaar op een intense manier, omdat zij in brood en wijn zelfs zichtbaar, tastbaar wordt. Mogen daarom wij die hieraan deelnemen groeien in de gelovige houding die Jezus in het evangelie ons voorleeft en voorhoudt [cf. Ef 4,25-32 etc.], zodat we in Zijn Naam elkaar steeds weer opzoeken, wanneer het goed gaat en eveneens als het moeilijk is voor ons of tussen ons. Amen.

Zoeken in Preken Online