Menselijke overwegingen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Wat gebruiken wij vaak verkleinwoordjes om iets te vergoelijken: gewoon uit menselijke overwegingen. We weten allemaal dat het drinken van alcohol eigenlijk wat dubieus is. Maar om dat te vergoelijken zeggen we: zullen we een glaasje drinken? Iedereen weet dat roken door en door slecht is. Daarom zeggen we: zullen we een sigaretje opsteken? Ieder weet dat een overmatig diner niet zo goed is voor de gezondheid, dus zeggen we: we hebben een lekker etentje gehad. Dat is een soort excuus van ons; eigenlijk een ingebouwde absolutie. Wij zijn daar erg knap in. Wij spreken over: een snoepje, een koekje, een gebakje, een tientje, een ijsje, een avontuurtje, een kroketje, een worstje en een joetje. Meestal is dat nogal grappig en vrij onschuldig, want je relativeert daardoor veel dingen. Maar er zijn ook zaken die niet gerelativeerd mogen worden. Zaken waarmee je het niet op een akkoordje kunt gooien.

Zoiets is Petrus overkomen. Hij is best bereid Jezus te volgen. Hij houdt tenslotte veel van hem. Hij heeft echt wel veel voor hem over. Maar als Jezus zegt, dat hij veel zal moeten lijden en dat hij ter dood zal worden gebracht, dan gaat dat Petrus wel wat al te ver. Hij probeert daar onderuit te komen. Want dat hoeft toch allemaal niet? Jezus kan toch wel zorgen dat dat niet gebeurt? En zo probeert Petrus te marchanderen. Hij probeert het met Jezus op een akkoordje te gooien. Maar dat gaat niet. Er zijn zaken die nooit gerelativeerd mogen worden. Petrus wordt dan ook radicaal afgewezen. Jezus zegt tegen hem: ‘Gij zijt mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil'.

En nu wij. Wij ondervinden eigenlijk hetzelfde. Met die verkleinwoordjes van ons proberen wij veel te vergoelijken. Maar ons eerlijke ‘ik’ weet dat er ook zaken zijn waarmee je geen loopje kunt nemen.

Zo weten we allemaal heel goed dat we over ons leven verantwoording af moeten leggen. Je kunt wel proberen dat wat te verkleinen door te zeggen: God is geen muggenzifter. Nee, dat is Hij ook niet. Maar wat bedoelen wij precies als we zoiets zeggen?

Of als een situatie voor ons te moeilijk wordt, dan zeggen we: tja, ik ben nu eenmaal geen heilige, en dat zal God heus niet van me vragen. Wat bedoelen wij dan? Zitten wij onszelf iets wijs te maken of niet?

We weten ook en we belijden het dat er een hiernamaals is. Dat geloof heeft natuurlijk consequenties. Maar als die consequenties wat al te moeilijk worden zeggen we heel makkelijk: er is de laatste tijd al zoveel veranderd… ik wacht het wel af. Wat bedoelen wij dan? Zitten wij onszelf iets wijs te maken of niet?

Wij moeten ons eerlijke ‘ik’ echt wel eens aan het woord laten komen. Want er valt met God en met het evangelie niet te onderhandelen. God prikt door onze smoesjes heen. God stelt zijn eisen. Maar gelukkig mogen wij er bij zeggen: God zal ook de kracht geven om eraan te beantwoorden. Want Hij heeft gezegd: Ik zal bij je zijn, altijd.

Zoeken in Preken Online