Menselijke overwegingen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Jezus’ gelukwens aan het adres van Petrus galmt nog na en het komt al tot een uiterst scherpe woordenwisseling tussen beiden. Na de belijdenis dat Hij de Christus, de Zoon van de levende God is, geeft Jezus een heel onverwachte wending aan het gesprek: Hij stelt zijn aanstaande lijden en dood in het vooruitzicht. Dat moet ook voor Hem een heel moeilijk moment zijn, getuige de zware uitval tegen Petrus.

De tekst stuit ons tweemaal tegen de borst. Eerst blijkt dat Jezus niet zal beantwoorden aan Petrus’ menselijke overwegingen. We weten niet wat Petrus precies gezegd heeft, maar zijn woorden zullen ongetwijfeld blijk gegeven hebben van grote vriendschap en bezorgdheid om Jezus: het mag niet en het kan niet dat zo’n edel mens ten prooi moet vallen aan onzinnig geweld, en dat nog wel in Jeruzalem, de uitverkoren stad van God! Petrus geeft lucht aan wat ons allen in het bloed zit: God staat in voor een rechtvaardige wereldorde; Hij kan het kwaad niet willen en zal de zijnen in bescherming nemen opdat hen niets ergs overkomt. Dat is een heel mooie menselijke overweging, die slechts één gebrek vertoont: vaak gaat ze niet op. De kreet van Job is tot op vandaag niet ver¬stomd: het kan toch niet dat het kwaad goede mensen treft, dat God het absurde lijden laat gebeuren en niet ingrijpt. Dit protest wordt ook Jezus voor de voeten gegooid, en wel door de eerste onder zijn leerlingen. Zijn uiterst heftige reactie zou erop kunnen wijzen dat ook Hij voor een raadsel staat dat Hem tot in het diepste van zijn ziel raakt. Vermoedelijk sluimert daar de smeekbede in Getsemane al in Hem.

We worden een tweede keer geshockeerd als onvermijdelijk de vraag opduikt wat God dan wél wil. Als dat niet in de lijn van onze (zuiverste) menselijke overwegingen ligt, waar moeten we het dan wel gaan zoeken? In minder hoogstaande menselijke overwegingen? Als we nu even onze vrome gevoelens afleggen, moeten we het gewoon toegeven: Jezus eist van zijn volgelingen vreselijke dingen. Ze moeten Hem volgen door zichzelf te verloochenen en hun kruis op te nemen. Ze moe¬ten bereid zijn hun leven te verliezen omwille van Hem. Dat klopt met geen enkele fatsoenlijke menselijke overweging.

Dat dit nochtans geen abstracte theorie is, weet iedereen die zwaar leed moet dragen. De Heer spaart de zijnen niet, ook als ze daar vanuit hun zuiverste menselijke overwegingen om smeken. Deze passage uit het evangelie wordt pas Blijde Boodschap als we zelf ervaren hoezeer het leven soms afwijkt van onze meest verheven menselijke overwegingen, en als we dán de Heer zelf ontmoeten, die ons al voorgaat, met het kruis op zijn schouders. Het kruis dat Hij draagt, is het onze.

Zoeken in Preken Online