Liefde vraagt om het kruis

A-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Er kwamen eens twee leerlingen bij een rabbi die zeiden: “Onze leraars hebben een woord gesproken dat wij niet kunnen begrijpen: de mens moet God evenzeer danken voor het lijden als voor de vreugde, en voorspoed en tegenspoed moeten wij in dezelfde gesteltenis aanvaarden. Zeg ons, rabbi, hoe wij dat woord moeten verstaan.” De rabbi antwoordde: “Ga naar Susja die zal het je verklaen.”

Zij gingen dus samen naar rabbi Susja, die rustig zijn pijp zat te roken en legden hem hun vraag voor. Toen hij naar hen geluisterd had, legde hij zijn pijp neer en lachte: “Jullie hebben toch wel de verkeerde man opgezocht om een antwoord te krijgen, je zult naar iemand anders moeten gaan, maar niet naar iemand zoals ik, die heel zijn leven lang geen lijden gekend heeft.” Nu wisten de leer¬lingen dat het leven van Susja vanaf de dag van zijn geboorte tot nu toe uit niets anders was samengeweven dan uit tegenslag en lijden. Toen begrepen zij wat het betekende in liefde het lijden te dragen.

Lijden, in liefde dragen, dat heeft ons niemand beter geleerd dan Jezus. Wij zijn zoals Petrus voor wie de gedachte aan lijden ondraaglijk was. Jezus mocht niet lijden: dat verhoede God. Maar Jezus wil die weg van Petrus, die eigenlijk ook onze weg is, niet gaan. Hij laat zich niet leiden door menselijke overwegingen, maar door wat God wil. Nu mogen wij niet zeggen dat God het lijden wil. God wil het lijden niet, daarom heeft Hij Jezus gezonden om de mensen te bevrijden van leed en lijden. Om de mensen te bevrijden heeft Jezus het lijden en de dood ondergaan, omdat er geen andere weg is. Alleen als je zelf solidair wilt worden met het lijden van anderen kun je anderen bevrijden. Het is de liefde die het kruis tot zegen maakt.

Echte navolgers van Jezus kunnen ons dat verduidelijken. Denken wij aan Martin Luther King. Evenals Jeremia heeft hij dikwijls tot zichzelf gezegd: “Ik spreek niet meer, ik wil er niets meer van weten, maar telkens als hij in zijn gebed weer nadacht over de verdrukking van zijn volk, laaide het vuur weer op in zijn hart en moest hij weer opkomen tegen het onrecht, ook wanneer hij goed wist dat dit voor hem alleen lijden en dood zou betekenen. Zo heeft hij Jezus kruis achter Hem aan gedragen.

Bisschop Oscar Romero was een bescheiden man. Maar toen hij als bisschop moest waken bij een vermoorde priester, die opkwam voor de rechten van de armen, besefte hij dat hij die taak nu op zich moest nemen. Hij zal gehuiverd hebben, maar hij liet zich niet leiden door menselijke overwegingen. Met de dood voor ogen heeft hij zich moedig solidair verklaard met de armen totdat hij aan het altaar zijn bloed vermengd heeft met het bloed van Jezus. Neen, het kruis had hij niet gezocht, maar in zijn liefde heeft hij het aanvaard voor de bevrijding van zijn volk.

Zo heeft ook Jezus zijn kruis niet gezocht. Bij hem groeide elke dag het bewustzijn: als ik opkom voor de rechten van de verdrukten zal Ikzelf het eerste slachtoffer worden.

Als wij de weg van Jezus willen gaan dan zullen wij ook ons kruis moeten dragen. Wij hoeven het niet te zoeken. Het kruis zal op ons afkomen in de mate dat wij willen opkomen voor de armen. Ieder die opkomt voor gerechtigheid, in welke vorm ook, zal zelf ongerechtigheid moeten verduren. Dat is de wet van de liefde. En wie zo door de liefde gedragen wordt kan niet anders dan het kruis aanvaarden. Het kruis zal dan geen kruis meer zijn zoals bij Susja en bij Jezus. Wie zijn leven verliest voor de anderen, die ontvangt zelf de volheid van het leven.

Zoeken in Preken Online