Dat lijkt me nou een mooie vraag voor en enquete op de Wereldjongerendagen. Wie zeggen de jongeren die daar zijn dat Jezus is? Een profeet die Gods belofte voorhoudt en onrecht aanklaagt? Een rabbi die vanuit de wijsheidstraditie mensen begeleidt bij het omgaan met dilemma’s op hun levensweg? Een voorbeeld om na te volgen in gebed en actie?
Wie zal het zeggen wat er in al deze verschillende jongeren omgaat? Laten we het eens hardop uitspreken: het is niet onjuist dat volgens het evangelieverhaal de mensen Jezus associeren met zijn vermoorde neef Johannes de Doper, of met Elia, de grote profeet van God als enige Heer van de geschiedenis. En het is al helemaal niet fout om Jezus te associeren met de lijdende profeet Jeremia.Past Jezus immers niet in de traditie van de grote profeten, Mozes, Elia, Jeremia etcetera?
En al evenmin zijn hedendaagse antwoorden van zoekende jongeren fout. Natuurlijk is Jezus een profeet met oog voor vrede en gerechtigheid. Natuurlijk is Jezus een rabbi die praktische levenswijsheid leert. Natuurlijk is Jezus een voorbeeld, natuurlijk is hij een man van God die ons uitdaagt en troost, die ons leert bidden en die ons leert om trefzeker voor de zwakke te kiezen.
Laten we het maar eens gewoon uitspreken: deze antwoorden zijn juist. Ze zijn juist omdat het tot de christelijke geloofstraditie behoort dat Jezus volledig en volwaardig mens was. Dat vergeten we in de Kerk nog wel eens te zeggen, omdat we vaak gericht zijn op datgene wat er naast of bovenop die menselijke kant nog meer aan Jezus te ontdekken is en wat er nog meer in geloof te zien is. Daar wil ik straks nog iets over zeggen.
Maar bij elke eerste kennismaking met Jezus valt hoe dan ook op: hier is een mens die weet wat het is om zoals een jongere dat noemde: bij God te zijn, hier is iemand die weet wat bidden is, wat liefde is, wat gerechtigheid is, en die het nog in praktijk brengt ook. Die Jezus is een aanstekelijk persoon, iemand die mensen uit zichzelf haalt, over zichzelf heentilt, wegtrekt uit een zondig, verkwist en verkwistend leven. Ja, hier is iemand die de piketpalen van het menszijn verplaatst. En laten we elkaar niets wijsmaken: Jezus was niet echt een conventioneel alledaags mens. Integendeel. Ooit woonde ik een jongerenbijeenkomst bij waarop de toenmalige bisschop Ernst van Breda zei: ‘ Jezus was een extravagante gek’ .Hij bedoelde dat natuurlijk niet letterlijk. Maar om achter Jezus aan te gaan, in hem te geloven en hem na te volgen moet je wel lef hebben, moet je als jongere, maar ook als oudere, durven tegen de stroom in te gaan. En daartoe prikkelt die onconventionele mens Jezus van Nazareth. Je zou kunnen zeggen: Jezus is een maatgevend mens, een die laat zien hoever de mogelijkheden van het mens-zijn reiken, hoe ver we wel niet kunnen gaan in het streven naar waarachtige menselijkheid, naar humaniteit op basis van zachte waarden in de omgang met elkaar in de samenleving en in eigen kring. Hij laat zien wat mens-zijn ten diepste inhoudt. Jongeren, die gevoelig zijn voor wat echt is,voor wat geloofwaardig is, voelen dit aan: hier is een bron waaraan ik me laven. Hier is iemand die leert wat liefde is, niet met mooie woorden, maar in woord en daad en als gehele mens. De maatgevende mens Jezus verlegt een grens, omdat hij zichzelf op het spel durft te zetten. Iedereen kan zien: Jezus is als persoon een deel van zijn missie; hij gaat het lijden niet uit de weg omdat dat bij zijn inzet hoort voor gerechtigheid en vrede. Hij gaat integendeel de hele weg, teneinde toe. Hij is dus niet een manager die een karwei komt afmaken en dan snel voorthopt naar de volgende job. Nee, Jezus is als persoon met zijn hele leven en zijn opdracht een deel van zijn eigen boodschap.
Wie Jezus is doet er daarom toe, niet alleen wat hij zegt of wat hij aan de oppervlakte gezien doet. Hij gaat een weg waar hij zijn leven voor waagt, en een weg die hij tevens zelf is.Hier is iemand voor wie onrecht lijden beter is dan onrecht begaan. Hier is iemand die weet dat vrede en gerechtigheid zonder barmhartigheid wreed zijn. Hier is iemand die in een wereld vol geweld liever zelf aan geweld lijdt dat begaan wordt door anderen dan anderen in het geweld te storten in naam van zijn God.
Ook in de kerk is het daarom belangrijk om goed met elkaar te spreken over Jezus als mens. Als we dat uit angst om de diepste waarheid van het geloof tekort te doen, niet durven, doen we eigenlijk juist daardoor aan de kern van het geloof te kort dat God zoals de apostel Paulus het zegt: " in deze mens in Zijn volheid heeft willen wonen" . Om zo’n mooie hooggestemde zin van Paulus aan te voelen, moeten we in de kerk ook vrijuit over Jezus als mens kunnen spreken. En ik denk dat we in dit opzicht veel van jongeren kunnen leren. Zij zeggen eigenlijk allereerst wat ooit op een muur in Parijs stond gekalkt: " redonne nous Jesus" , geef ons Jezus terug.
Wie deze weg gaat - de weg van deze maatgevende mens Jezus - komt al een heel eind in de goede richting. Ik denk hierbij als voorbeeld aan frere Roger van Taize, een intens vreedzame persoonlijkheid, een spiritueel verinnerlijkt mens, die altijd voor de armen en ontrechten heeft gekozen, en altijd gebed en actie bij elkaar heeft gehouden. Heel bijzonder is ook vind ik dat frere Roger aan jongeren zo veel vertrouwen schonk. In plaats van de gebruikelijke kerkelijke klaagzangen over de jeugd die wegblijft uit de kerk, stelde hij zich gastvrij op, en gaf royaal gelegenheid tot leren en tot het vieren van het leven.
Zelf heb ik ook zoiets mogen ervaren toen ik halverwege de jaren zeventig naar Taize ging. Ik kwam er vaak, en op gegeven moment mocht ik vanuit Taize naar de communistische DDR om daar oecumenisch gezinde christenen op te zoeken. Zo kwam ik in contact met Berlijn, met de deling van Europa, en zo kwam ik uiteindelijk in de oecumenische vredesbeweging terecht. Maar het was frere Roger en niemand anders die mij het eerst het vertrouwen gaf om als jongere een missie te volbrengen onder moeilijke omstandigheden.Hij gaf mij een voor mij tot dan toe ongekende verantwoordelijkheid: het bezoeken van vervolgde mensen. Hij schonk mij het vertrouwen met een persoonlijke zendingsopdracht en een persoonlijke zegen. Zo kreeg ik als jongere Jezus terug als inspiratiebron voor je leven en idealen waaraan je je wil toewijden. Roger Schutz is dat blijven doen, met duizenden jongeren over de hele wereld.Niet klagen, maar vertrouwen geven, gastvrij zijn, laten leren en leren dienstbaar te zijn aan vrede en verzoening. Voor mij was hij een levende heilige en ik zal hem altijd dankbaar herinneren omdat hij de eerste was die bij mij een roepingsbesef heeft opgewekt dat paste bij mijn idealen.
Toch was het ook diezelfde Roger Schutz die elke zaterdagavond een paaspreek hield, over de betekenis van Jezus. Die eindigde altijd met de zin: " en nu is het feest" , waarna de kampvuren losbarstten. Maar waar het om ging was iets anders: steeds opnieuw preekte hij elke zaterdagavond de verrijzenis, steeds opnieuw maakte hij duidelijk dat een persoonlijke relatie van ieder mens met God en met Christus van levensbelang is. Roger Schutz sprak altijd graag over de verrezen Christus die als verborgen kracht in ons aanwezig is - hij gebruikte dus een mystieke taal waar hij vrijelijk gebruik van maakt en waarin hij jongeren ook al weer de weg wees.
Het is juist in mystieke taal dat Roger Schutz steeds sprak over de diepste geloofswaarheden over Jezus Christus. Die mystieke taal is soms een beetje lastig te begrijpen. Maar ze helpt wel om die vraag uit het evangelie van vandaag te beantwoorden:" en Gij wie zegt Gij dat ik ben" . Dat leert ons ook het evangelie van vandaag waarin Petrus antwoordt: " Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" . Dat is hooggestemde taal. Dat zegt Jezus ook onmiddellijk tegen Petrus: " Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader “. Petrus zegt dus wel iets wat waar is, maar het is geen ‘eigenwijsheid’. Deze wijsheid komt niet uit hemzelf, zij overstijgt hemzelf. En later in het evangelie zal blijken dat Petrus nauwelijks begreep wat hij zei. Dat is vind ik een troostrijke gedachte, dat deze rots waarop de Kerk is gebouwd - Petrus, Kefas, betekent Rots - , nauwelijks wist wat hij zei toen hij die grote woorden gebruikte: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. De uitspraak betekent in ieder geval twee dingen: ten eerste spreekt hier een apostel eindelijk uit dat Jezus de Messias is - maar, naar later blijkt, een ander type Messias dan de mensen verwachten - en ten tweede hier is iemand die zo vertrouwd is met God dat hij Zoon genoemd mag worden - en de Onuitsprekelijke dus Abba, Vader genoemd mag worden.
Deze verrassende en verrassend diepe verbinding van Jezus met Zijn Vader blijft altijd een mysterie. Petrus groeide wel in het inzicht daarin. Aan het einde van zijn leven, bij zijn eigen kruisiging, wilde hij niet in dezelfde houding gekruisigd worden als Jezus maar ondersteboven. Dit getuigt van een diep geloofsinzicht. De apostelen stonden namelijk niet op een spiritueel niveau met Jezus. Zij hebben in hem geloofd, en ze hebben hem nagevolgd, en ze delen in de weg van het lijden. Maar juist omdat ze in hem geloofden en juist omdat ze die navolging in woord en serieus namen, juist daarom ontdekken ze dat er een kwaliteitsverschil is tussen Jezus en zijn volgelingen. Dat kwaliteitsverschil heeft precies te maken met het Messias-zijn, gezalfde van God, en met het Zoonschap, de ongeevenaarde nabijheid aan de Vader tot wie wij het Onze Vader bidden.Jezus blijkt uniek te zijn, juist voor hem serieus navolgen.
Als we zeggen dat Jezus de Messias is en Zoon van God, gebruiken we woorden die eigenlijk te groot zijn voor ons. Dat kunnen we leren van Petrus, en ook van mensen als Roger Schuetz.Maar toch, als we deze woorden vermijden en proberen te ‘vertalen’ in taal die toegankelijker is of lijkt , dan gaat er iets wezenlijks van het mysterie dat Jezus Christus is verloren. We hebben in de kerk deze taal nodig die ons overstijgt. Niet omdat Jezus geen mens zou zijn geweest. Maar omdat de uiteindelijke betekenis van dit mens-zijn van Jezus niet voldoende te vatten is in woorden - hoe positief ook - als rabbi, profeet of voorbeeld. Dit zijn allemaal woorden die ook op andere mensen van toepassing zijn. Maar de woorden Messias en Zoon van God duiden veel meer het unieke aan van Jezus - ze komen er meer bij in de buurt - ze spreken uit waarin de uitverkiezing van deze mens bestaat: tot gezalfd zijn, tot Zoonschap. Dat verheldert misschien niet veel, maar stilstaan bij het mysterie zelf is ook waardevol en zelfs uitermate belangrijk. De woorden Messias en Zoon zijn immers geen harde ‘ feiten’ maar het zijn geloofsinzichten, perspectieven op de diepste werkelijkheid van Jezus.
Veel jongeren die nu in Keulen bijen zijn, voelen zich, denk ik zo, thuis bij dit mysterie, ze hunkeren er toegang te krijgen tot dit mysterie en het te beleven. Laten we als geloofsgemeenschap van deze jongeren leren dat het niet verkeerd is het mysterie te erkennen en ruimte geven, en laten we van Petrus leren dat niet fout is om hardop uit te spreken wat we alleen intuitief verstaan en begrijpen, namelijk dat het juist deze Jezus die voor ons allen de weg opent naar het kindschap Gods.
Amen.
Wie zeggen de mensen dat ik ben? (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen