Er was eens een man die zo geleerd was, dat hij er bijna gek van werd. Hij ontwierp het wiel om mensen sneller bij elkaar te brengen, maar in plaats daarvan reden ze elkaar ondersteboven. Hij vond het buskruit uit om bergen van misverstand tussen mensen weg te blazen, maar de mensen bliezen elkaar op. Hij splitste atomen voor vreedzame doeleinden, maar de aarde beefde door het gebruik tot op haar grondvesten. De man wist van geen ophouden. Hij schonk de mensheid cyanide, en de vissen stierven als ratten. Hij gaf mensen zwaveldioxide, maar de bomen legden het loodje en de vogels vluchtten zover als ze maar konden vliegen. Maar op een dag ontdekte de man iets wonderlijks dat zijn geloof in zijn eigen kunnen omver dreigde te halen: hij ontdekte zijn naaste! Hij stond op om die te gaan helpen. De verre naaste schrok zich het apenzuur en hoopte en bad dat het allemaal goed af zou lopen…
Maar hij had wél de sleutel ontdekt die toegang gaf tot een zinvol leven, de toegang naar Gods Koninkrijk en zijn Gerechtigheid. We horen dat Petrus de sleutel van dat Koninkrijk in handen krijgt. Gek ding eigenlijk, zo’n sleutel. Het is maar een klein staafje ijzer, maar je kunt er de zwaarste deur mee open krijgen. Wie de sleutel heeft, heeft toegang, heeft de macht om binnen te komen en anderen binnen te laten. Die macht hebben we allemaal, want wat zijn er een sleutels op de wereld. Zelf kinderen hebben - tegen ongewenste lezers - sleutels op hun dagboek! Bijna iedereen heeft wel een grote sleutelbos. Je bent doodongelukkig als je je sleutelbos kwijt bent. Je kunt een dure sportwagen hebben, maar zonder sleutel ben je nergens en blijft je wagen keurig in de garage staan. Sleutels horen bij onze tijd, want alles is bij ons achter slot en grendel. Maar met een grote sleutelbos op zak, missen we vaak de belangrijkste sleutel. Want geen enkele sleutel brengt je veiligheid. Er komt zelfs een dag waarop anderen rondneuzen in je diepste geheimen: in je rekeningen, je brieven. Dan zal je je sleutelbos op aarde moeten achterlaten om hopelijk die ene sleutel te krijgen die je toegang verschaft tot Gods Koninkrijk.
Tegenwoordig worden veel sleutels aangeboden die je geluk moeten garanderen. We hebben zelfs sleutelclubs, die je toegang geven tot de partner van een ander! Het zijn sleutels die schijndeuren openen. Ze passen zelden op ons levensgeluk. Het zijn valse sleutels. Waar vind je dan de ware sleutel? Ergens moet die sleutel toch bestaan? Jezus zegt: Ik kan je die sleutel geven, het is de sleutel van de liefde. De enige sleutel die in staat is om Gods Huis te openen. Dan kom je in een land zonder verbodsborden en zonder gesloten toegangshekken.. “Wie zijn leven verliest zal het vinden.” Dat is de sleutel. Het is het verwijderen van alles wat je hart gesloten houdt. De weg vinden naar je naaste, dat is de sleutel. Die sleutel geeft Jezus aan Petrus. De sleutelmacht om te binden en te ontbinden. En dan maar hopen en bidden dat de “Rots van zekerheid” geen “steen des aanstoots” wordt. God Koninkrijk is niet op slot, maar staat wijd open voor iedereen die van zijn hart het slot verwijderd.
Begaanbare wegen naar elkaar, naar God en naar jezelf. Dat is volgens mij de sleutel tot het evangelie van vanmorgen. Wij mogen – in het spoor van Petrus – tot sleutelfiguren uitgroeien En over het belang van sleutelfiguren vertelt Jesaia ons ook vanmorgen in de eerste lezing. “Zo spreekt de Heer tot zijn dienaar Eljakim: Ik zal mijn dienaar roepen. Ik zal de sleutel van Davids huis op zijn schouders leggen, en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit, zal niemand opendoen. Ik zal hem vastslaan als een spijker op een stevige plek”. (Jesaia 22:22-23)
Volgens oude voorstellingen worden de hemel en de onderwereld afgesloten door een poort. We zongen dat trouwens vroeger al op de lagere school: “wie gaat er mee naar Engelland (engelenland) varen. Maar de sleutel is gebroken. Maar is er dan geen smid, een sleutelfiguur, in het land die voor ons de sleutel maken kan?” Eeuwenlang hebben mensen op deze smid (de Messias) gewacht. Hij is de sleutelfiguur bij uitstek geworden. Hij heeft ons geleerd dat de sleutel die alle poorten opent de sleutel van de liefde is. En Hij waarschuwt: ”Wee u, wetgeleerden. Gij hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf zijt gij niet binnengegaan en hun die dat wilden, hebt gij het belet” (Lucas 11:52)
Petrus als sleutelfiguur (evangelie). Nog steeds kennen we de uitspraak “bij Petrus aankloppen”. Een ander uitdrukking voor “overlijden”. Petrus, de poortwachter van de hemel, de sleuteldrager! En ook Eljakim als sleutelfiguur (eerste lezing). In en oude hymne wordt Maria ook de “sleutel van David” genoemd. De zinspeling op de aangehaalde tekst van Jesaia is duidelijk. Zo zal begrijpelijk zijn dat vroegchristelijke schrijvers diezelfde sleutel van Eljakim zien als een beeld van het kruis van Christus, dat de hemel opent. Dat Petrus alle eeuwen door met sleutels als attributen is afgebeeld ligt voor de hand. Maar het gaat vandaag niet alleen om Eljakim en Petrus, ieder van ons wordt uitgenodigd voor een sleutelrol in het liefdesverhaal van God en zijn mensen.