“Wat zullen de mensen van ons zeggen?” Is dat niet een vraag die vaak door ons hoofd speelt? Komt die vraag niet voort uit angst om op te vallen, om anders te zijn dan de mensen om ons heen? Zoals de meeste mensen hebben wij er immers een hekel aan om ons hoofd boven het maaiveld uit te steken. Het liefst duiken wij onder in de massa, in aangepast gedrag, in de anonimiteit.
Ook Jezus stelt die vraag: ‘Wat zeggen de mensen van Mij?’ Want Hij realizeert zich drommels goed, dat zijn gedrag niet altijd aangepast is, dat zijn houding vaak irritaties oproept, vooral bij priesters en schriftgeleerden. Als zijn leerlingen Hem dan zeggen wat ‘men’ denkt over Hem, is dat antwoord Hem niet genoeg. Hij wil van hen niet slechts horen wat ‘men’ denkt, maar wat zijzelf - zijn intieme vrienden - over Hem denken: “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” Dan geeft Petrus namens hen dit antwoord: ‘Jij bent voor ons de Messias, de zoon van de levende God’. Naar de betekenis van dat antwoord van Petrus wil ik met u zoeken; het is de kern waar het om draait; het is de sleutel die toegang geeft tot het koninkrijk der hemelen.
Vooreerst, hoe komt Petrus ertoe om zo raak, zo kernachtig, te reageren met: Jij bent de Messias, de Zoon van de levende God? Jezus maakt door zijn - wel-is-waar vaak onaangepast - gedrag zo’n diepe indruk op zijn leerlingen, dat zij intuitief aanvoelen: dit gedrag is niet aangepast aan onze wereld, dit is iets van een andere wereld, dit is van Gods wereld, dit moet het zijn zoals God zich deze wereld voorstelt, zoals God wil dat mensen met elkaar omgaan. Dit is de wereld naar zijn hart, zijn koninkrijk.
Dat koninkrijk van God is niet ver weg, maar het is midden onder ons; het is niet iets van later na dit leven, maar het is nu; het is hier op aarde: In Jezus, door Jezus, door zijn onaangepast gedrag vertoeft God zelf temidden van de mensen; iedereen hoort erbij; de poort staat open; God die heet ‘ik ben er voor jou’ krijgt temidden van mensen de kans God te zijn; elke mens mag er zijn op zijn/haar ritme, met vallen en opstaan, uitgroeien tot heel mens; geen enkele mens of categorie van mensen wordt uitgesloten op grond van huidskleur of godsdienst of sex of sexuele geaardheid; er wordt een plek ingeruimd voor vreemdelingen, voor vluchtelingen, voor zwervers, voor drugsverslaafden, voor mensen voor wie er doorgaans geen plek is in onze samenleving. Ja, zo’n wereld, waar mensen ‘er zijn voor elkaar’, waar mensen zó met elkaar omgaan, zo’n wereld is nieuw, anders dan de wereld waarin wij leven, zo’n wereld is het koninkrijk van God.
Jezus heeft ons deze nieuwe wereld voorgeleefd door zijn - dat moest het wel zijn - vaak onaangepast gedrag; Hij is er letterlijk voor gestraft, deze wereld uitgejaagd, de dood in gejaagd. Zijn leerlingen hebben in de gaten dat Zijn levenshouding iets bijzonders is, goddelijk is, en daarom kan Petrus, namens hen, zeggen: Jij bent de Messias, de Zoon van de levende God.
Dat antwoord van Petrus is de sleutel voor de nieuwe mooie wereld, die Jezus voor ogen staat; het kan doorgaan, ook als Hij er niet meer zal zijn; het rijk van God heeft toekomst met zijn kleine groep leerlingen, die aanvoelen waar het om te doen is. Sleutelfiguren zijn het, die ook weten dat er lijden en dood mee gemoeid is als zij in zijn voetsporen verder gaan; want ook hun gedrag zal onaangepast zijn, gericht op deze wereld omgekeerd.
Wat heeft dit evangelie van vandaag aan ons Christenen te zeggen, aan ons mensen van de Andreasparochie? Ik maak de overstap. Ook wij worden door Hem aangesproken; ook van ons verwacht Hij dat wij sleutelfiguren zijn in Heerlen, in 2005. Maar is het eigenlijk niet zo, dat wij ons het liefst invoegen in de wereld, zoals die zich aandient, dat we er zouden het liefst in onderduiken, ons aanpassen, niet opvallen? Onlangs zei in een uitzending van Braambos Gavin d’Costa dit: “Christenen hebben zich teveel laten assimileren. Zij maken zozeer deel uit van de westerse samenleving dat ze niet beseffen dat ze hun visie hebben verloren. Ze moeten weer vreemdelingen worden in de samenleving. Het is echt een schande dat de christenen zich geen buitenstaanders voelen ten aanzien van het geweld in onze samenleving, dat de grootste geldleners christenen zijn, dat de grootste uitbuiters van de derde wereld christenen zijn; neen christenen zijn heel achtbaar en belangrijk in onze samenleving.”
Ja, het vergt heel veel moed en durf om tegen de stroom in te gaan, een ander geluid te laten horen, een vuist te maken, wanneer de situatie erom vraagt, wanneer mensen vandaag-de-dag uitgesloten worden, uitgekotst worden, er niet bij mogen horen, om wat voor reden dan ook. Als ook wij, individueel en als gemeenschap, onder de indruk raken van zijn gedrag en de moed kunnen opbrengen om in zijn voetsporen te gaan, tegen de stroom in, dan zullen ook wij sleuteldragers zijn tot zijn koninkrijk.
Dat is wat de Andreasparochie wil zijn; die bereidheid heeft het pastoraal team uitgesproken in het nieuwe beleidsplan. Durven wij zulke sleutelfiguren te zijn, de poort open te zetten voor mensen, die in onze wereld weggeduwd worden? Durven wij afkeuring en veroordeling van de massa te trotseren? Durven wij die prijs te betalen? Het zal niet gemakkelijk zijn. Ook Petrus heeft steken laten vallen, toen het er echt op aan kwam; Jezus wordt op het einde van zijn leven door hem verloochend en door de anderen in de steek gelaten. Maar ze keren op hun schreden terug.
Wat doen wij? De uitdaging ligt er; wij hebben de sleutel in handen.