Het geloof van de ijverige misdienaar (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Als jongen was hij een ijverige misdienaar in de parochie waar hij woonde.
Zijn moeder was een diep godsdienstige vrouw. Geen erg geslaagd huwelijk.
Vader zocht maar al te vaak zijn heil en vertier buiten de deur.
En die zoon, de jongste thuis - een hartelijke gevoelige jongen wel, maar hij ging toch
De weg van zijn vader op: feestvieren en veel, te veel, drinken.
En dan ook verschillende stukgelopen relaties.

Hij verloor door deze levenswijze geleidelijk aan alles, ook de goede baan, die hij had.
Dat alles tot diep verdriet van zijn moeder, die in al zijn buitensporigheden en mislukkingen zijn enige steun en toeverlaat bleef.
En die hem, als hij weer zonder geld zat, van haar bescheiden inkomen trachtte te helpen.

Het maakte z&n moeder vaak wanhopig. Ook doordat hij, toch wel op zoek naar iets godsdienstigs, helemaal van de kerk vervreemde.

Toen z&n moeder gestorven was, hoorden we jarenlang niets meer van hem.
Tot we een tijd terug een huwelijksaankondiging van hem ontvingen.
Hij had ergens een goede parochiegemeenschap gevonden, waarin hij zich thuisvoelde.
Hier had hij ook zijn vrouw ontmoet.

Duidelijk is dat het geloof van zijn jeugd voor hem veel betekenis heeft gekregen.
Zelf heeft hij ook mogen ervaren wie Jezus is.

“Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?”
Met deze vraag opent Jezus zijn onderricht.
Het is goed dat de leerlingen zich realiseren met wie zij zich verbonden hebben.
Zij vertellen dan wat mensen in hem zien:
Johannes de Doper, Elia, Jeremia of een van de profeten.

Daarmee bevestigen zij, dat Jezus gezien wordt als een mens die zich zonder
Voorbehoud en belangeloos in dienst stelt van de Eeuwige.

Nu vraagt Hij nog veel indringender aan zijn leerlingen:
“Maar wie ben Ik dan voor jullie?”
Het is niet alleen een vraag van Jezus aan de anderen.
Het is ook een vraag die Hij, angstig misschien, aan zichzelf stelt.
Immers, Hij wordt door de Farizeeën beschuldigd van afgodendienst, van
Minachting voor Gods eigen wet.
Ze vragen zich zelfs af of Hij niet een soort satan is. Dat alles raakt Hem.
Hoe zien de mensen Hem? Hoe zijn leerlingen?
“Maar jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?”

Dan antwoord Petrus:“de gezalfde van God”, “de Chistus”.
Met dit antwoord is de grens van wat gezegd kan worden bereikt.
Jezus zelf trekt hier de grens: “Zeg dit niemand”.
Bij zijn leerlingen voelt Jezus zich nu gekend: Hij is het en geen ander.

Tegen alles en iedereen in is Hij de mens naar Gods hart,
De mens om wie het allemaal te doen is, Gezalfde Gods, Messias.
De mens die duidelijk maakt wat het zeggen wil in deze wereld mens als God te zijn.
Hij is het en geen ander.
Dát te leren zien is een heel proces in ons leven, vaak ook een moeizaam proces!

Je kunt als kind misschien wel veel hebben meekregen, maar op een gegeven
Moment gaat het toch om de eigen ervaring, om de eigen overtuiging.
Wel kan de steun van anderen helpen,
Zoals Eljakim (zijn naam houdt al een belofte in: “God doet opstaan”)- in de eerste
Lezing - die een vader en herder is voor de mensen.
En die de sleutel heeft, die toegang geeft en de weg opent naar God!

Hier kan ook de gemeenschap veel steun bieden.
De gemeenschap van de Kerk - ondanks al haar menselijke kanten en onvolkomenheden-
Maar waar Petrus de sleutels draagt van het Rijk Gods.

Dat is dan niet een koninkrijk ergens ver weg in de toekomst, maar dat duidt op een bepaalde levenswijze. Jezus gaat hierin voorop.

Maar ook al die mensen die, ongezien en in het verborgene heel gewoon en allerdaags, recht doen aan wie kwetsbaar zijn.
Geen kwaad met kwaad vergelden. Mensen, die weigeren te haten.
Maar weerloos door het leven gaan.

Mensen waardoor je mag ervaren, dat je - hoe je ook bent - in dat Rijk Gods welkom bent.

Mogen wij allen zó groeien tot een heel persoonlijke overtuiging.
En een geleidelijk diepere ervaring van wat Jezus in ons leven betekent.

“Jezus volgen” betekent altijd opnieuw kiezen voor de liefde.
Al brengt deze keuze ons door een innerlijke woestijn van eenzaamheid
En verwarring, als we blijven vertrouwen, zal de liefde uiteindelijk overwinnen.

Jezus, de Christus, dat is de Gezalfde: de Koninklijke Herder, die ons leidt naar het
Ware leven.

En: De Zoon van de levende God:
De beminde Zoon, die ons doet delen in dat geweldige voorrecht ook Gods beminde
Dochters en zonen te mogen zijn, geliefd bij de Vader.

Laten wij God danken, dat wij zijn geliefde dochters en zonen mogen zijn.
En dat we op de weg om in die overtuiging en dat vertrouwen te groeien, elkaar tot
Steun mogen zijn in de gemeenschap van de Kerk!

Zoeken in Preken Online