Zusters en broeders,
Wie zeggen de mensen dat ik ben.
In mindere of meerdere mate zijn we daar allemaal mee bezig.
Wie zijn wij? En vooral: wie zeggen de mensen dat wij zijn? Hoe komen wij over? Genieten wij het respect van onze medemensen? Kunnen wij overal met opgeheven hoofd verschijnen, of weten wij ons gekwetst door wat we denken dat de mensen van ons vertellen? En is er dan wel iets om te vertellen, misschien?
We hebben een zeker zelfvertrouwen nodig om gelukkig door het leven te gaan.
Een zeker aanzien, een zekere vorm van geliefd zijn…
Het lijkt erop dat ook Jezus met die vraag bezig was, getuige het evangelie dat we hoorden.
Maar zou het?
Wie zeggen de mensen dat ik ben?
Een hele serie antwoorden dienen zich aan.
Jezus is voor zijn tijdgenoten duidelijk een profeet. Een groot profeet dan nog wel.
Maar de vraag verscherpt.
En gij, wie zegt gij dat ik ben…
Ze wordt gesteld aan de leerlingen.
Dus ook aan ons.
En wat is ons antwoord?
Hebben wij überhaupt een antwoord klaar?
Heel zeker kunnen wij ons wegsteken, ons vermommen met de antwoorden van anderen. De kerk biedt een hele serie titels aan die we in ons bidden vaak gebruiken. Maar is dat ons definitieve antwoord?
Hebben we daarmee gezegd wie hij voor ons is? Of zijn het lege woorden, gebruikt vanuit gewoonte, traditie…
Wie is Jezus voor mensen van onze tijd? Voor ons die hier samenkomen om zijn naam en nabijheid te vieren?
Wie iemand voor ons is, kunnen we veelal aflezen aan de tijd die wij investeren om bij die persoon aanwezig te zijn. De tijd die we maken om ermee te spreken, te luisteren, een eindweegs op weg te gaan. Beschikbaar te zijn… In die zin blijft het gezegde waar: een goede buur is beter dan een verre vriend. Want wat ben je met een vriend die afstand houdt en ver blijft, geen tijd vindt om nabij te zijn?
Wie is Jezus voor ons?
Hoeveel tijd geven we aan Jezus?
Hoeveel leven geven we aan Jezus?
Is Hij een verre vriend wiens waarden we eren? Waarden waarvan we wel de zin en de richting kennen, volgen zelfs?
Of zijn wij Hem graag ook effectief nabij? In het vertrouwen dat Hij het is die ons leven draagt en schraagt en met ons is, altijd en overal? Ook in de donkerste momenten, ook in de angst, in de onzekerheid. Een echte Vriend?
En van de weeromstuit: kan Hij op ons rekenen?
Kan Hij op ons zijn Rijk bouwen? Zijn wij een rots waarop zijn Kerk haar fundament kan leggen? Komt Jezus zichtbaar in ons leven? Is Hij te zien en te horen in wat we doen? In wat we zeggen? In ons zwijgen?
Het Rijk van God ligt in onze handen geborgen. Wij hebben de sleutel tot het leven en het geluk van onze medemensen. Voor een groot stuk dan toch…
En die sleutel,
Gebruiken wij die om deuren te openen?
Of om ze te sluiten, voor lang, of voorgoed?
Het zou mooi zijn, moesten we de vraag nooit van zijn leven echt loslaten:
Wie zegt Gij dat ik ben…