‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Op deze vraag van Jezus antwoorden de leerlingen wat ze gehoord hebben. Maar Jezus is met dat antwoord niet tevreden. Daarom vraagt Hij aan zijn vrienden: ‘En jullie, wie ben ik voor jullie?’\
Alleen Simon Petrus durft antwoorden: ’ Voor mij ben jij de Messias, de Zoon van de levende God.’ En Jezus prijst Petrus gelukkig. Hij is er van overtuigd dat God hem deze woorden in de mond heeft gelegd. Daarom geeft Hij Petrus een nieuwe naam: ‘Kefas’, wat ‘rots’ betekent. En met die nieuwe naam krijgt hij ook een nieuwe zending. Jezus geeft hem de sleutels van het rijk der hemelen.
Petrus was soms heel zwak, maar voor God moet je niet perfect zijn. De hartstocht waarmee je echt van mensen houdt is bepalend. Deze hartverwarmende Petrus maakt Jezus, ondanks allerlei tekorten, tot pijler van zijn kerkgemeenschap.
Als wij ons durven toevertrouwen aan de zorgzame en tedere handen van God, worden ook wij misschien één van de pijlers van onze kerkgemeenschap, net als Petrus.
En misschien geeft God ook ons dan een nieuwe naam én een nieuwe zending. Met kleine mensen kan God grote dingen doen.