Op een sleutelpositie staan

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Het is nogal wat als je plots gepromoveerd wordt om op een sleutelpositie te gaan staan. Dat is het hoogst mogelijke vertrouwen dat iemand in je kan stellen. Meer kan je aan een mens niet toevertrouwen. Dan beslis je om de deur te openen en te sluiten. In het evangelie heet dat: om te binden en te ontbinden. Meer macht kan aan een mens niet worden gegeven.

Die macht, dat vertrouwen, die sleutelpositie worden toevertrouwd aan een mens die zopas gefaald heeft en die nog zal falen. Hij wordt zelfs Satan genoemd… Het is dus niet omdat hij zo fijn is of zo hoog staat, dat hem de sleutels worden overhandigd… De logica van het stuk is dus op zijn minst eigenaardig.

Misschien komen we er een stuk achter als we beseffen, dat Petrus deze positie niet heeft gezocht en ook niet heeft gegrepen. Hoewel hij niet zonder ambitie was… De macht om te binden en te ontbinden is hem gegeven. Hij heeft gesproken uit naam van de andere leerlingen. Hij is hun woordvoerder; hun vóórman. Hij mocht, ondanks zijn persoonlijk falen, zeggen, dat Jezus méér is dan een man uit de galerij der groten, maar dat in hem God Zelf aan het woord is gekomen. Daar waren de leerlingen dus achter gekomen. Maar met deze belijdenis heb je nog geen gods-dienst. Als je Jezus durft te noemen bij zijn diepste naam, word jezelf ook bij je diepste naam genoemd: dan ben je zelf niet langer meer zomaar mens, zomaar een neutraal belijder. Noblesse oblige. Dan krijg je zelf ook een andere naam. Als je er toe komt te zeggen, dat God in Jezus is verschenen, dan is Hij ook in jou verschenen. Dan verander je ook van naam, van opdracht, van positie. Dan sta je voor de verantwoordelijkheid van je keuze. Dan word je een rots waarop gebouwd wordt, een mens op wie wordt gerekend. Een geloofsbelijdenis heeft consequenties: dan moet je ook anders gaan denken en leven.

Voor Petrus betekent het, dat hij uit naam van de anderen, moet binden en ontbinden, sluiten en openen. In de kerk van Matteüs hebben de ‘anderen’ hem dat mandaat gegeven. Hij zal het nooit alleen mogen doen! Nooit eigen-machtig, want hij heeft geen enkele macht uit zichzelf. Hij heeft die macht ontvangen. Hij is een hoge gedelegeerde, een verantwoordelijk beheerder. Hij zal moeten waken over de krachten ten goede en vechten tegen de tegen-machten. De enen zal hij behoeden, de anderen buitensluiten. Daartoe ontvangt hij de sleutels van het koninkrijk. Hij wordt niet de portier van de hemel, maar wel de portier van het goede tehuis op aarde. Hij zal mensen binnenlaten. Dat zullen vooral de sukkelaars zijn die overal en altijd buitengesloten worden. Hij zal de toegang weigeren voor al diegenen die met hun eigen vuile bijbedoelingen Gods bedoelingen zullen bederven en besmeuren.

Hij zal mensen mogen binden aan die Jezus die de Heer is geworden, de Christus, de Messias. Hij zal de duivels -ook zijn eigen duivels -aan banden moeten leggen. En aan de anderen, de broeders en de zusters, vragen om dat ook te doen. Dat wij daarbij falen, is niet het beslissende punt. Het beslissende punt is, dat wij, ondanks ons falen, een hoge roeping ontvangen. Telkens opnieuw.
En binnen onze kring zijn er mensen die ons daar voortdurend moeten aan herinneren. Die ons daartoe voortdurend moeten oproepen.

Daar staat een belofte op: als ik op jou mag rekenen, mag jij ook op Mij rekenen! Dan is je leven niet op zand maar op een rots gebouwd. De winden, de stormen en de regenvlagen zullen dan niet langer het laatste woord spreken. Dat behoort aan iemand toe die de Zoon is van de levende God.

Zoeken in Preken Online