Het lijkt erop dat Jezus even een opiniepeiling houdt: ‘Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ De antwoorden zijn minder uiteenlopend dan op het eerste gezicht lijkt. Er vallen weliswaar verschillende namen, maar ze behoren allemaal tot de categorie ‘profeten’. Alleen de percen¬tages ontbreken: zoveel zeggen ‘Elia’, zoveel ‘Jeremia’ enzovoort.
Veel belang hecht Jezus er verder niet aan. Ongemerkt heeft Hij de weg geëffend voor de vraag waar het Hem om te doen is: ‘En jullie, wie ben Ik volgens jullie?’ Bruusk en on¬ontkoombaar. Het gaat over Mij, zegt Jezus, en wat je antwoordt, moet nu van jou komen. Niet van anderen. Dit is geen overhoring van de catecheseles, dit is een persoonlijke confrontatie waaraan in het geloof niet te ontkomen valt.
Om het verschil tussen een opiniepeiling en Jezus’ vraag te laten aanvoelen, laat ik even enkele mogelijke antwoorden volgen: ik vind je een hoogstaand mens, maar met jouw manier van doen kom je in deze wereld niet ver; ik vind je verve¬lend, want je kijkt precies dwars door me heen; je stelt veel te hoge eisen, vraag niet dat ik met je optrek; ik geloof eigenlijk wel in je, maar ik durf daar niet openlijk voor uitkomen. Enzovoort. Misschien klinkt dat wat ontluisterend. Op het eerste gezicht hebben die antwoorden niets te maken met wat de leerlingen en Petrus zeggen. Maar de vraag waar het uiteindelijk om gaat, is van die orde: hoe sta jij persoonlijk tegenover Mij, wat denk je en voel je, wat heb je voor en wat heb je tegen Mij? Het zijn vragen die tot de echte ‘waarheidsarbeid’ van het geloven behoren. Elke mens moet daardoorheen om tot het echte geloof te komen, dit is de diepste waarheid omtrent de Heer en omtrent zichzelf. Juist daarom is geloven zoveel meer dan een opinie of de kennis van het juiste catechismusantwoord.
Er zijn allerlei vluchtwegen om die vraag van Jezus te ontwijken. Een ervan is de opiniepeiling: van Hem zeggen ze zus en zo. Het voordeel ligt voor de hand: door terug te vallen op wat ze zeggen, kan ik ook het vervolg ontwijken. Ik maak dat antwoord niet tot het mijne, dus kan men er mij nadien ook niet op vastpinnen.
Het antwoord op Jezus’ vraag heeft inderdaad gevolgen voor het verdere leven. Dat blijkt uit zijn repliek op Petrus’ antwoord. Als Petrus zover gekomen is dat hij Jezus’ diepste waarheid erkent, krijgt hij een taak mee die zijn leven voor¬goed verandert: hij zal de steenrots zijn waarop de Kerk gebouwd zal worden.
Mag ik even stout zijn? Zo te zien bouwt de Heer zijn Kerk niet op opiniepeilingen, maar op het persoonlijke antwoord van individuele mensen, die uitkomen voor hun geloof in Hem. De Kerk is daar waar Jezus in zijn volle werkelijkheid door mensen erkend en openlijk beleden wordt als de Christus, de Zoon van de levende God. En waar mensen de gevolgen van hun antwoord ook echt op zich nemen.