21e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

De beroemde belijdenis van Petrus ‘in de streek van Caesarea van Filippus’, in het uiterste noorden van het huidige Israël, tussen Libanon en Syrië, snijdt de Evangelies in twee. Vóór de belijdenis van Petrus klimt de lezer opwaarts. Met de belijdenis staat hij op de kam van een bergketen. Het Beloofde Land ligt open aan zijn voeten. Met steeds grotere spanning zal hij het betreden, met groeiende emotie zal hij Jezus’ drama volgen, tot in de hoofdstad zal hij zijn antwoord dragen: Jezus is ‘de Messias, de Zoon van de levende God’. Zijn beslissing omtrent Jezus is gevallen.

Na de wonderen willen de Farizeeën en de Sadduceeën nog een ’teken uit de hemel’. Maar ze zullen geen tekens meer krijgen. In de tekens die ze gezien hebben geloven ze niet. Andere tekens zijn nutteloos.

Alleen ‘het teken van Jona’ heeft nog zin voor hen. Ze zijn uitgenodigd om zich te bekeren op grond van Jezus’ eerlijke uitleg van de Wet, zoals het heidense Ninive zich bekeerde op het woord van de profeet Jona. Zoals Jona ‘drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster verbleef’, zal Jezus ‘drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde’. Nadien zal het woord van de Verrezene, zoals dat van Jona, grote vrucht dragen.

Jezus prijst Petrus zalig omdat God, niet een mens, niet ‘vlees en bloed’, hebben hem geleerd in Jezus de Messias te zien, omdat hij gelooft in de tekens die God door Jezus geeft.

De mensen stelden zich vragen en dachten van alles over Jezus. Sommigen zegden: ‘Hij is Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten’. Er zijn veel geschriften uit Jezus’ tijd waaruit blijkt dat de joden de wederkomst verwachtten van profeten en Godsmannen uit de traditie van Israël. Als Jezus optreedt denken velen dat Hij één van die Godsmannen is die teruggekomen is. Maar het is Petrus die het antwoord heeft: ‘Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God’.

Ja, zalig en gelukkig is Petrus die, van Godswege geïnspireerd, Jezus als de Messias erkent. Tekens heeft hij niet meer nodig en zelf vindt hij zijn eigen roeping, zijn eigen identiteit, zoals eenieder die in Jezus de Messias erkent.

Voor Petrus is die roeping heel bijzonder. Hij is ‘de rots’, waarop Jezus zijn Kerk bouwt. Het volk Gods, het Israël dat de Messias aanvaardt, zal na Jezus’ dood en verrijzenis door Petrus bestuurd en geleid worden. In hem zullen allen één zijn, tot de groep behoren. Hij zal de sleutels bewaren van het definitieve koningshuis van Israël, van het Rijk der hemelen, van de Kerk. Zoals Eljakim de sleutelmacht ontving van Davids huis, zo ontvangt Petrus de sleutelmacht van het huis van de nieuwe David. De nieuwe Stad, het Rijk der hemelen, de Kerk is een vesting, die door de macht van de hel niet meer zal overweldigd worden. ‘De poorten der hel’, de poorten van de vesting, van het Rijk van de onderwereld, van Hades, zullen door Jezus opengestoten worden. De macht van de dood zal het, met andere woorden, niet meer halen op de macht van het leven, van Jezus die zal verrijzen en in zijn Kerk zal leven.

Jezus zal verrijzen na zijn dood en in zijn levenskracht zal Hij allen tot zich trekken. Petrus zal met Hem leven en de Heilige Geest van God, die Jezus van de doden zal opwekken, zal allen die in Hem geloven, leiden en sterken met dezelfde levenskracht. Petrus’ bestuur en zijn beslissingen zullen de leiding van de Heilige Geest, van ‘de hemel’, uitvoeren ‘op aarde’. Petrus zal de hemel niet binden door zijn beslissingen, maar Jezus’ Geest zal de Kerk leiden en Petrus inspireren tot bindende beslissingen.

Op het ogenblik dat Jezus voor het eerst zijn lijden zal voorspellen, is zijn belofte aan Petrus, in aanwezigheid van de andere leerlingen, ook een eerste troost en bemoediging: het Rijk der hemelen zal gevestigd worden en Jezus’ dood zal niet het einde betekenen.

Zoeken in Preken Online