21e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Twee figuren staan vandaag centraal in de lezingen: Sjebna (hofmaarschalk en tempeloverste) en Petrus (visser en apostel van Jezus).

De ene - vrij onbekende Sjebna - wordt afgezet. De sleutels, tekenen van zijn macht, worden hem ontnomen en Petrus wordt juist aangesteld: hem worden de sleutels aangereikt.
Wie was die Sjebna en waarom wordt hij door Jesaja zo aangepakt en uit zijn ambt gezet?
De man was - zeggen de geschriften - een ijverig bestuurder, een adviseur des konings, een soort eerste minister, die in Jeruzalem de zorg had dat alles keurig verliep rondom hof en tempel. En dat kon hij. Maar mensen die alles schijnbaar ordelijk op poten hebben staan, zijn daarom nog niet geliefd bij God.
Die Sjebna en de profeet Jesaja leefden in een tijd dat Jeruzalem elke dag ingenomen kon worden door de koning van Babel. Alles wees erop dat het gevaar van die kant zou komen. Maar Sjebna doet er niets aan. De Bijbel vertelt dat hij druk doende was met zijn eigen grafmonument. Hij was bezig met zijn eigen praalgraf, misschien bang anders vergeten te worden. En intussen houdt hij in Jeruzalem de schijn op dat alles koek en ei is. De mensen van die stad staan op het punt gedeporteerd te worden, maar meneer de tempeloverste is blind voor het dreigende gevaar.
Jesaja wilde toen (maar dat kunnen wij ons ook ter harte nemen) dat mensen als Sjebna zich bezig gaan houden met wezenlijke dingen en meer aandacht zouden hebben voor wie geen praalgraf wacht. Omdat hij een lakei is met oog voor uiterlijk vertoon en schijnvrede, daarom worden hem de sleutels van tempel en hof ontnomen en iemand gezocht die als een vader zijn zal voor de mensen.
Daar tegenover wordt Petrus ten tonele gevoerd die de sleutels en de zeggenschap krijgt aangereikt. Is hij zoveel beter dan die Sjebna uit de geschiedenis van zijn volk?
In het evangelie valt hij voortdurend door de mand. Vorige week ging hij nog kopje onder. Hij doet stoer, maar als het erop aankomt is hij bang. Soms is het een driftkikker en andere keren een stoethaspel die niet weet wat hij zegt. Jezus noemt hem een ‘kei van een kerel’, maar ook ‘een steen des aanstoots’.
Waarom wordt zo iemand uitgekozen en die plichtsgetrouwe Sjebna zijn functie ontnomen?
Omdat Petrus, zo zwak als hij is, feilloos aanvoelde waar het Jezus om te doen was. Heel andere dingen dan waar Sjebna indertijd en wij ons nu nog druk om maken. Niet de perfectie, de orde en regel die je weet te handhaven is maatgevend bij God, maar de hartstocht waarmee je echt van mensen houdt is bepalend. En dan ben je bij die hartverwarmende Petrus aan het goede adres.
Maar voordat Jezus hem aanstelt als leider zijn er twee vragen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Wie leiding wil geven, moet blijkbaar weten wat er onder de mensen leeft. En de tweede vraag: Wie zeg jij dat Ik ben? Van hem wordt ook verwacht gelovig te getuigen over Jezus als de zoon van de levende God.
Omdat Petrus blijkbaar kan luisteren en op tijd durft spreken, is hij ondanks allerlei mankementen de aangewezen man. Ik hoop dat alle mensen van onze Petrusparochie en van zijn wereldkerk een beetje naar hem aarden.

Zoeken in Preken Online