Rots-vast

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Een rots is steenhard. In het verhaal dat wij vandaag lezen is Petrus die rots. Welnu, Petrus was niet rots-vast. Daarom noemt Matteüs hem: zoon van Jona. Jona nu was een profeet die de verkeerde kant opliep. Hij vluchtte. Hij was zwak en laf. Petrus is zijn kopie. Daarmee is de toon goed gezet. Als Petrus toch aangesteld wordt als hoofd, is dat noch vanwege zijn kwaliteiten noch vanwege het falen van zijn kwaliteiten. Wat is hier dan in het geding? We zullen Matteüs heel getrouw dienen te lezen.

Bij Matteüs is Petrus de woordvoerder van de twaalf en hier wordt gezegd dat Jezus dit statuut erkent. Daar kun je, me dunkt, niet naast kijken. Toch staat het hoofd niet los van het lichaam. Het is als logica zelfs potsierlijk. Zoiets heeft Jezus onmogelijk bedoeld. Hoe is Hij trouwens zelf voorganger geweest? Als een dienaar die bedient. Als een knecht die de voeten wast. Als een herder die de schapen naar hun weide leidt. Indien Hij dan Petrus installeert als voorganger, zegt dat veel ineens. Petrus kan niet zomaar de rots worden om er een hele stad op te bouwen. Daarvoor was hij als individu veel te rots-onvast. Het geheim van deze vreemde benoeming zou wel eens heel anders kunnen zijn.

In het Oude Testament werden mensen uitverkoren, nooit op basis van hun herkomst, nooit op basis van hun natuurlijke aanleg alleen. Een roeping was steeds een verrassing. David en Elisa waren niet zo evident de voorbestemde of de meest geschikte kandidaten. En toch! Dat is het goede woord: en toch. Ook voor Petrus geldt dit.

En toch zal het met Petrus als stuurman gebeuren. Dat risico loopt Jezus. Met Petrus vooraan kan het lukken. Met Petrus vooraan kan het mislukken. Als de hemel het met Petrus wil wagen, zal deze vooral de liefde moeten leren en de broederschap en de solidariteit. Dat is de echte rots waarop Jezus een gelovige gemeenschap bouwt. Als die Jona-zoon niet op deze rotsgrond bouwt, zal hij tevergeefs gezagdrager zijn. Hij zal dan moeten verdragen dat mensen die hem volgen op zand bouwen.

Dat is het grote punt. Echt gezag wordt niet toegeëigend. Het wordt toegekend aan mensen van vlees en bloed, die geleerd hebben niet exclusief naar hun hartslag en hun hartstocht te luisteren. Of Petrus dat alsjeblieft wil noteren! Hij draagt de schat van het besturen in broze vaten. Als hij dat van harte beseft, zal in hem Gods kracht duidelijk worden. Mensen mogen pas voor hem buigen als hij voor hen buigt. Dan wordt hij betrouwbaar als een rots en zal hij stevigheid bieden aan mensen die stevigheid nodig hebben.

Als God ons de zorg over mensen toevertrouwt, vraagt Hij aandacht voor iets wat ,,vlees en bloed niet openbaren". Hij bouwt zijn Kerk op datgene wat ondanks ons door ons gebeurt. Dat is een broos en heilig geheim.

Al twintig eeuwen lang leven wij vanuit deze (on)vastheid.

Zoeken in Preken Online