De gedachte des Heren

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Paulus stelt in zijn brief aan de Romeinen een vraag: ‘Wie kent de gedachte des Heren?’ Het is een retorische vraag. Paulus verwacht er geen antwoord op.

De vraag van Jezus aan het groepje rondom hem is geen retorische vraag. Hij verwacht een antwoord. Als dat niet direct komt, houdt hij aan. ‘Maar wie zeggen jullie dat ik ben?’ Zijn vraag verschilt in dit verband niet zo heel erg van Paulus’ vraag. Simon antwoordt: ‘Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God.’ Jezus feliciteert hem met zijn antwoord, en zegt dat waar Simon zich nu van bewust is, van de vader komt die in de hemel is.

Zo wordt Paulus’ vraag ook beantwoord. Simon is zich bewust geworden van wat er aan de hand is. Simon is op de hoogte van de ‘gedachte des Heren’. Op dat inzicht zijn geloof, autoriteit en alles gefundeerd.

Jezus geeft Simon dan zijn naam: ‘Op mijn beurt zeg ik u: gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.’ Dit innerlijke bewustzijn is als de rots waarop de stormen van de onderwereld, alle duivelse krachten en chaos veroorzakende machten nooit vat zullen krijgen. Op dit inzicht, op deze wijsheid, is de kerk gebouwd.

Het is dit bewustzijn, of dit geloof, dat voor ons een sleutelfunctie heeft als het om het koninkrijk van God gaat. Ieder, wie dan ook, die in dit inzicht deelt weet waar het om gaat, en heeft toegang tot de werkelijkheid zoals die is. Het gaat hierbij niet alleen maar om een morele kennis van wat er gedaan en niet gedaan moet worden. Het gaat om iets diepers dan dat soort van moraliteit. Het gaat ook niet alleen maar om het herstel van iets dat verloren was. Het gaat om inzicht in de aard van de schepping zelf. Het gaat om schepselen, die begiftigd zijn met de ‘gedachte des Heren’. Het gaat om mensen die zich bewust zijn van de fundamentele bedoeling en betekenis van Gods schepping.

Die mensen zijn uiterst belangrijk. Zonder hen zou het koninkrijk van God onder ons niet kunnen beginnen. Het is een koninkrijk waarin God vanzelfsprekend centraal staat. Maar het begint pas in onze wereld te functioneren als mensen in Gods inzicht delen. Dat bewustzijn, dat geloof, is de sleutel, waarmee we het koninkrijk voor deze wereld openen, of sluiten.

Simon is de eerste die ziet waar het om gaat, en wie Jezus is. Hij is de eerste onder gelijken. Hij blijft die rol van primus inter pares ook na Jezus’ dood en verrijzenis spelen. Maar de anderen blijven zich duidelijk bewust toch zijn gelijken te zijn. Hij wordt dan ook door hen ‘uitgezonden’ (Hand. 8,14), en als dat nodig is zonder meer ter verantwoording geroepen (Hand. 11,1-18).

Het is niet zozeer zijn persoon als zodanig, die als rots functioneert. Het is Petrus’ ‘inzicht’ dat het fundament is. Een inzicht dat ‘niet vlees en bloed aan hem geopenbaard hebben, maar de vader die in de hemel is'.

Een geloof dat gedeeld wordt door de anderen. Waar dat bewust geloof in Jezus aanwezig is, is er kerk. Dat woord ‘kerk’ is niet precies de term die door Matteüs hier gebruikt wordt. Het Grieks gebruikt het woord ekklêsia. Deze term wordt gebruikt in de oude Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuagint) om het Hebreeuwse woord qahal te vertalen.

Die term betekent ‘zij-die-samengeroepen-zijn’, of ‘het-volk-van-God’ een term die vooral tijdens en na het Tweede Vaticaanse Concilie opgeld deed. Het is een term die geen nadruk legt op organisatie, institutie, hiërarchie, liturgie, eredienst, of op de rol van Petrus. Het heeft een wijdere betekenis. Het heeft te maken met wat Jezus eerder in het evangelie van Matteüs zei: ‘Maar ieder die deze woorden van mij hoort en er naar handelt, kan men vergelijken met een verstandige man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het huis stond gegrondvest op de rots’ (Mat. 7,24-25; vgl. Luc. 6,47-48). Petrus heeft een speciale plaats, daar valt niets op af te dingen. Toch wordt van ons allen verwacht dat we zijn zoals hij: geworteld op de rots van ons geloof in Jezus Christus, en ontsluit(st)ers van Gods koninkrijk hier op aarde.

Zoeken in Preken Online