21e zondag door het jaar A (2002)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

“Het schuifje krijgen”, ik weet niet of u die uitdrukking kent, De jongere generatie kent ze zeker niet kent, de oudere generatie misschien wel. De term komt namelijk uit de tijd dat er gebiecht moest worden. Het kon wel eens gebeuren dat de absolutie geweigerd werd, omdat de biechtvader niet tevreden was met de biecht. Dan kreeg je het schuifje, zo heette dat in de volksmond. We kunnen er nu mee lachen maar toen kon dat een heel pijnlijke ervaring zijn, want als je met je doodzonden bleef zitten, dan had je een groot probleem.
Het schuifje krijgen was bijna zoiets als de deur naar de hemel voor je neus dichtgegooid krijgen. Nu was er in de praktijk nog wel eens een mouw aan te passen: als je van de pastoor geen absolutie kreeg, dan kon je altijd nog naar de Franciscanen of Capucijnen, die waren meestal wat milder.
Maar op de achtergrond stond toch altijd die Petrus aan de hemelpoort, en als je van hem het schuifje kreeg, dan was je verloren. Want hij had de sleutels tot de hemel en hij kon je binnen laten of buiten sluiten. Rond dit thema zijn allerlei leuke verhaaltjes bedacht, maar in wezen ging het voor velen om een bloedserieuze zaak.
Ik ben ervan overtuigd dat die manier van denken, die bangmakerij, nooit zo door Jezus bedoeld is: het gaat in tegen heel zijn blijde boodschap.
Jezus zelf was een sleutelfiguur: hij was het die de poort van het rijk der hemelen ontsloten heeft, hij was zelf de poort, en iedereen roept hij toe: kom toch binnen, kom en volg mij. Dat binnengaan moeten we niet te letterlijk verstaan, als door een poort gaan en zo een soort luilekkerland binnentreden. Dat is een wat al te simpel beeld van het rijk der hemelen: Dat rijk binnengaan betekent op de eerste plaats: zelf een ander mens worden. Het is niet voor niets dat in Jezus’ prediking zo vaak het “bekeert u” klinkt.
Het gaat om een verandering, een verbetering van je zelf, waardoor ons aardse leven en samenleven goed/beter wordt, en daar is Jezus de sleutel van. En als hij tegen Petrus zegt: ik vertrouw jou de sleutels toe van het rijk der hemelen, dan gaat het daarbij niet zozeer om een machtspositie: zo van: jij kunt binnenlaten of buitensluiten wie je wilt, maar dan gaat het veel meer om een vertrouwenspositie, zoals ook nu mensen de sleutel van hun huis toevertrouwen aan hun kinderen, goede buren of vrienden: en vaak betekent dat, zeker in de vakantieperiode: wil voor mijn huis zorgen als ik er niet ben. Bij Petrus betekent dat ook: als ik er niet ben, zorg dan voor mijn huis, voor mijn werk, mijn blijde boodschap, want die moet doorgaan.
Deze tekst wordt vaak aangehaald om de macht van de paus aan te geven, de paus is immers de opvolger van Petrus. Maar nogmaals het gaat niet om een macht maar om vertrouwen. Net als Jezus moet ook Petrus, en dus al zijn opvolgers, een sleutelfiguur zijn voor het rijk der hemelen, niet om mensen buiten te sluiten, niet om mensen te excommuniceren, maar juist om hen naar binnen te leiden en binnen te roepen.
Net als Jezus moet Petrus, en dus al zijn opvolgers, knellende banden losmaken zodat ze geen pijn meer doen, en banden aanhalen daar waar ze verwaterd zijn of vertroebeld.
Die opdracht aan Petrus, is niet alleen een opdracht aan zijn opvolgers aan paus en bisschoppen: het is een opdracht voor ons allemaal.
Wij zijn allemaal sleuteldragers, wij kunnen allemaal maken dat de poort naar het rijk der hemelen, naar een goede wereld, openstaat, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen: als wij anderen wat vreugde brengen, wat vrede, wat troost, wat verlichting en zo voor hen de deur naar wat geluk openen.
Maar als wij elkaar het schuifje geven, als we zeggen: ik wil niets met jou te maken hebben, als we onverschillig langs elkaar heen lopen, als we weigeren elkaar te vergeven, of tekort schieten in verdraagzaamheid, dan zitten we op de verkeerde weg, een weg die zeker niet leidt naar het rijk der hemelen. Dan doen we de deur dicht.

Zoeken in Preken Online