Zusters en broeders,
‘Fata Morgana’ is een schitterend zondagavondprogramma op één van de VRT. Een min of meer bekende Vlaming daagt een dorp of een kleine stad uit om in minder dan een week tijd vijf opdrachten tot een goed einde te brengen. Bij het eerste gezicht lijken die opdrachten stuk voor stuk onuitvoerbaar, zeker in zo’n korte tijd, en bovendien moet alles gratis gebeuren. ’s Maandags overvallen Sergio en Geena Lisa bij manier van spreken het dorp of het stadje, en ze gaan op zoek naar mensen die gek genoeg zijn om de verantwoordelijkheid op zich te nemen. En ook gek genoeg: ze vinden die mensen meestal tamelijk gemakkelijk. Doodgewone mensen: een bediende, een gepensioneerde, een onderwijzeres, noem maar op: allemaal mensen uit het volk die helemaal geen specialist zijn in het bouwen van boten, het verzorgen van keukenspecialiteiten, het bijeenbrengen van honderd dansende en zingende elfjes en ga zo maar door. Ik zei het al: onmogelijke opdrachten, uit te voeren door mensen uit de straat. Het enige doel: de opdrachten tot een goed einde brengen en vijf sterren verdienen. En elke week opnieuw gebeurt hetzelfde kleine wonder: niet alleen de mensen die de taken op zich genomen hebben, maar alle inwoners van de stad of het dorp groeien boven hun eigen mogelijkheden uit. Het wordt een week van intense samenwerking, van onbetaalde inzet voor elkaar, van geven zonder vragen, van vriendschap en vrede. En elke week opnieuw bezorgt dit programma aan de deelnemers intens geluk, uitbundige vreugde, een stukje hemel op aarde. En dat allemaal omdat ze iets gedaan hebben dat niet te doen was.
Zo is het ook met het Rijk der hemelen. In drie parabels vertelt Jezus ons over de vreugde en het geluk dat het brengt. Het kan je onverwachts in de schoot vallen, zoals die ploegende Palestijnse boer overkwam. Ook al ben je er niet naar op zoek, het kan er ineens zijn. God heeft immers zo zijn eigen wegen om zijn mensen te bereiken, om ze bij hun nekvel te pakken en te zeggen: “Ik ben er voor u.” Of het Rijk der hemelen kan het resultaat zijn van een zoeken, een willen, een streven, zoals bij de juwelenhandelaar en die vissers het geval was. Wij, christenen, wij horen bij die zoekers, bij die mensen onderweg, altijd op zoek naar dat Rijk dat Jezus ons in woord en daad heeft voorgeleefd.
En verder: het Rijk der hemelen is te vinden in het alledaagse doen van mensen als jij en ik. De ploegende Palestijnse boer, de juwelenhandelaar, de vissers. Geen niet bestaande of uitzonderlijke mensen, maar mensen uit het leven van alledag ten tijde van Jezus, maar ook in deze tijd.
Zusters en broeders, het is de derde zondag op rij dat Jezus ons in parabels over het Rijk der hemelen vertelt: het begon met de zaaier, het ging verder met het onkruid tussen de tarwe, het mosterdzaadje en de gist in het deeg. Vandaag komen daar drie nieuwe parabels bij, en telkens opnieuw blijkt dat Jezus het Rijk der hemelen koppelt aan het gewone dagelijkse leven. ‘Het Rijk der hemelen is midden onder u’, zegt Hij op een andere plaats.
‘Het Rijk der hemelen is midden onder ons.’ Zusters en broeders, Jezus beklemtoont en blijft beklemtonen dat zijn Rijk voor onze deur staat in de mens die aanbelt om de weg te vragen, in de straat rondloopt in de mensen die we ontmoeten en die allen onze broers en zussen zijn, want kinderen van dezelfde Vader. Het is er op ons werk, op ons kantoor, in ons bedrijf, tijdens onze vakantie, in ons gezin, in onze omgang met elkaar. Het is overal, maar we moeten het willen zien, eraan willen meewerken door onze vriendelijkheid, onze hulpvaardigheid, onze openheid, onze verdraagzaamheid, onze onbetaalde en ongevraagde inzet. Het ligt niet in grote dingen of in grote woorden, maar in ons gewone leven van elke dag. Het is als het programma Fata Morgana: het vraagt inzet en samenwerking. Het lijkt ondoenbaar en onbereikbaar, maar het streven ernaar doet ons boven onszelf uitgroeien. En de vreugde, het geluk erom is onbeschrijflijk, want het is als een schat in een akker of als een kostbare parel. En het is een schat van het soort waaruit nieuw en oud te voorschijn komt: samenwerking en rechtvaardigheid, en vriendschap en vrede. En dat zijn precies de dingen waaraan onze wereld heeft, en ook de dingen die een mens echt gelukkig maken. Niet rijkdom en haat en moord en doodslag, zoals we al in de eerste lezing hoorden, maar vrede en vriendschap en gerechtigheid. Dat is ons Fata Morgana, dat is ons stukje hemel op aarde, dat is ons Rijk der hemelen. Amen.
17e zondag door het jaar A - 2005
A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen