De schat en de parel (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Vertrouwd met de natuur en de cultuur van hun land konden de Joden vlug binnen treden in Jezus’ rijk gevarieerde beeldspraak. En dit keer toch zeiden ze dat ze zijn parabels goed begrepen .
\

  1. We hoorden zo even de gekende tweelingzussen-parabels, hand in hand, de schat en de parel.

    a.- Vooreerst de parabel van de schat in de akker. Een arme dagloner moet een vreemd stuk land beploegen; zijn trekdier zakt door een gat in de grond… Een schat ! De oorlogen van de oudheid hadden ook de bodem in Palestina vergiftigd met geborgen schatten, zoals bij ons nog granaten van de eerste wereldoorlog te vinden zijn. Volgens het Joodse recht was zulke schat eigendom van wie de akker bezat; wel mocht men de eigendom kopen om rechterlijk correct de schat meteen in de wacht te slepen. – De bijbel echter waarschuwde de Jood voor de heidense mentaliteit van de schattenjacht. Zo vermaande Jeremia de naburige volkeren, dat wie op zulke schatten vertrouwt, zelf verwoest en verstrooid wordt (Jer 48,7 en 49,4). In die geest zei Jezus ook: “Verzamel u geen schatten op aarde, waar worm en mot ze verteren, waar dieven komen en stelen; want waar uw schat is, daar is uw hart.” ( Mt 6, 19) – En de man die zijn ene talent gierig in de grond had begraven, zonder het te gebruiken, kreeg van de heer zeker geen pluim ( Mt 25, 25).

    b.- De parabel van de parel sluit daarbij aan. Parels werden opgevist in de Rode Zee en in de Perzische Golf. Ze waren kostelijker dan diamanten; men spreekt van parelen in de wereld van de Romeinse Keizers die een onvoorstelbare waarde hadden. Men gooide vanzelfsprekend geen parelen voor de zwijnen. Een parel was hét van hét. Het boek der spreuken, waarin wijsheid boven alles gaat, stelt wijsheid gelijk aan parelen( Spr 3,15; 8,11). Job achtte wijsheid hoger nog dan parelen. (Job 29, 18). En de sterke vrouw was meer dan parelen waard (Spr 31,10). Dat was meer dan een compliment. Zulke parel wordt nu de koopman aangeboden.
    \
  2. De toehoorders konden nu vermoeden dat de vinder van die schat ermee een prachtig paleis ging kopen, slaven in dienst nemen, een luxueus leven leiden; of dat de koopman van de parel ermee de hand ging vragen van een mooie prinses, zoals het in de sprookjes gebeurt. – Maar nee. Jezus verbaast, verrast of ergert, en Hij bereikt een knal-effect. Men blijft bij die schat, men blijft bij die parel. Dat is het ‘doel’. De schat is het Rijk Gods, de parel is het Rijk Gods. Daarvoor geeft men alles prijs, verzaakt men aan alles, en wel met grote vreugde. - Van die vreugde sprak Jezus reeds bij die eerste parabel van de zaaier: “ Hij die het woord hoort en het terstond met vreugde opneemt… “ ( Mt 13,20). Diezelfde vreugde horen we bij de herder die zijn honderdste schaapje terug ontdekt, de vreugde bij de vrouw die haar drachme (haar muntstuk) terugvindt, de vreugde van de barmhartige vader die zijn verloren zoon terugkrijgt… - Die vreugde is het gevolg van de radicale keuze voor het Rijk Gods. Om blij te zijn mag men zichzelf niet zoeken. Het gaat om zijn Rijk van Liefde. Dat gebeurt als we God in alles God laten zijn, met alle consequenties voor ons in ons engagement naar de anderen toe. Het Rijk Gods is midden onder ons. Vlak bij de hand. Het ligt voor het grijpen. Maar eerst zien we die waarde niet; onze blikken zijn afgestompt.
    \
  • In een van de boeken van Agatha Christi vraagt Kapitein Hastings aan de detective Poirot: “ Wat doet ge toch om al die dingen te ontdekken ?” Waarop Poirot antwoordde: “ Ik doe daar niets voor; ge moet alleen maar goed kijken ! “- Het is wat Salomo vroeg aan God: “Geef uw dienaar een opmerkzame geest.” (1 Kon 3,5-12 – eerste lezing) - Van onze verblinding zei de Franse Priester de Lamennais: “Gelovige mensen sluiten hun ogen om beter te kunnen zien.” Op een kalender las ik ooit: “Blinde ogen zien beter dan blinde harten”. Dat was het wat Jezus bedoelde bij de genezing van de blindgeborene: “ Ik ben gekomen opdat de niet-zienden zouden zien…” ( Joh 9, 39). Het ging veelmeer dan om een fysisch zien. Vandaar: “ Gelukkig uw ogen omdat zij zien …”(Mt 13,16)

    * Merk nu op dat deze twee parabels opvallend kort zijn. Kort als de tussentijd ons gegeven. Het is de beperkte tijd van onze keuze. De kans ons geboden gaat voorbij als een bliksemschicht.-Beide parabels zijn bewust omkaderd, als gesandwicht, tussen twee langere parabels over de schifting bij het einde: de parabel van vorige zondag over de tarwe en de schijntarwe, waarbij de heer van de oogst eerst nog zei niet onmiddellijk te wieden, later wel; en vandaag ook de parabel van het sleepnet dat goede en slechte vissen vangt. Tegenover de “vreugde” valt hier nu zelfs het woord “geween”. Het verhaal van Jezus krijgt een dramatische wending. Mattheus geeft later nog andere lange parabels over het komend oordeel, gepaard aan de oproep tot waakzaamheid. Hij vond ze belangrijk. Eens gaan we over onze keuze verantwoording geven. Vandaag nog moeten we kiezen voor die schat en die parel. Ze zijn onze prioriteiten. We moeten dringend vinden, prijsgeven en kopen. Nu. “ Dit is de gunstige tijd, dit is de dag van het heil.” ( Jes 49,8; 2 Kor 6,2)

Zoeken in Preken Online