De twee gelijkenissen over de schat en de parel zijn boeiend door hun eenvoud en duidelijkheid. ‘Hebben jullie dit alles begrepen?’ vraagt Jezus en zoals de apostelen kunnen ook wij volmondig antwoorden: ‘Ja'.
Ja, alles is heel duidelijk zolang het over een schat en een parel gaat, iedereen zou zo handelen. Maar als het gaat over de schat of de parel van het Gods Rijk ligt de zaak heel anders. Alles opofferen voor het Rijk van God is niet zo vanzelfsprekend. Wij krijgen zo weinig in handen, terwijl wij zo veel uit handen moeten geven. Naar stoffelijke dingen kun je soms hevig verlangen en als je ze verworven hebt, gaat de vreugde over het bezit vaak vlug verloren en zoek je weer verder.
Naar de geestelijke gaven van het Gods Rijk verlangen de mensen doorgaans niet, zij zoeken ze niet. Maar aan hen die die gaven weten te ontdekken, geven ze een ongekend geluk: geestelijke gaven verzadigen de mens.
Daarom noemt Jezus het Rijk Gods ook een verborgen schat. Je kunt die schat niet verwerven of verdienen, je weet immers niet waar ze verborgen is. Een schat vinden is altijd een geschenk. Het Rijk Gods is niet door inspanning alleen te verwerven, wij kunnen alleen maar bereid zijn ons door die schat te laten overweldigen. Maar dan moet die schat je ook echt veel waard zijn. Je moet in vreugde alles kunnen verkopen om die schat te verwerven. De schat moet zo boeiend zijn dat heel je denken en doen erdoor bepaald wordt, dat alle andere dingen tweederangs worden. Dit overweldigd worden door het Rijk Gods, zodat je met vreugde alles prijsgeeft is zeker ook een genade. Alleen dan kun je al het andere laten staan en liggen.
Het Rijk Gods, zegt Jezus, is in staat om de mens te boeien, er is niets groters denkbaar, maar dikwijls zijn de mensen niet bereid om de prijs te betalen die daarvoor gevraagd wordt.
Het Rijk Gods is verborgen in de akker. Wie de schat wil bezitten, moet de akker erbij nemen. Het Rijk Gods zweeft niet in de wolken, is ook niet iets van het hiernamaals, nee, het is verborgen in de akker van de wereld en het groeit in deze wereld. Het Rijk Gods wordt zichtbaar waar mensen elkaar liefhebben en telkens weer elkaar vergeven, waar mensen elkaar hoogachten, waar mensen in Jezus’ naam beginnen te leven. Zo breidt de hemel op aarde zich uit.
‘Heb je dit alles begrepen?’ zo vraagt Jezus vandaag aan ons. Misschien zullen wij nu niet meer zo gemakkelijk ‘ja’ antwoorden. Met ons verstand weten wij dit alles wel, maar vreemd genoeg aarzelen wij steeds om met vreugde alles te verkopen om die schat te verwerven. Waarom eigenlijk? Wij zien toch dat de inzet voor het Rijk Gods de moeite waard is, zoveel mensen voor ons en midden onder ons getuigen dat wie zo durft te leven, gelukkig is.
Een journalist zag hoe Moeder Teresa bezig was stervenden van de straat op te rapen en te verzorgen. ‘Voor geen miljoen zou ik dat werk willen doen’, zei hij. ‘Ik ook niet’, zei Moeder Teresa. Voor geen geld ter wereld. Haar geluk vindt zij niet in het geld, maar in de opbouw van het Rijk Gods in deze wereld.
Konden wij dat ook maar beter begrijpen. Laten we erom bidden, want dat te kunnen begrijpen is ook een geschenk van God. Maar wie echt zoekt naar deze schat, zal hem ook vinden.