Eens heeft een Nederlandse dominicaan een boek geschreven over die ‘moeilijke Paulus’. Paulus heeft voor vele mensen de kwalijke reputatie moeilijk te zijn. Ik ben de laatste om dat tegen te spreken.
Wat doet nu een mens als hij iets moeilijk vindt? Hij legt bijvoorbeeld het probleem breed voor zich uit op een grote tafel. Hij zoekt of er geen elementen zijn die steeds terugkeren. Dan heeft hij dat toch al in de hand. Ofwel zoekt hij naar de hoofdingang om van daaruit toegang te krijgen tot de vele plaatsen en gangen van het ingewikkelde huis. Zo moet je het met Paulus doen. Zijn redeneringen, zijn intellectuele breiwerk, blijven moeilijk. Maar er bestaat een sleutel om de hoofddeur te openen.
Je moet ervan uitgaan dat hij een gepassioneerd farizeeër is geweest en dat hij dat even gepassioneerd heeft afgezworen. Alles schuilt in het geheim van zijn bekering. Paulus heeft verbrand wat hij heeft aanbeden en aanbeden wat hij heeft verbrand. Volgens hem moeten ook wij heel ons denken over God en mens en wereld omkeren.
De eerste en meest spontane reflex van de gelovige mens is dat hij God wil dienen en gehoorzamen. De volgende stap is dat hij dat moet tonen door concrete gehoorzaamheid. Daarop geeft God dan zijn zegen aan de trouwe mens. Welnu, dat breekt Paulus af. De mens die het zo doet, begint aan de verkeerde kant. Hij bindt Gods trouw aan zijn menselijke trouw. De mens die zo flink zijn best doet, plaatst God voor de keuze: ofwel hem zegenen ofwel hem afwijzen. Dat is ongehoorde pretentie.
Wij mogen er niet van uitgaan dat wij God liefhebben. Ons uitgangspunt zou beter zijn: God bemint ons onvoorwaardelijk. Hij geeft geen antwoord op onze liefde. Het is andersom. Op het eerste gezicht is dat de evidentie zelf. Toch zijn wij allemaal het liefst farizeeërs: dan bepalen wij de koers van ons leven zelf. Wij bepalen graag onze gehoorzaamheid zelf. Wij zijn zo graag overwinnaars in de koers… de bloemen leggen we wel neer op Gods altaar.
Vandaag staat in de Romeinenbrief dat God in alles het heil bevordert van hen die Hem liefhebben. Alles begint bij Hem. Wij hoeven niet veel of niets te bewijzen. God is gratis. Daaraan mag een mens nooit twijfelen. En dat doet een mens nu voortdurend. Hij hecht graag zoveel belang aan wat hij is en doet, opdat God het ook belangrijk zou vinden. De bewijzende mens toch! Paulus zou zeggen dat de mens daarmee alleen maar bewijst hoe nerveus hij is van binnen. En God zou hem daarvoor moeten belonen?
God is niet een president die vooraan zit bij de prijsuitdeling. Hij zit liever op onze stoel, in onze keuken om ons te zeggen dat Hij onze krampachtigheid wil genezen door nabijheid. Het leven is immers geen examen. Het is ook geen dictee. Dat is allemaal bewijstaal. Leven is toestaan dat God ons liefheeft en dat alleen die liefde ons geneest. De rest is verdoken pretentie. Zo lief en zo streng is die moeilijke Paulus.
Van iemand die streng en ascetisch had geleefd, werd bij zijn sterfbed gezegd dat hij een heilige was. De wijze zei: hij heeft altijd zijn wil van God gedaan.