De Schriftlezingen van vandaag, maar ook het leven zelf, roepen de
vraag op: Hoe en waar is Gods koninkrijk te vinden? Het antwoord “ooit
bij God in de hemel” is dan onvoldoende. Hier en nu leven wij, en als
we van Jezus iets mogen leren, dan is het dat dit leven er toe doet. Op
elke bladzijde van het evangelie wordt duidelijk dat het Jezus in zijn
leven gaat om het koninkrijk Gods. Zijn daden zijn tekenen van het
naderende koninkrijk, zijn woorden maken ons attent op de komst en de
groei ervan en sporen ons aan hier voluit aan mee te werken. Hier en nu
op deze aarde, en zeker in Hem, moet Gods koninkrijk zichtbaar worden,
en moeten wij er minstens sporen van kunnen ontdekken.
Toch zegt Jezus nergens: “Kijk, hier heb je het koninkrijk der
hemelen”, bijvoorbeeld ons uitverkoren volk Israël is het koninkrijk
van God zoals ik ook niet geloof dat de staat Israël dat nu is, net
zomin als de kerk of de Lucasparochie. Wat ik wel geloof, is dat het
koninkrijk der hemelen overal te vinden is. Dus ook in de huidige staat
Israël met al dat geweld, racisme en politieke problemen? Jazeker. En
ook in de (RK) kerk? Zeker. En in onze parochie en in onze buurt?
Zonder enige twijfel! En in mijn eigen familie en vriendenkring, en in
mijzelf? Absoluut.
Waarom weet ik dat zo zeker? Kijk maar naar de gelijkenissen van Jezus.
Dat zijn geen idealistische dromen over hoe het hopelijk ooit zal
worden, maar stuk voor stuk voorbeelden uit het dagelijks leven, die
gaan over de heel gewone mensen en dingen. Jezus trok tussen de velden
door, en Hij ontmoette landbouwers, herders, vissers, kooplieden. Zij
kochten een stuk land, en haalden hun visnetten binnen, en precies
daarin - laat Jezus zien - is het koninkrijk der hemelen te vinden.
Wat verder opvalt is dat Jezus vanuit steeds verschillende
perspectieven over het koninkrijk spreekt. De ene keer begint Hij bij
een schat die in de akker verborgen ligt, misschien al jaren of eeuwen
of zelfs sinds de ballingschap, zonder ooit ontdekt of op waarde
geschat te zijn. Maar wie die schat vindt, weet dat die alles waard is.
Kortom, er liggen schatten onder onze neus verborgen die wij
gemakkelijk over het hoofd zien.
Bij de volgende gelijkenis start Jezus bij een koopman die parels
verzamelt maar nu een heel kostbare parel vindt en daar alles voor over
heeft. Zo gaat het ook met Gods koninkrijk, zegt Jezus: als je dat
eenmaal ontdekt, heb je daar alles voor over.
Het spoor van Gods koninkrijk moeten we volgens Jezus dus leren
ontdekken. Hij zegt niet: Het koninkrijk der hemelen ís gewoon dit of
dat. Als het zo simpel was, zou Hij wel gewoon dit of dat zeggen in
plaats van al die gelijkenissen. Nee, Jezus zegt niet: “Het koninkrijk
is”, maar steeds: “Het gaat met het koninkrijk der hemelen als met
….” Het gáát; niet: het ís, maar het gáát, waardoor Hij de nadruk
legt op de dynamiek, op de beweging. Gods koninkrijk wordt niet
vastgelegd of vastgepind, het is ook nog nergens geheel af en volmaakt
te vinden, maar sporen en vonkjes zijn er overal en het is altijd nog
in groei en ontwikkeling.
Daarom is de weg naar Gods koninkrijk geen weg in de zin van: Ik ga
naar huis, want daar ben je níet, tot het moment dat je aankomt; maar
eerder een weg in de zin van: ik word volwassen, want dat ben je niet
opeens, maar word je gáándeweg in een groeiproces, waarbij je het - ook
in jezelf - langzamerhand steeds meer ontdekt.
Zoals het woord “hemel” een eerbiedige Joodse uitdrukking is die naar
God verwijst zonder de naam van God zelf te hoeven noemen, zo is het
koninkrijk der hemelen ook een beeld van God zelf: door ons mensen
nooit volledig gekend of gevonden. God is ons leven lang als de vreemde
Vertrouwde of de vertrouwde Vreemde.
En toch laat God zich wel vinden, op allerlei momenten overal in ons
leven. God komt naar ons toe, schenkt en openbaart zich in alle
facetten van ons dagelijks leven, en doet dat niet vrijblijvend, maar
zo uitnodigend dat als we dit zien en verstaan wel haast mee móeten
doen zoals het bij bepaalde ritmes van dansmuziek haast onmogelijk is
om stil te blijven zitten.
Ook deze week klinkt in een van de gelijkenissen weer een verwijzing
naar het definitieve oordeel aan het einde van de rit: niet om ons bang
te maken maar wel om serieus te nemen dat wij nu in dit leven keuzes
maken, steeds opnieuw en door deze gelijkenis nu dringend worden
opgeroepen om naar ons eigen leven te kijken: Waar kunnen we ons nog
verbeteren, ons meer open stellen voor de ander, laten raken in ons
hart?
Daarom nogmaals de startvraag van deze overweging: Hoe en waar is Gods
koninkrijk te vinden? Welke schatten en parels vragen er om zich door
ons te laten ontdekken in ons dagelijks leven, in onze omgang met
elkaar, met onze veelsoortige buurtgenoten samen in één visnet, met ons
goed en ons kwaad, en hoe kunnen wij bijdragen aan de komst van Gods
koninkrijk?
Wat de kern is van het koninkrijk der hemelen leren we slechts
gaandeweg kennen als we het aandurven om leerling te worden van dat
koninkrijk, door in ons dagelijks leven mee te trekken met Jezus en al
die andere goede mensen die opkomen voor een rechtvaardige wereld waar
plek is voor iedereen, door te durven kiezen en daar voor te gaan.
Wat wij allereerst nodig hebben om in onze hectische, drukke wereld vol
van bedreigingen en angst een goede keus te kunnen maken, om de
dringende oproep aan ons leven te verstaan, is niet een lang leven,
geen materiële rijkdom of de vernietiging van onze vijanden en onze
angsten, maar - zoals koning Salomo aan het begin van zijn
regeerperiode vraagt - een opmerkzame geest: een verstandig hart met
gevoel, inzicht en wijsheid. Doordat hij dit kiest, blijkt hij niet
alleen bedacht op zichzelf en zijn eigen geluk, maar allereerst op de
mensen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, die met hun moeilijkheden
naar hem komen om voor hen recht te spreken.
Daarin schuilt het echte geluk, de bijdrage aan Gods koninkrijk: dat
wij mensen elkaar recht doen, dat wij mensen elkaar helpen tot ons
recht te komen.
Zo gaat het met het koninkrijk van God: zo groeit de hemel hier op onze aarde.
Gods (op)gave aan ons: het koninkrijk der hemelen (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen