Gods (op)gave aan ons: het koninkrijk der hemelen (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

De Schriftlezingen van vandaag, maar ook het leven zelf, roepen de vraag op: Hoe en waar is Gods koninkrijk te vinden? Het antwoord “ooit bij God in de hemel” is dan onvoldoende. Hier en nu leven wij, en als we van Jezus iets mogen leren, dan is het dat dit leven er toe doet. Op elke bladzijde van het evangelie wordt duidelijk dat het Jezus in zijn leven gaat om het koninkrijk Gods. Zijn daden zijn tekenen van het naderende koninkrijk, zijn woorden maken ons attent op de komst en de groei ervan en sporen ons aan hier voluit aan mee te werken. Hier en nu op deze aarde, en zeker in Hem, moet Gods koninkrijk zichtbaar worden, en moeten wij er minstens sporen van kunnen ontdekken.

Toch zegt Jezus nergens: “Kijk, hier heb je het koninkrijk der hemelen”, bijvoorbeeld ons uitverkoren volk Israël is het koninkrijk van God zoals ik ook niet geloof dat de staat Israël dat nu is, net zomin als de kerk of de Lucasparochie. Wat ik wel geloof, is dat het koninkrijk der hemelen overal te vinden is. Dus ook in de huidige staat Israël met al dat geweld, racisme en politieke problemen? Jazeker. En ook in de (RK) kerk? Zeker. En in onze parochie en in onze buurt? Zonder enige twijfel! En in mijn eigen familie en vriendenkring, en in mijzelf? Absoluut.

Waarom weet ik dat zo zeker? Kijk maar naar de gelijkenissen van Jezus. Dat zijn geen idealistische dromen over hoe het hopelijk ooit zal worden, maar stuk voor stuk voorbeelden uit het dagelijks leven, die gaan over de heel gewone mensen en dingen. Jezus trok tussen de velden door, en Hij ontmoette landbouwers, herders, vissers, kooplieden. Zij kochten een stuk land, en haalden hun visnetten binnen, en precies daarin - laat Jezus zien - is het koninkrijk der hemelen te vinden.

Wat verder opvalt is dat Jezus vanuit steeds verschillende perspectieven over het koninkrijk spreekt. De ene keer begint Hij bij een schat die in de akker verborgen ligt, misschien al jaren of eeuwen of zelfs sinds de ballingschap, zonder ooit ontdekt of op waarde geschat te zijn. Maar wie die schat vindt, weet dat die alles waard is. Kortom, er liggen schatten onder onze neus verborgen die wij gemakkelijk over het hoofd zien.
Bij de volgende gelijkenis start Jezus bij een koopman die parels verzamelt maar nu een heel kostbare parel vindt en daar alles voor over heeft. Zo gaat het ook met Gods koninkrijk, zegt Jezus: als je dat eenmaal ontdekt, heb je daar alles voor over.

Het spoor van Gods koninkrijk moeten we volgens Jezus dus leren ontdekken. Hij zegt niet: Het koninkrijk der hemelen ís gewoon dit of dat. Als het zo simpel was, zou Hij wel gewoon dit of dat zeggen in plaats van al die gelijkenissen. Nee, Jezus zegt niet: “Het koninkrijk is”, maar steeds: “Het gaat met het koninkrijk der hemelen als met ….” Het gáát; niet: het ís, maar het gáát, waardoor Hij de nadruk legt op de dynamiek, op de beweging. Gods koninkrijk wordt niet vastgelegd of vastgepind, het is ook nog nergens geheel af en volmaakt te vinden, maar sporen en vonkjes zijn er overal en het is altijd nog in groei en ontwikkeling.

Daarom is de weg naar Gods koninkrijk geen weg in de zin van: Ik ga naar huis, want daar ben je níet, tot het moment dat je aankomt; maar eerder een weg in de zin van: ik word volwassen, want dat ben je niet opeens, maar word je gáándeweg in een groeiproces, waarbij je het - ook in jezelf - langzamerhand steeds meer ontdekt.

Zoals het woord “hemel” een eerbiedige Joodse uitdrukking is die naar God verwijst zonder de naam van God zelf te hoeven noemen, zo is het koninkrijk der hemelen ook een beeld van God zelf: door ons mensen nooit volledig gekend of gevonden. God is ons leven lang als de vreemde Vertrouwde of de vertrouwde Vreemde.
En toch laat God zich wel vinden, op allerlei momenten overal in ons leven. God komt naar ons toe, schenkt en openbaart zich in alle facetten van ons dagelijks leven, en doet dat niet vrijblijvend, maar zo uitnodigend dat als we dit zien en verstaan wel haast mee móeten doen zoals het bij bepaalde ritmes van dansmuziek haast onmogelijk is om stil te blijven zitten.

Ook deze week klinkt in een van de gelijkenissen weer een verwijzing naar het definitieve oordeel aan het einde van de rit: niet om ons bang te maken maar wel om serieus te nemen dat wij nu in dit leven keuzes maken, steeds opnieuw en door deze gelijkenis nu dringend worden opgeroepen om naar ons eigen leven te kijken: Waar kunnen we ons nog verbeteren, ons meer open stellen voor de ander, laten raken in ons hart?

Daarom nogmaals de startvraag van deze overweging: Hoe en waar is Gods koninkrijk te vinden? Welke schatten en parels vragen er om zich door ons te laten ontdekken in ons dagelijks leven, in onze omgang met elkaar, met onze veelsoortige buurtgenoten samen in één visnet, met ons goed en ons kwaad, en hoe kunnen wij bijdragen aan de komst van Gods koninkrijk?

Wat de kern is van het koninkrijk der hemelen leren we slechts gaandeweg kennen als we het aandurven om leerling te worden van dat koninkrijk, door in ons dagelijks leven mee te trekken met Jezus en al die andere goede mensen die opkomen voor een rechtvaardige wereld waar plek is voor iedereen, door te durven kiezen en daar voor te gaan.

Wat wij allereerst nodig hebben om in onze hectische, drukke wereld vol van bedreigingen en angst een goede keus te kunnen maken, om de dringende oproep aan ons leven te verstaan, is niet een lang leven, geen materiële rijkdom of de vernietiging van onze vijanden en onze angsten, maar - zoals koning Salomo aan het begin van zijn regeerperiode vraagt - een opmerkzame geest: een verstandig hart met gevoel, inzicht en wijsheid. Doordat hij dit kiest, blijkt hij niet alleen bedacht op zichzelf en zijn eigen geluk, maar allereerst op de mensen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, die met hun moeilijkheden naar hem komen om voor hen recht te spreken.
Daarin schuilt het echte geluk, de bijdrage aan Gods koninkrijk: dat wij mensen elkaar recht doen, dat wij mensen elkaar helpen tot ons recht te komen.

Zo gaat het met het koninkrijk van God: zo groeit de hemel hier op onze aarde.

Zoeken in Preken Online