Mijn oudtante Leen werkte samen met haar 2 zussen en broer haar hele
leven op de boerderij en op het land. Zij leefden dichtbij de natuur.
Ze wisten precies wanneer de zaden gezaaid moesten worden, wat er moest
gebeuren om een zo groot mogelijke opbrengst te krijgen, wanneer er
geoogst kon worden. Zij waren diepgelovig. Leens motto was: hard
werken, niet klagen - en bidden om kracht. Maar Leen was ook praktisch:
“waar mest is daar is ook God”. Voor een goede oogst zijn soms
hulpmiddelen nodig, maar God laat alles gebeuren. Zij lieten elke
bezoeker delen in de overvloedige oogst. Tante Leen, die onlangs
overleden is, is 97 jaar geworden. Bij het lezen van het dodenprentje
moest ik denken aan de lezingen van vandaag.
De twee lezingen van vandaag gaan over Gods woord. In beide komen we het beeld tegen van de zaaier en het zaad.
In Jesaja heeft de profeet het volk opgeroepen tot bekering en
benadrukt dat God dichtbij is. Men moet alleen luisteren. Gods woord is
betrouwbaar en waarachtig, in tegenstelling tot de mensen, die vaak
iets zeggen of beloven maar het niet doen. Dit illustreert hij met een
vergelijking. Zoals de regen en de sneeuw de aarde door hun vocht
vruchtbaar maken (het zaad laten groeien en vrucht laten dragen) -en
dan pas terugkeren - zo zal ook het woord van God niet vruchteloos
terugkomen maar eerst alles volbrengen wat Hij wil.
In Matteus vertelt Jezus aan het volk een parabel. Jezus maakt
onderscheid tussen enerzijds het volk dat het woord van God niet kan of
wil volgen en anderzijds de apostelen die wel inzicht hebben in wat het
koninkrijk van God inhoudt. Dat is de reden dat Jezus kiest voor een
gelijkenis die dichtbij het dagelijks leven van het gewone volk staat.
(en de natuur is herkenbaar voor hen)
Het verhaal van de zaaier lijkt ogenschijnlijk gemakkelijk. Jezus legt
(zelfs) nog uit aan de apostelen wat hij bedoelt met de gelijkenis. Hij
vergelijkt het zaad, dat op verschillende soorten grond wordt gezaaid,
met mensen.
Wij leven niet meer dichtbij de natuur. Wat heeft deze parabel ons
vandaag nog te zeggen? Waar zouden wij onszelf plaatsen / wat voor mens
zijn wij als het om het geloof gaat?
Jezus noemt 4 situaties:\
- Het zaad dat op de weg valt had natuurlijk wel kiemkracht, maar wordt geroofd. Hiermee worden mensen bedoeld die het woord wel horen maar niet kunnen of willen begrijpen. Kunnen we hier mensen onder verstaan die denken: nee, die kerk, dat is niks voor mij? Velen hebben zich immers de afgelopen decennia afgewend van het geloof. Of mensen die ontgoocheld zijn en denken dat zij in hun eentje toch geen verschil kunnen maken. De wereld is toch al zo slecht en rot.\
- Zijn wij het zaad dat op rotsachtige bodem gezaaid is, maar geen wortel heeft geschoten?
Jezus haalt mensen aan die Gods woord wel horen, ook enthousiast zijn, maar leven bij het ogenblik. Als het leven moeilijk wordt, als er druk van buitenaf is slaat de twijfel toe. Hij heeft het ook over mensen die om hun geloof verdrukt worden. Hier in Nederland is geen sprake van verdrukking maar in veel andere landen met dictaturen wel. Hoe zouden wij het ervan af brengen, als we vervolgd zouden worden om ons geloof? Zouden we volharden in ons geloof ?\ - Of herkennen wij ons misschien in het zaad dat tussen de distels verstikt wordt? Zijn wij degenen die ons teveel bezig houden met het materiële, of degenen die ons overal druk om maken in deze jachtige mediamaatschappij en daardoor het woord niet goed horen? Hoe kunnen wij dan vrucht dragen, als het woord van God niet beklijft?\
- Dan is er het zaad dat op goede bodem valt; Jezus rekent onder deze
groep degene die het woord hoort en begrijpt en daarom vrucht draagt.
De oogst is veelvuldig maar verschillend zegt Jezus. Horen wij bij deze
groep, gelovigen die hun geloof uitdragen en vermeerderen?
Waar staan wij?
De parabel roept nog een vraag op: gaat de gelijkenis wel helemaal op?
Het lijkt zo’n negatief beeld: er is maar 1 groep mensen die het er goed vanaf brengt.
Moet al het zaad verstikt raken tussen de distels? (in een volgende gelijkenis kan de tarwe wel tussen onkruid groeien) Kan een plantje niet groeien op een rotsachtige plek?
Wat ook vreemd is: Als God de zaaier is, zijn wij dan voorbestemd om geboren te worden als zaadje dat slecht terechtkomt en dus niet tot wasdom kan komen? Dan bepalen wij niet de plek waar we gezaaid worden. Als het zaad staat voor de mens die het woord van God wel of niet verstaat, kun je dan nog wel veranderen, kun je nog groeien? God heeft ons toch geschapen als verantwoordelijke vrije mensen.
Dat lijkt niet te rijmen met deze parabel, maar misschien moeten we ons daar ook niet druk om maken. Een parabel is vaak erg zwart-wit, want de eenvoudige boodschap moet goed overkomen. We moeten het verhaal ook in historisch perspectief zien. Er waren veel joden die Jezus niet geloofden of die de komst van koninkrijk van God te lang vonden duren.
Wat Jezus wil duidelijk maken met deze parabel is dat er bij het zaaien veel zaad verloren gaat. Maar het zaad dat wel wortel schiet krijgt na ruime tijd genoeg groeikracht om vrucht te dragen. De mensen moeten geduld hebben, zegt hij hiermee. Het koninkrijk van God komt niet snel. Men moet dus niet al te hoge verwachtingen hebben.
Jezus investeert juist d.m.v. het woord in mensen die ongelovig zijn of twijfelen. Als hij zou denken dat het nutteloos was/ als hij het volk niet kon overtuigen zou hij nooit de parabels verteld hebben. Maar hij is overtuigd van Gods woord en Gods rijk; en daarmee geeft Jezus een hoopvolle gedachte mee. Oké, niet alle zaadjes komen goed terecht maar er zal een grote oogst zijn, zij het niet voor iedereen en niet voor iedereen evenveel.
Daarom blijft hij spreken tot het ongelovige volk, om hun oren en ogen te openen.
Wanneer wij hier in de parochie samenkomen om te luisteren naar het woord van God, geven we daarmee richting aan ons geloof . Dit draagt bij aan onze groeikracht om een beter mens te worden en God beter te verstaan. En door het woord van God samen te beleven, te bespreken en door te geven dragen wij bij aan het rijk van God (en wij brengen vruchten voort)
Het lied dat we dadelijk gaan zingen laat deze thematiek ook zien. “Hoor maar ik kan niet horen”. Parallel zichtbaar. Het 1e couplet start met “hoor maar ik kan niet horen”- dit sluit aan bij het zaad op de rotsachtige bodem of tussen de distels.
Het 2e couplet begint met “hoor maar ik wil niet horen” Dit sluit aan bij de 2e categorie: het zaad op zaad op de weg. En tot slot in het 3e couplet maakt God dat wij horen. Hij zaait het woord en dan worden wij een nieuwe mens.
Op de voorkant ziet U een afbeelding van een zaadje dat uitgroeit tot een tarweplant. Het woord van God is als brood voor ons. Broodnodig!