De woorden van de lezingen van deze zondag verwijzen naar de zachtmoedigheid. Onder dit thema zouden wij daarom deze zondagsviering kunnen plaatsen. Voor Matteüs is de nederige zachtmoedigheid het kenmerk van de zending van Jezus: ‘Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart’. Daarbij sluit de eerste lezing aan waarin de voorspelling gelezen wordt van de profeet Zacharia:
‘Zie uw koning komt tot u, zachtmoedig, gezeten op een ezel’. Jezus heeft in zijn leven de zachtmoedigheid van God zichtbaar gemaakt en ze aan zijn leerlingen meegegeven als een kenmerk van hun zending. Er is een tijd geweest dat men de almacht van God zo sterk be-klemtoonde dat er bijna geen plaats meer was voor de vrijheid van de mens. De mens werd een jak van geboden en verboden opgelegd, waardoor het leven tot in de kleinste bijzonderheden gere¬geld werd, zodat het nog nauwelijks te dragen was. Zo kan God een beklemmende dwangidee worden en kan de mens zich alleen als klein en nietig en zondig ervaren. Geen wonder dat mensen zo’n juk wilden afwerpen en het soms als een verlichting beschouwden met God te breken. Zoals Nietzsche zei: ‘God is dood, leve de vrijheid van de mens!'
Een dergelijke gedachtegang is totaal vreemd aan het evangelie. Door zo te denken zou je niet alleen de vrijheid van de mens te kort doen maar ook de grootheid van God. Gods grootheid openbaart zich juist in het feit dat Hij de mens geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis. God en mens staan niet tegenover elkaar, maar verwijzen naar elkaar. Daarom zegt de psalmist ook: ‘Gij hebt de mens gekroond met glorie en luister’. Om Gods grootheid te prijzen is het niet nodig de mens te kleineren. Gods zachtmoedigheid is juist zijn welwillende liefde voor alles was klein is en behoeftig. God is niet minder almachtig en groot omdat Hij oog heeft voor het zwakke en de mens wordt niet kleiner als hij geborgenheid en troost zoekt in Gods barmhartige liefde.
Dit alles klinkt wel eenvoudig maar het is heel moeilijk om deze waarheid te beleven. Wij worden heel anders opgevoed. Leuzen als: help je zelf, zo helpt je God, je eigen boontjes doppen, de kaas niet van je brood laten eten, staan hoog in het vaandel. Je moet altijd flink zijn, mag nooit huilen, mag anderen met je gezeur niet lastig vallen. En ondertussen weten wij toch heel goed dat wij allemaal iemand nodig hebben om ons hart te luchten, ons verhaal te vertellen, iemand bij wie wij eens klein mogen zijn. De eenzaamheid is al groot genoeg, wij moeten die niet groter maken door iedereen zijn eigen last te laten dragen. De apostel Paulus geeft ons de goede raad: ‘Draagt elkanders lasten’, en Jezus zegt vandaag tot ons: ‘Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken’. Durf je zelf eens los te laten, zegt Jezus, durf ook je pijn en je ellende met anderen te delen, sluit je niet op in je eigen leed. Erken nederig en dat je anderen nodig wilt hebben, en zeker niet als laatste Jezus zelf.
Wij moeten ons eigenlijk wapenen tegen de principes van onze consumptiemaatschappij, die gebaseerd is op prestatie en concurrentie. In zo’n maatschappij kun je alleen mee als je met je ellebogen weet te werken, als je er niet voor terugschrikt je geluk te verzekeren over de rug van een ander. Je moet keihard worden, want medelijden hebben is zwakheid. Je mag je zelf ook nooit zwak tonen, want dan buit de ander dat uit. Trek maar een flinke muur op om je heen, op het gevaar af dat je er zelf ook niet meer overheen kunt kijken. Zorg dat je je zaken zo goed in handen hebt, dat er niets onverwachts kan gebeuren.
Dat is alles wel heel gemakkelijk gezegd, maar in feite heb je je leven helemaal niet in handen, opeens gebeuren er dingen die je helemaal niet kunt voorzien, zoals een sterfgeval, een zware ziekte, en ook de gezindheid van een mens heb je niet in handen. Zo zullen wij allemaal vroeg of laat in noodsituaties terecht komen, dat wij belast en beladen zijn. Ik hoop dat wij dan het woord van Jezus indachtig zullen zijn: ‘Komt maar naar Mij, Ik zal u verkwikken'.