Naïef zijn; het is nog net geen scheidwoord. Kinderlijk. Het typeert mensen onmiddellijk als onnozel. Niet zo goed bij de tijd. Maar dat is beslist niet bedoeld als het over geloof gaat. Dat zou je een tweede soort kind-zijn kunnen noemen. Het gaat dan over mensen die opnieuw beginnen te leven vanuit een fundamenteel inzicht. Je gaat beseffen hoe dicht je altijd bij je oorsprong staat. Het gaat over een grondhouding die we in het verloop van ons leven geleidelijk kunnen ontdekken. Maar daarvoor heb je de ervaringen van je eerste kinderjaren wel een beetje nodig. Ja, we zijn volwassen en worden de koningen van de schepping genoemd; maar je moet erg kortzichtig zijn om niet in te zien dat wij van ons koninkrijk een puinhoop hebben gemaakt. We hebben geen reden zo hoog te paard te zitten met onze techniek van verwoesting. Je begint te begrijpen wat de profeet Zacharias bedoelde toen hij het had over een koning die op een ezeltje rijdt. Het is dat woord dat door de leerlingen van de eerste eeuwen op Jezus werd toegepast. Hij was niet iemand die hoog te paard zat. Hij was zo n mens in een tweede kind-zijn. Hij was zo’n deemoedige, die zich intens bewust was hoe weinig reden tot macht wij hebben. Hij wist hoe dicht wij bij onze oorsprong en ons einde staan. Hij gaf dat besef een naam. Hij sprak ermee. Hij noemde dat: ‘Abba’, Vadertje.
Maar die bewustwording stuit nu juist in onze samenleving op allerlei hindernis¬sen. Want je bent nog niet geboren of je omgeving grijpt in. Onmiddellijk moet je van je kind-zijn verlost worden, hoe sneller, hoe beter. Hoe sneller je met je emmertje en je schepje het speelstrand van de wereld af bent des te beter. De verrukking die je als kind kunt ervaren met de ontdekking van alleen maar lucht, water en zand, dat mag maar even. Je moet snel verder, met onafzienbare hoeveelheden volwassen speelgoed omringd, met je ogen van kindsaf kijkend naar allerlei beeldschermen. Telkens krijg je andere prikkels. Verwondering die je eigen was, krijgt nauwelijks een kans meer. Milde vormen van verslaving komen ervoor in de plaats. Is het voor mensen in deze hectische eeuw nog wel te doen om zich hun oorsprong van rust en eenvoud te herinneren? Zullen ze niet onstuitbaar verder moeten razen, nog verdere reizen willen boeken, nog gewaagder sprongen willen maken aan het elastiek van het leven?
Maar er is gelukkig ook een tegenbeweging. Al lang werd er alarm geslagen. De aarde zelf geeft signalen van verweer af. Alsof ook zij begint te protesteren tegen een bevolking die zo weinig op heeft met haar oorsprong, tegen een vooruitgangsgeloof dat nog uit de vorige eeuw stamt.
‘Ik dank U Vader, dat U deze dingen hebt geopenbaard aan kleinen’, zingt Jezus. Kunnen wij dat met hem meezingen? In ieder geval hoeven wij niet te wachten tot de hele samenleving dat keerpunt bereikt heeft. Nu al kunnen we ons verzetten tegen ongebreidelde groei. Ons eerste kindschap zijn we voorgoed kwijt. Dat blije kind met zijn ballonnetje zullen we nooit meer worden. Maar uit deze ervaringen kan wél een nieuw bewustzijn groeien. In ons kan een overtuiging ontstaan dat ook de mens die de ‘chip’ heeft uitgevonden een mysterie bewoont. Ook de mens die genen kan manipuleren, kan herontdekken hoe kwetsbaar we zijn. Samen kunnen wij het respect voor dat geheim voeden.
Laat ons de jacht op nieuwe uitdagingen voorlopig wat afremmen. Laat ons eens werken in ons leven aan momenten van stilte en rust. Dat zal genoeg moeite kosten. Maar er kunnen zo oasen van stilte in ons gewone leven ontstaan. Misschien kun je het een nieuwe manier van bidden noemen. Even de last van ons leven in alle eenvoud neerleggen hij God. Even onze zintuigen oefenen om opnieuw verwonderd te zijn. Een wandeling maken en alles om je heen op je laten inwerken. Misschien komen we dan dicht bij dat dankbare zingen van Jezus. Van Hem kunnen we inderdaad leren onze lasten en depressies kwijt te raken. Er is door geloof ons een weg gewezen van verwondering en eenvoud.