Iedereen opnemen vanuit de liefde

A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

In dit evangelie worden heel veel beloften gedaan met betrekking tot het opnemen van mensen: Wie u opneemt… wie een deugdzaam mens opneemt…

Opnemen, wat betekent dat eigenlijk? Wil dat zeggen iemand als God in zijn huis herbergen? Iemand beleefd en vriendelijk ontvangen, als hij komt? Of betekent het maar alleen beleefd naar iemand luisteren, als hij iets op zijn hart heeft liggen?

Pas geleden las ik in de krant: een oude vrouw, die veertien jaar weduwe was, had haar pensioen niet ontvangen. Zij ging naar het O.C.M.W. maar daar zei men haar: uw rente zal wel komen, er zal een fout gemaakt zijn door de computer. Bij de burgemeester en de pastoor kreeg zij hetzelfde antwoord: de zaak zal wel in orde komen, nog maar even geduld. Niemand dacht eraan dat de vrouw de wanhoop nabij kon zijn. Niemand deed iets voor haar. En toen voor de derde keer het pensioen achterwege bleef, maakte de vrouw een einde aan haar leven. En de krant voegde erbij: juist op die dag bracht de postbode het pensioen en het achterstallige geld bij haar aan huis. Het O.C.M.W., de burgemeester en de pastoor hadden gelijk gehad: de computer had een fout gemaakt. Maar de weduwe meende dat iemand met opzet haar pensioen opgestreken had.

Die anekdote is een klein voorbeeld om aan te tonen wat ‘opnemen’ betekent. Het betekent niet alleen vriendelijk en beleefd zijn tegenover iemand, want dat waren de burgemeester en de pastoor blijkbaar ook geweest. Het betekent ook niet, het juiste antwoord op vragen geven. Die oude vrouw ‘opnemen’ had moeten betekenen: haar erkennen in haar nood, zodat zij het gevoel had: ik ben niet alleen, mijn zorg wordt ook door een ander echt meegedragen. Wij zullen het samen proberen op te lossen. Mijn zaak is nu echt in goede handen.

Uiterlijk gezien is bij de meeste mensen op het sociale vlak alles in orde; ze kunnen verder, er wordt voor gezorgd. Alleen één zaak ontbreekt hun dikwijls en dat kunnen ze het minst van al missen: een medemens die hen wil opnemen, naar hen wil luisteren, tijd wil nemen voor hen. Niemand van ons is een eiland, niemand kan eenzaam leven, niemand kan alleen, zonder de hulp van anderen, met zijn problemen klaar komen. Hij moet mensen hebben die hem opnemen. Dat geldt voor de leerlingen van Jezus, voor de profeet en ook voor hem, die alleen een beker fris water om te leven nodig heeft.

De dichter Rilke vertelt van een vrouw die zat te bedelen. Dag na dag zat zij onbeweeglijk op haar steen in het park. Ze keek naar niemand op. Zij vroeg niets en dankte niet. Kreeg ze een geldstuk in haar schotel dan nam ze dat, stak het in haar zak, en strekte de hand weer voor zich uit. Op een dag legde Rilke een mooie witte roos in de hand van de bedelende vrouw. Toen gebeurde iets wat nog nooit gebeurd was: de vrouw keek de gever aan, en meer nog, ze stond op, kuste de hand van de vreemde man en ging met de roos weg. Ze bleef een week lang weg. Men zag haar niet meer. Toen zat ze daar weer. Waarvan had die vrouw de hele week lang geleefd? Van de roos. Met geld alleen kan niemand geholpen worden, alleen met liefde.

Waar vindt men vandaag nog die liefde? Waar vindt men nog iemand, die voor een eenzame mens - en dat zijn wij bij tijd en stond allemaal - tijd en begrip opbrengt?

Je weet niet wat eenzaamheid is, klaagde onlangs iemand, en men mag er nog niet eens over praten. Jezus roept ons in dit evangelie op om iedereen op te nemen die tot ons komt, en dit vanuit Zijn liefde. Want Jezus heeft ook onze nood, onze verlorenheid, onze zorgen op zich genomen, opdat wij zouden doen wat Hij ons heeft voorgedaan.

Zoeken in Preken Online