Harde uitspraken

A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

In het evangelie van vandaag staan nogal krasse uitdrukkingen. Als je denkt dat geloven alleen maar te maken heeft met zwevende woorden, met een tot niets verplichtende geloofsbelijdenis, word je hier wel flink wakker geschud: ‘Wie vader of moeder, zoon of dochter, meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig’. En: ‘Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig’. Het klinkt zo ongeveer als: ‘Wanneer je echt christen wilt zijn, moet je je vader en moeder, je zoon en je dochter links kunnen laten liggen’. En: ‘Ik moet je meer waard zijn dan je eigen leven’. Dat is nogal wat.

Nu mag je niet denken dat deze aansporing van Jezus om alles wat je lief is te verlaten, alleen geldt voor priesters en kloosterlingen, die zich teruggetrokken hebben in een klooster of naar een ander werelddeel gegaan zijn om daar te werken voor God en voor de mensen. Deze woorden zijn gericht tot alle gelovigen.

Met vader en moeder, broer en zuster bedoelt Jezus heel duidelijk het eigen kleine wereldje waarin je leeft. En dat wereldje mag nooit het belangrijkste zijn in je leven. Je kunt je in je eigen wereldje zo inkapselen dat je alleen nog maar leeft binnen een kleine cirkel van mensen die allemaal dezelfde belangen nastreven. Natuurlijk kan niemand zonder zo’n klein wereldje, waar je wat meer geborgenheid vindt dan op straat, maar als je Jezus wilt volgen, dan mag zo’ n klein wereldje nooit een wereld op zich worden, waar je niet verder kijkt dan de horizon en waar je het evangelie buiten houdt.

Zo’n klein wereldje kan van alles zijn: een bepaalde groep met een politieke kleur, een gezin, een bedrijf, een vereniging. Wie van dat kleine eigen wereldje meer houdt dan van Christus, is Hem niet waardig. Wij worden allemaal geroepen om verder te kijken dan vader of moeder, dan man of vrouw, dan zoon of dochter. Wij worden steeds weer gevraagd ons eigen wereldje te verlaten, onze horizon te vergroten, te kijken naar de noden van anderen. Dat is de zin van de woorden: ‘Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen'.

In Palestina heb je twee meren: het meer van Gennesaret en de Dode Zee. In en rond het meer van Gennesaret is er een overvloed van leven: in het water rijkdom van vissen, aan de rand rijkdom van wijngaarden. Zestig kilometer zuidelijker ben je bij de Dode Zee. Daar is alles dood, dood is het water, geen vis kan er in leven, dood is het strand, geen vogel in de lucht, geen mens en geen dier, alles woestenij.

Hoe komt het dat het meer van Gennesaret een oase is van leven, en de Dode Zee een woestenij? De verklaring is heel eenvoudig. Het meer van Gennesaret geeft al het water dat het ontvangt, weer verder weg aan de Jordaan en zo blijft het water levend en geeft leven aan planten, dieren en mensen. De Dode Zee houdt al het water voor zich zelf, voert geen water af, en zo sterft het water, wordt het zout en kan geen leven in zich bergen.

Zoals het meer van Gennesaret zo moeten ook wij bereid zijn om ons leven, onze welvaart, ons bezit verder door te geven, te delen met de anderen, dan zal er nieuw leven ontstaan, dan kunnen ook andere mensen leven. Maar als wij ons leven niet willen delen, het alleen maar voor ons zelf willen bewaren, dan worden wij eenzaam, dan zal het heel stil worden rondom ons, dan verliezen wij het leven ook nog bij ons zelf.

Wij hoeven niet altijd grote heldhaftige dingen te doen, die worden niet elke dag van ons gevraagd, maar ook in kleine dagelijkse dingen kunnen wij groot zijn. ‘Wie een van deze kleinen al was het maar een beker koel water te drinken geeft, zijn loon zal hem zeker niet ontgaan’. Zo een kleine blijk van zorg voor de mensen dicht om je heen, ook dat is de moeite waard. Je zult er zelfs het loon voor ontvangen van een profeet, zegt Jezus. Ons eigen langgezocht geluk zullen wij alleen vinden in het gelukkig maken van andere mensen. Want het geluk dat je anderen geeft, stroomt dubbel in je eigen hart terug. Ik zou zeggen: Wees geen Dode Zee, maar een meer van Gennesaret!

Zoeken in Preken Online