“Wees niet bang!” zegt Jezus ons.
En wij vragen Hem : “En waarom niet?”
Het antwoord van het evangelie van vandaag luidt:
Omdat wij zeker mogen zijn
van de liefdevolle zorg van God voor ieder van ons!
God waakt als een Vader,
ook over de kleinsten en de zwaksten.
Vandaar het beeld van de ‘mussen’
en de ‘haren op ons hoofd’.
God draagt met dezelfde sterke Liefde zorg voor alles en allen,
ook voor de mens,
die zich uitgeschud voelt als een ordinaire straatmus
of zich zo nietig ervaart als een hoofdhaar dat uitvalt.
Maar het antwoord voldoet ons niet en wij vragen verder:
“Wat is die zorg van God voor ons nu eigenlijk wel waard?”
Want ondanks die zorg, blijven de mussen sterven
en blijven onze hoofdharen uitvallen.
Die zorg van God voor ons moet dus iets anders zijn
dan een uiterlijke bescherming.
God trekt ons niet weg uit de miserie, uit de gevaren,
uit het onheil of de vervolgingen.
Zulk een miraculeus ingrijpende God bestaat niet.
Hoe grijpt Hij dan wel in?
Spontaan steken wij toch heel veel energie
in de bezorgdheid voor ons ‘lichaam’,
dwz. voor een aantal essentiële, uiterlijke dingen:
onze kledij, ons huis, onze auto, ons beroep, onze vakantie…
Dat blijkt nodig om menswaardig te leven.
En niemand zal dat ontkennen.
Maar Jezus wil er ons toch aan herinneren
dat wij, naast dit alles, ook nog een menselijke kern bezitten,
een ‘ziel’, die nog belangrijker is,
juist omdat God langs daar werkt.
God belooft ons niet onze uiterlijke dingen te beschermen
of ons te vrijwaren van uiterlijke tegenslagen.
Blijkbaar behelst Gods zorg
een ander, veel dieper domein in ons.
God werkt inderdaad langs de binnenkant,
niet rechtstreeks langs de buitenkant.
Zijn liefdevolle zorg heeft geen rechtstreekse invloed
op de uiterlijke omstandigheden,
maar werkt langs de kern van ons wezen,
langs de bezieling van ons hart, langs onze ‘ziel’.
En dat beïnvloedt natuurlijk wel
de manier waarop wij alles wat wij tegenkomen, verwerken.
Dit is uiteindelijk het belangrijkste:
dat God aan onze ziel Zijn liefde schenkt.
Dit wil zeggen dat wij diep in ons
steeds de mogelijkheid ontvangen om te beminnen.
Dit wil zeggen dat wij, bij alles wat ons overkomt,
ervoor kúnnen kiezen juist niet verbitterd, opstandig
of haatdragend te reageren,
maar dankbaar, vergevend,
delend en onszelf-gevend, liefdevol dus.
Zo werkt de zorg die God voor ons draagt
nl. als de inspiratie, als de kracht die ons bezielt
om er steeds opnieuw voor te kiezen ons niet af te sluiten,
maar ervoor te kiezen te blijven liefhebben,
zelfs in pijnlijke omstandigheden.
Nemen wij het voorbeeld
van iemand die vastgekluisterd ligt op zijn ziekbed.
De liefdevolle zorg van God voor die mens wil niet zeggen
dat God hem plotseling zal genezen,
maar wel dat Hij de dokters en de verpleegsters inspireert
om de zieke met de beste zorgen te omringen
en dat Hij de zieke zelf bezielt
om, zelfs in die moeilijke omstandigheden,
liefdevol te reageren tegenover diegenen die hem omringen.
En er zijn inderdaad zieken
die niet de hele dag liggen te klagen,
hoe begrijpelijk dat soms ook is,
maar die met grote interesse navraag doen over hetgeen
hun bezoekers ter harte gaat.
Eigenlijk zegt het evangelie ons:
“Wees niet bang!
Gij hebt in u de kracht om lief te hebben, ook nu!”
Hoe beperkt wij uiterlijk dus ook zijn,
hoe klein wij ons ook voelen,
hoe geslagen wij ook worden door anderen,
één kracht kan niemand ons ontnemen,
de mogelijkheid die wij in ons dragen
ervoor te kiezen juist nu
niét verbitterd of opstandig te worden,
maar dankbaar en gevend te blijven.
Dit is de ware grootheid van de mens.
Die liefdevolle houding zal ons niet als bij toverslag
uit de uiterlijke miserie redden,
maar geeft ons inderdaad een innerlijke sterkte
om de tegenkantingen te dragen.
Als God ons hulp biedt
dan is het nooit om Zelf het werk in onze plaats te doen.
Dan hoort er altijd van onze kant een engagement bij
om met Zijn liefdevolle zorg mee te werken.
God schenkt ons Zijn liefde,
ook als wij ons zo waardeloos voelen
als een straatmus of een uitgevallen haar.
Wij zijn niet bang, zeker niet voor onze God,
en ook niet voor wat ons overkomt in deze wereld.
God zal de kleine mus niet vrijwaren
van de koude winter,
van de lange droogte
of van de gevaarlijke vijanden.
Maar, omdat wij mensen zijn,
geeft Hij ons, kleine mus-mensen,
de kracht om te beminnen.
Dank U, Heer, voor onze diepste levenskracht.
Wees niet bang! (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen