Antivries stop je in je wagen vóór de winter. Laat het dan maar vriezen! Wij zijn beveiligd. Wij zullen sneeuw en ijzel trotseren. Nu is er iemand die voor zijn plezier in de bijbel de plaatsen is gaan tellen die spreken over ‘vrees niet’. Het zijn er 365. Dat is dus onze bijbelse scheurkalender. Elke dag voor of na het kruiswoordraadsel, voor of na Suske en Wiske: vrees niet. Deze dagelijkse anti-vrees-injectie zou ons wat lichter doen leven? Misschien, want de kwaal zit diep.
Wij zitten ermee in onze genen. De angst is een stuk van onze constitutie. Het zit ons in het bloed. Je merkt dat aan zoveel. Aan het angstvallige sluiten van ramen en deuren, aan het preutse vasthouden van onze handtas. Aan ons rijgedrag dat bijgestuurd wordt als de politie in de buurt is. Je merkt dat ook aan onze talrijke polissen: verzekerd tegen blik-, storm- en waterschade. Wij hebben daar bovenop nog een levensverzekering. Wij doen zoveel. Blijkbaar wordt de mens door zeer veel bedreigd: duistere toevalligheden, een weerbarstige natuur, de boze mens, de spookrijder, de dronken man aan het stuur, de vreemdeling, de stort¬vloed, zelfs door de man die ‘s avonds een wandeling maakt met of zonder hond. Alles is bedreigend voorde mens. En dat is nog maar de buitenkant der dingen.
Het zit diep in ons. Wij zijn bang ons werk te verliezen of werk te vinden. Wij zijn bang voor de beslissende examenproef. Wij zijn bang van elkaar. Dat de andere mens kwaad zal worden. Het doet ons zwijgen. Wij zijn bang van onszelf. Dat wij op een onbewaakt ogenblik een grote dwaasheid zouden begaan en dat de anderen het zouden weten. Dat maakt ons verkrampt en diep nerveus.
Uiteindelijk zijn wij bang om te vroeg te sterven. Die vijand houden we ver van ons. Ver van ons bed met enkele medicamentjes op de nachttafel. Die vijand houden we ver van onze tafel met alle raadgevingen voor een gezond dieet. Om toch maar niet te vroeg te sterven. Wij verklaren de dood aan de dood omdat de dood het op ons leven gemunt heeft. Wij zijn taaie ‘overlevers'.
Het evangelie van vandaag en de hele bijbelse traditie hebben daarmee te maken. Tot de apostelen wordt gezegd: “Wees niet bevreesd voor hen die alleen maar het lichaam kunnen doden.” Betekent dat niet dat mensen wel veel kapot kunnen maken, maar dat ze finaal onze binnenste kern niet kunnen verwoesten? Betekent dat niet dat wij in goede bewaring zijn gegeven? Worden wij niet geroepen om ons vrij te vechten voor het leven? De dood is met onze laatste vijand, want God is onze eerste vriend. Hij is het leven van de aarde genegen. Het zou doodjammer zijn als we dat pas een kwartier na onze dood zouden ontdekken! Dat is wet-en-profeten.
Indien het christendom iets te bieden heeft aan de wereld, dan is het deze boodschap: wij zijn tot vrijheid geroepen en tot lichtheid van leven. Wij moeten ons geluk niet kneden met vuisten, maar het teder vasthouden in open handen. Kan het leven echt niet zonder een paar kilo’s minder angst? Met een paar grammen minder verzekeringen? Wie doet mee aan onze campagne anti-vrees?
Bij God zijn wij altijd omniumverzekerd…