Eigenlijk is het heel erg dat de ene mens angst moet hebben voor de andere mens. Diefstallen, bankovervallen, gebruik van revolvers en bommen, zijn schering en inslag in het dagelijkse nieuws. Wij worden van alle kanten bedreigd, nergens zijn we echt veilig. De christen wordt daarenboven nog dikwijls extra bedreigd wegens zijn geloofsovertuiging. Hij komt dikwijls onder de druk te staan van zijn familie, zijn vrienden en partijgenoten. Dat is de werkelijkheid. En dan zegt Jezus: wees niet bang voor de mensen. Je hoeft je door geen mensen bedreigd te voelen, want God is met je. Hoe boos mensen ook kunnen zijn, eigenlijk staan ze onmachtig tegenover ons. Zij kunnen ons kortstondig doen lijden, maar het binnengaan in het eeuwig leven kunnen ze ons niet beletten. Zij kunnen de ziel niet doden, zegt Jezus.
Jezus weet heel goed, en Hij zegt het ons ook duidelijk: een christen zal veel lijden en boosheid te verduren hebben. Elke mens draagt een stuk kuddegeest in zich, niemand distantieert zich in zijn doen en denken graag van de massa, niemand zwemt graag tegen de stroom in. En toch, wie Jezus wil volgen, zal dit dikwijls moeten doen. Wij moeten vruchtafdrijving moord durven noemen, echtscheiding blijft voor ons ongeoorloofd. Wij moeten er ons voor durven inzetten dat de goederen van deze aarde alle mensen ten goede komen. Dat alles kan een bron worden van haat, van uitsluiting. In andere landen gaat men zelfs zover dat men christenen gevangen neemt en ter dood brengt. Jezus wil de gewone gang in de wereld niet veranderen; Hij verhindert die ongerechtigheid niet, maar Hij wil wel de zijnen de angst uit het hart wegnemen.
Dat maakt Hij duidelijk met een heel eenvoudig voorbeeld: kijk eens naar de mussen, zegt Hij. Een mus is toch eigenlijk waardeloos, wie koopt die nu? En toch, die waardeloze mus valt niet van het dak zonder dat God het wil. Natuurlijk moet een mus sterven, maar ze sterft niet buiten Gods wil.
Dan trekt Jezus zijn conclusie: zijn jullie dan niet veel meer waard dan alle mussen samen? Hoe komen bij jullie al die minderwaardigheidsgevoelens? God zal toch wel beter voor de mensen zorgen dan voor de mussen! Een mens lijdt niet onbekend, een christen verdwijnt niet spoorloos. Zijn hemelse Vader weet waar hij is en God zal hem altijd bergen. Niemand valt of hij valt in Gods handen.
Zelfs voor de meest bijkomstige dingen draagt God zorg. Zelfs elk haar van ons hoofd is bij God genummerd. De moderne wetenschap heeft ze nageteld, het zijn er ongeveer 80.000. Als God zich over elk haar bekommert, dan zal Hij ook weten wat er met ieder mens gebeurt en hem in zijn handel en wandel in ‘t oog houden. Misschien kan deze gedachte ons nu ook nog rust schenken.
Wees niet bang! Achter die woorden schuilt een hoopgevende troost, achter die woorden schuilt God zelf. Maar de toegang tot die woorden kan ons alleen een levendig geloof verschaffen. Geloven betekent dan zich helemaal aan God durven toevertrouwen. Tegenslag en nood hebben veel mensen tot vertwijfeling gebracht, maar hebben ook veel mensen dichter bij God gebracht. Wie kan geloven in de reddende almacht van God, kan niet meer hopeloos angstig zijn. Voor een mens die werkelijk gelooft, kan er eigenlijk geen reden meer zijn voor angst. Tijdens de harde crisis in Polen getuigde Lech Walesa: ‘Ik heb alleen vrees voor God!’ Alle vrees voor de mensen wordt overwonnen door een eerbiedige vrees voor God. God immers is zo machtig en trouw, dat alle andere macht, die de mensen tegen ons willen uitspelen, verbleekt. Gods zorgende liefde is in staat alle angst van ons weg te nemen…