Over enkele dagen is het weer Kerstmis. Veel mensen speuren in deze dagen sterker dan anders de nabijheid van God. Ik heb altijd de indruk dat in deze dagen de mensen stiller worden, dat hun hart weer opengaat voor liefde, vergeving en vrede, dat zij liefdevoller zijn voor elkaar. Mensen die maandenlang niet meer met elkaar spreken, maken het weer goed met elkaar. De kinderen geven zich weer de moeite om een beetje inschikkelijker te zijn voor hun ouders. Men begrijpt in deze dagen meer het leed van bejaarden, zieken en eenzamen. Door deze houding van liefde en vrede kunnen wij God, als de God met ons, voor elkaar meer nabij brengen. Met Kerstmis wordt de goedheid en mensenliefde van onze God in Jezus weer voor ons meer zichtbaar. God heeft iedere mens lief en omdat liefde de nabijheid zoekt, is God in Jezus midden onder ons komen wonen. Hij heeft zijn woning opgeslagen midden onder de mensen om bij hen te blijven wonen en aan allen die in Hem geloven, heeft Hij de macht gegeven kinderen van God te worden. Zo mogen wij een nieuw leven beginnen, samen met God, die bij ons wil zijn in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Wij zijn niet meer aan ons lot overgelaten; God is ieder van ons nabij als een helpende, reddende God.
Misschien roepen deze woorden bij sommige toehoorders wel een onbewuste reactie op. Want op dit ogenblik ervaren zij misschien maar heel weinig van die nabijheid van God in hun eigen leven. Daarvoor is hun leven misschien te veel gekenmerkt door zorgen, ziekte of eenzaamheid. Ik kan mij heel goed hun situatie indenken. Hoe moeilijk is het te horen spreken van Gods bevrijdende nabijheid, als alles in ons leven zo duister schijnt, dat zelfs God een vraagteken wordt. Zoals Jezus zelf, zoals de Kerk, zo moeten wij ook leren leven met bepaalde tegenstellingen. Wij leven te midden van de dood; wij sterven dagelijks en we verrijzen; wij mislukken en slagen, wij lachen en wenen vaak tegelijk. Zo was ook de situatie van de H. Jozef. Hij was het spoor van God kwijtgeraakt; hij leefde temidden van spanning en twijfel. Het was alsof hij alles zelf en alleen moest oplossen. En dan ineens mocht hij weer die helpende nabijheid van God ervaren. “Wees niet bang, juist dat kind van de maagd Maria, zal voor u en voor heel de wereld een teken zijn van ‘God met ons’ en daarom moet ge hem Immanuel noemen.”
Ik zou u dit mysterie van Gods aanwezigheid en afwezigheid duidelijk willen maken door een kleine parabel van de broeders van Taizé. Een mens had een droom. Hij ging langs het strand terwijl al de gebeurtenissen van zijn leven aan zijn geest voorbijtrokken. Ondertussen bemerkte hij in het zand van het strand telkens twee voetsporen: het ene paar kwam van hem en het andere paar kwam van God. Toen de laatste scène van zijn leven voorbijtrok aan zijn geest, keek hij om en hij zag dat een heel stuk van de weg maar één voetspoor te bemerken viel. En wat bijzonder opvallend was: dat dubbel spoor van voetstappen was juist weg, waar de pijnlijkste en moeilijkste situaties van zijn leven voorkwamen. “God,” zei hij, “toen ik besloten had U te volgen, hebt Gij mij beloofd, dat Gij de hele weg bij mij zoudt blijven, omdat Ge me liefhebt. Nu zie ik echter dat Gij in de moeilijkste situaties van mijn leven niet bij mij geweest zijt.” God lachte en zei hem: “Hoe kun je dat zeggen? Ik heb je werkelijk lief en Ik heb je nooit verlaten. In de tijden van je leven, waar je het werkelijk heel moeilijk hebt gehad, heb ik je nooit verlaten. Als je dan maar één paar voetsporen ziet, dan is het omdat Ik je al die tijd zelf heb gedragen.”
God heeft ons lief, dat is de boodschap van Kerstmis. Hij draagt ons juist in de tijden dat wij ons van Hem verlaten voelen. Daar waar schijnbaar geen uitkomst meer is, zoals in de situatie van de H. Jozef, daar maakt Hij telkens toch weer een deur open, zodat er weer toekomst is. Daar waar wij in de diepste duisternis zijn, steekt Hij telkens minstens zo’n klein lichtje aan, dat wij de volgende stap weer kunnen zetten. Je mag niet twijfelen aan de nabijheid van God. Hij gaat met je mee, wat Hij blijft trouw aan zijn naam: God met ons. Je mag je altijd aan Hem toevertrouwen, zoals je bent. En als je niet meer verder kunt, wees niet bang, geloof in Hem. Hij zal je verder dragen; Hij zal je niet vergeten…
God met ons
A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars