Gaandeweg de ballingschap

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Van dood naar leven

Vijfentwintig jaar Welzijnszorg. En is de wereld er beter van geworden? Is het onrecht gestopt? Waar zijn de dromen van weleer? Van een nieuwe hemel, en vooral een nieuwe aarde? De illusies Liggen in brokstukken op de grond. En nu?

Het heeft wellicht ook iets met leeftijd te maken, met het behoren tot een generatie. Met het kunnen vergelij­ken tussen vandaag en pakweg dertig jaren geleden. Maar toch. Oprecht. Voor elk van U. Heeft deze tijd niet het uitzicht van pure woestenij, niet de geur van onge­heelde wonden, de smaak van bittere armoede, de weer­klank van wolfijzers, van valstrikken die dichtslaan om de polsen van weerloze mensen?
Ja. Oprecht voor elk van U. Staan wij niet ontnuchterd aan te kijken tegen het schouwspel voor onze ogen?\

Wij die weten

Wij die weten van die tijd dat het van de daken werd geschreeuwd: “dat morgen eenieder zou kunnen leven, wel zou varen, wel zou zijn!”. Wij die weten van die mannen en vrouwen die ten strijde trokken - en nog - met geloof, met ideologische kracht ook, met goede bedoelingen, tegen de verdrukking van de kleine mens. De syndicalisten, de politieke vernieuwers, de mannen en vrouwen van ‘het alternatief, die deze wereld wilden keren. Ja, met een ruk het recht er wilden doen wederkeren.
Wij die weten van de beweging van de kerk van Jezus Christus. Open vensters. Een nieuwe wind. De basisker­ken van het Zuiden. Groepen gelovigen werkend aan bevrijding. Een zee van engage­ment - zo leek het. Een golfslag tegen wie in kerk en samen­leving meeheulde met ‘zij die tronen’.
Staan wij niet ontnuchterd toe te kijken, wij met onze opvoeding gestoeld op vertrouwen op de vooruitgang, op de mythe van de individuele zelfbeschikking en zelf­redzaamheid; toe te kijken op deze realiteit waarbinnen we opnieuw moeten gaan schreeuwen: “Armoede uitslui­ten !”?
Gaandeweg is geprobeerd ons te doen geloven dat het geluk, het voldoen der behoeften, het hebben van de toekomst, het werk zou zijn van een enkele vingerknip. Niets zou onmogelijk zijn - je weet wel zoals bij God. Wees gerust, vol vertrouwen, laat ze doen, de weten­schappers, de technici, de leiders, de mensen met het kapitaal. Laat ze investeren - speculeren. Vertrouw. Ze doen het om onze toekomst, onze veiligheid, het gaat om ons aller belang.
Gaandeweg is geprobeerd ons te doen geloven dat we binnen redelijke tijd het licht aan het einde van de tun­nel zouden zien.\

Maar neen

Maar neen. Vele organisaties - weliswaar op nieuwe leest geschoeid - de nieuwe sociale bewegingen, de ver­enigingen voor rechtvaardigheid en vrede uit binnen- en buitenland, nemen gas terug, blijven even staan, zoe­ken naar een nieuwe visie, vooral een nieuwe adem. Of moeten vaststellen dat de tegenmacht, de tegenstroom sterk is, te sterk voor de boot waarmee ze de oever van de onverschilligheid hebben verlaten.
Dit zijn de negentiger jaren. Met cijfers die spreken. Boekdelen en mensenlevens. Feiten die waarschuwen voor de toekomst van de beesten, voor rampen met moeder aarde. Dit zijn de negentiger jaren - die ons op een uitdagende wijze - met beelden, met tekst en uit­leg, en voor het eerst zo in detail en zo veelvuldig, afmattend soms, laten zien, dat de wereld niet is bevrijd. Dat ‘het’ niet is gebeurd, wat we soms openlijk - soms stiekem - toch wel hadden gehoopt : dat de belofte waar zou zijn - het Rijk Gods.
Dat het concreet zou worden: Chili - Nicaragua - El Salvador - het Europa zonder armen - Afrika uit de put van de witte verdrukking - het Oosten van onder de greep van het staatssysteem van bruut geweld, van onder de greep van de Arend die rooft en andermans nest bevuilt.\

De woestijn - de tegenstroom

De Adventsactie Welzijnszorg hoort ook bij die groep die ontnuchterd zijn weg zoekt in de woestenij, op de tegenstroom. Wie de vijfentwintig jaar solidariteitsactie van nabij onderzoekt, merkt op dat ook hier het voor­uitgangsgeloof aan de basis lag van menig campagnewerk voor de zwaksten.
Maar tegelijk - het lijkt wel tot de aard van het beestje te behoren - zie je, hoor je door de slogans heen, een heilige onrust. Merk je het gevecht van deze beweging tegen de voortdurende pogingen dit bevrijdingswerk in te lijven, in te schakelen in een - ja noem het maar burgerlijke - reddingsoperatie voor de slachtoffers van de scherpe kanten van deze ordening van de samenle­ving.
Jaar in jaar uit, en zeker het laatste decennium, werd echter met moed gekozen om de weg te gaan van de integrale ommekeer, van de mobilisatie van burgers en beleid voor een nieuwe wereldorde, waarvan solidariteit het sleutelwoord is, en waarbij geen genoegen wordt genomen met een aalmoes, een petitie, een voedselbank, een selectieve verontwaardiging over één of ander mankement.
Wie daarvoor kiest, is weggestapt uit de zekerheden van ons beloofde avondland. Heeft besloten mee te stappen in de karavaan van de ballingen. Gaat mee in balling­schap - het leerhuis van waaruit je de geschiedenis met nieuwe ogen bekijkt, van waaruit de wetten herschreven kunnen worden, de identiteit en de toekomst herdacht. In de leegte, bij degenen die alles verloren hebben, ligt immers de mogelijkheid, de kans om te ontdekken wat de bouwstenen kunnen worden voor de nieuwe tijd. Meegaande in de stoet, de trektocht van wie verworpen is krijg je zicht op een antwoord, kans, ja plicht om te analyseren.
Meegaande met de verdrukte moet je opnieuw de vragen durven stellen: waarom zijn hier ongelijke kansen? wie weigert onafhanke­lijk recht te spreken? waar ligt de reden voor dat tekort aan woning en waar­dering? wanneer en door wie werd dit wapenarsenaal geleverd? wat maakt dat mensen, zij die anders zijn, haten? waarom wordt ons land zo afgepaald zodat geen mens nog in gastvrijheid kan worden ontvangen? wie zorgt voor het tekort aan arbeidsplaatsen ? waarom leeft die met een minimum? wie maakt dit leven stuk?\

Verblijvend in de ballingschap

Verblijvend in de ballingschap, wordt ons bestaan en wat we ervan maakten onderwerp van gesprek, van dia­loog. Dialoog met tijdgenoten en lotgenoten, maar ook met diegenen die we voorheen nooit konden of wilden aanhoren. De mensen die behoren tot het andere cir­cuit, niet tot ‘onze sector’, onze steen waarop we stevig stonden.
Verblijvend in de ballingschap zijn er die opstaan - hun stem verheffen en ons al laten horen hoe het nieuwe land er uit kan zien. Stemmen van profeten - mannen en vrouwen - die snijden in onze gewoontes, knippen in onze overdaad, schudden aan ons lijf opdat we rechtop zouden gaan lopen.
Verblijvend in de ballingschap ervaar je, meer dan waar ook, dat Jahweh aan deze kant staat, in de stroom met de ontheemden, hand in hand met al wie mee stapt met hen die geloven in de overvloed voor elkeen. Jahweh wenend in de bitterste momenten, lachend als er weer een zich bekeert.
Ervaar je, dat Jahweh de mens zo genegen is dat Hij mens met de mensen wordt. Dat mensen Jahweh zo genegen zijn dat elk mensenkind zijn recht op leven krijgt omdat elk mensenkind de glorie is van God. Verblijvend in de ballingschap, meegaande met de kara­vaan van hen die hopen op bevrijding zien we scherper wat ons te doen staat. Wie leeft in solidariteit met hen die niet mogen genieten van hun basisrechten, voor wie de rechten van de mens niet meer gelden, die ontdekt dat een veelheid aan inspanningen, nieuwe pogingen, creativiteit, energie, inzichten, modellen, strategieën, middelen nodig zullen zijn om het tij te keren. Want tegenstand zullen zij ervaren van dat pijnlijk ver­nietigende individualisme, die liberalistische mentaliteit, die zo sterk ingeburgerd is. Tegenstand die het moeilijk maakt de ommekeer samen uit te werken, samen te plannen, samen te beslissen. Die ons uiteen drijft. Tegenstand die het noodzakelijk maakt voldoende zorg te besteden aan relatie en ontmoeting, aan een proces van integratie van alle mensen en alle groepen die de liefde willen dienen.
Tegenstand waardoor het nodig is een ‘plan d’attaque’ te ontwerpen. Een vredesplan dat weerstand biedt aan de machtigen, die morgen weer vernieling willen zaaien. Verblijvend in de ballingschap leer je je eigen grenzen kennen, maar vooral je nieuwe mogelijkheden. Kom je te weten dat het nooit te laat is voor een nieuwe zending, een nieuw moment van overgave, een nieuw jawoord tegen de Bruidegom.
Verblijvend in de ballingschap, tenslotte, zie je - zoals nooit te voren - wat kleingemaakte mensen reeds eeu­wen moeten doen om vol te houden. Wat zij doorstaan om te overleven, wat zij moeten uitvinden om weer­stand te blijven bieden aan de pletwals. Zie je - gaande­weg - dat solidariteit ook werkt. Dat - nog niet defini­tief, nog niet in de volheid - het Rijk Gods toch gereali­seerd wordt.\

Er is er een die teruggekomen is uit de doden

Fascinerend is het te ervaren dat middenin de woestenij de mens niet toegeeft aan de vernietiging. Dat hoe dan ook de schreeuw van de Gekruisigde ‘Heb elkander lief!’ beantwoord blijft. Dat Jezus, de Verrezene, tot in de vezels van de mensheid aanwezig blijft. Als broeder, als rechtgeaarde, als authentieke mens, als Hij die is opge­staan uit de doden. Hij die het verschil maakt met de dood.
Christus, die niet heeft toegestaan dat de dood en het lijden het laatste zijn wat ons te wachten staat. Die is gegaan de weg met de uitgesloten mens, de werkelijk­heid is ingestapt en zo heeft getoond dat de enige weg naar nieuw leven, die is van de solidariteit.

En zie maar - ook in deze tijd, ook in deze woestenij. Zie maar naar de lange lijst van mensengroepen die zichtbaar het veranderings­proces hebben ingezet. Vandaag opnieuw.
En hoor ze zeggen in verschillende toonaarden “Wij gaan ermee door, want er is er al één uit de doden opgestaan.”
We gaan ermee door - al minstens met het verhaal door te vertellen op plaatsen en momenten waar het lijden, het kwade, hard heeft toegeslagen en waar het verdriet de goede moed nog verdrinkt.
We gaan ermee door - wij inheemse volkeren, met onze oude taal op schrift te zetten zodat onze eigenheid niet wordt verpletterd.
We gaan ermee door - met onze opleiding, onze her­scholing, onze vorming, zodat we niet van de markt worden geduwd, met onze bedrijfsbezetting, zodat de bezitter minstens weet dat hij in valsheid speelt met onze toekomst, met onze schrijfactie, zodat de wereld ziet waar tralies vrijheid breken, met onze begeleiding van die mens zonder papieren, zodat hij ooit nog vindt het spoor naar een plek om waardig te kunnen leven, met ons gesprek en onze nabijheid bij hem die - onge­neeslijk - stilaan uitdooft, zodat hij morgen een plek heeft om waardig te kunnen sterven, met ons waken in de straten bij jongelui waaraan de burger zich in koude lust vergrijpt, zodat zij ontdekken dat in deze stad ook een uitweg te vinden is, met kleine woordjes herhalen, aandacht geven, geduldig luisteren, zodat wie laag scoort in verstand en in beweging, begrijpt dat dit leven - hand in hand - de moeite waard is.
We gaan ermee door, met soms enkel een kaars aan te steken.
God weet - wat is dit de laatste tijd veel gebeurd.\

Zij die op de oever staan

Maar evengoed moeten we ermee doorgaan die brok­stukken van bevrijding samen te leggen, met mekaar te verbinden, in mekaar te schuiven. Ons engagement moet zeker verder gaan, dan de eenzame strijd met de eenza­me verliezers. Ons engagement kan niet geïsoleerd blij­ven op een afgedreven reddingssloep.
Zij die op de oever staan, moeten van ons bidden en strijden horen. Zij die gevangen zitten in de gang van het gewone, de macht van de gewoonte, in immobilis­me, en die geluk kopen om hun angst te vergeten, die moeten we bezoeken, verzoeken.
Zij die van achter mahoniehouten tafels, nog maar met moeite de draagwijdte van hun beslissingen, en de gevolgen van hun macht herkennen, zullen uit onze mond, uit onze gemeenschappen, signaal moeten krij­gen. Zij moeten mee in de ballingschap. Gezuiverd wor­den, als allen, van het eigen gelijk en het eigenbelang. Getuige worden van de kwetsuren, getuige worden van de hoop die leeft, de verwachting, ja de hunker naar een samenleving gestoeld op Gerechtigheid.
Zij in onze kerken die nog gevangen zitten in een geloofsbeleving die dienst moet doen als verzekering van het eigen heil, zullen - als broeders en zusters - het verhaal van onze tocht moeten horen. Deze advent nog. “Heden is U een redder geboren”. Een vluchtelingenkind. Een kind zal ons bevrijden. Een kind. Weer een mensenleven lang om deze wereld op de weg te brengen van de Voltooiing. Weer een generatie tijd om aan te vechten wat niet tot welzijn leidt, om te bevestigen dat waarvan mensen ten volle reeds genieten.
Zie naar Jezus, tot wat een kind kan uitgroeien. Hoe het verhaal dat ons over deze geboorte werd doorverteld, met klem, de redding van de wereld legt in het kind dat niet op een pauwentroon, maar in een beestenbak geboren wordt.\

Tot op vandaag is deze boodschap Gods handtekening: Jezus, de Christus

Tot op vandaag is deze Blijde Boodschap, Gods handte­kening onder zijn belofte van bevrijding. ‘Vrees dus niet’ mogen we zeggen tegen hen die aarzelen zich te verbin­den aan het kleine, het nietige, nog onaanzienlijke. ‘Vrees dus niet’ de hand te reiken aan hen die uitgedre­ven werden.
‘Vrees dus niet’ je ogen te wenden naar wat deze wereld noemt ‘de onderkant’.
‘Vrees dus niet’ te kiezen voor de zwakgemaakte mens. God zal met je meegaan. Zijn hand op je schouder leg­gen. Want je hebt gekozen voor een leven in solidari­teit…

Zoeken in Preken Online