Het gevaar is groot dat wij door allerlei bijkomstigheden de echte zin van het Kerstfeest vergeten. Steeds meer mensen weten niet meer wat Kerstmis eigenlijk betekent. “Het Woord is mens geworden en heeft midden onder ons willen wonen.” Bij de geboorte van Jezus is God zelf onze geschiedenis binnengetreden. Zo is de mensengeschiedenis heilsgeschiedenis geworden. God wil bij de mensen wonen. Vanuit zijn ontoegankelijk licht is God op weg gegaan om de mens te zoeken. Wat Jezus vertelt over de Goede Herder die het verloren schaap gaat zoeken, is de geschiedenis van God met ons. God is nog steeds op weg naar ons. De lange tocht naar de mensen is al begonnen met de schepping. Toen heeft God de mens geroepen om bij Hem te zijn. Maar de mens weigerde die roep te beantwoorden. Hij ging zijn eigen weg en de mens sloeg alle bruggen stuk. Maar God bleef trouw.
Toen de joden in Egypte als slaven behandeld werden, sprak God tot Mozes: “Ik heb de ellende van mijn volk gezien. Ik zal afdalen om mijn volk te verlossen.” God zelf trok onder wolk en vuur met zijn volk mee naar het land van melk en honing. En toen het volk in plaats van de ene God afgoden ging vereren en zo in ballingschap raakte, kreeg God weer medelijden met zijn weerbarstig volk en liet profeten zeggen: “Troost u, mijn volk, zie uw verlosser komt.”
Het Woord is vlees geworden en het heeft midden onder ons gewoond. In Jezus biedt God ons zijn reddende nabijheid aan: “God met ons,” Immanuël is zijn naam.
God zelf heeft met menselijke handen gewerkt en ons met een menselijk hart liefgehad. Hij neemt deel aan ons lijden. Hij draagt onze lasten en neemt onze zonden op zich. In de volheid van de tijd is de volheid van Gods goedheid en menslievendheid op aarde neergedaald in Jezus Christus.
Schijnbaar is er in de wereld niets veranderd, de mensen kunnen geen vrede stichten en misschien zullen ze het nooit kunnen. En toch is alles nieuw geworden: er zal een nieuwe aarde en een nieuwe hemel komen.
Nog steeds daalt Gods goedheid en menslievendheid neer op aarde in de eucharistie. In de eucharistie is de Heer blijvend aanwezig bij zijn volk. “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem”. “Zoals Ik door de Vader gezonden ben, en leef door de Vader, zo zal ook hij die mij eet, leven door Mij.” En toch is die lange weg van God over schepping, verlossing, eucharistie, nog niet afgelopen. “Zie, Ik sta aan de deur en klop aan,” zegt Hij. “Als je opendoet, zal Ik binnenkomen en maaltijd met je houden.” Hij wacht en klopt totdat de mens opendoet. Het slot van ons hart heeft de klink aan de binnenkant. Ik alleen en niemand anders kan die deur opendoen voor God. Ik alleen heb de sleutel van mijn geluk in mijn handen. Ik kan alleen verlost worden als ik zelf wil.
In deze dagen voor Kerstmis moet ik mij ernstig afvragen: Wat zou het mij baten dat Gij, Heer, van zover gekomen zijt, als ik U niet zou binnenlaten?
Aan allen die Hem aanvaarden, gaf Hij de macht om kinderen van God te worden. Dat is Kerstmis: ik ben een kind van God. God is mens geworden, opdat ik echt mens kan worden, door, zoals Christus, op weg te gaan naar andere mensen om Gods goedheid en menslievendheid zichtbaar te maken…
God op weg naar mij
A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars