Dat er communicatie mogelijk is tussen God en mens. Dat God voor ons bereikbaar is, aanspreekbaar. Dat Hij ons leven deelt en dat Zijn geest doordringt in onze wereld.
Dat is ons duidelijk geworden in de mens Jezus.
De broze vrucht in de schoot van een vrouw zal uitgroeien tot een man die Gods woord zal spreken, die daden zal stellen die de weergave zullen zijn van Gods goedheid, een man die een verzoening zal bewerken die Gods verzoening zal zijn.
Dat is het geloofsgegeven: om bij stil te worden, om er zich door te laten inspireren om dan schuchter en bescheiden Zijn weg te gaan, om zich door zijn geest te laten bezielen in woord en daad, naar een grote vrede toe.
Dat geloofsgegeven wordt uitgetekend in menselijke woorden, in een verhaal en dat verhaal is cultureel bepaald. Mattheus en Lucas doen het met een verhaal van de maagdelijke geboorte. Of we dat nu historisch verstaan of symbolisch begrijpen, is niet het punt.
Als we maar ten diepste gegrepen worden door het feit dat God bereikbaar en aanspreekbaar is. Als we maar durven open staan voor het feit dat God ook in ons leven zijn tent wil opslaan, zoals Hij in het leven van Maria ongevraagd en onverwacht zijn tent heeft opgeslagen.
Elke gelovige die daarvoor openstaat is een Maria in advent. Zij dragen een beetje zoals zij, god door deze tijd.
Ge merkt dat niet aan de buitenkant. Er is aan hen niets bijzonders te zien, want gelovigen zijn net als alle mensen onvolmaakt en onaf.
Maar van binnen draagt een gelovige reeds een andere vreugde, heeft hij een nieuwe hoop, een ander vooruitzicht en leeft hij in een geest van verzoening.
Zijn woorden zullen woorden zijn die herinneren aan die van Jezus, en zijn daden zullen daden zijn die geïnspireerd zijn door de daden van Jezus. In woord en daad wordt verzoening tot stand gebracht.
4e zondag in de advent A
A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars