4e zondag van de advent A - 2001

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Zusters en broeders,

We hoorden zojuist twee verschillende reacties op een uitnodiging van God. In de eerste lezing wil koning Achaz niet ingaan op het aanbod dat hem via de profeet door de Heer wordt gedaan. Hij weigert ruimte voor God en zijn toekomstvisioen. Hij vertrouwt alleen op zichzelf en op zijn eigen politieke inzichten. En daar heeft volgens hem Jahweh noch zijn profeet iets mee te maken. Jozef daarentegen reageert heel anders. Ook hij verkeert in een penibele situatie, niet politiek maar persoonlijk. Ook hij krijgt een goddelijke boodschap, niet door de profeet, wel in zijn droom. En anders dan Achaz zegt hij wel ja tegen God.

Nochtans, zusters en broeders, zijn ’neen’ zou zeker begrijpelijk geweest zijn. Want stel u maar eens in zijn plaats - en ik richt me hier iets meer tot de mannen dan tot de vrouwen: ge staat op trouwen, de datum is vastgesteld, de uitnodigingen zijn verstuurd, ge staat zelfs al in ’t parochieblad. En dan komt uw meisje u vertellen dat ze in verwachting is. En omdat ge een deftige vent zijt, weet ge heel zeker dat het niet van u is. Hoe zoudt gij u voelen, zo’n paar weken voor uw trouw? En stel dat ze dan ook nog een afkomt met een verhaal over de H. Geest. Ik denk dat ge dan pas goed kwaad zoudt worden, en dat ge haar met plezier nen H. Geest rond haar oren zoudt kunnen verkopen.

Dat is dus wat Jozef meemaakt. Mocht hij niet kwaad zijn? Natuurlijk wel. En waarschijnlijk is hij dat ook geweest, of op zijn minst heel triestig en ontgoocheld. Maar Jozef was een rechtvaardig man, staat er heel fijntjes in het evangelie. Dat betekent niet dat hij een sullige goedzak is, wel dat hij iemand is die leeft naar Gods woord en naar de joodse wet, en dat hij dus recht in zijn schoenen staat. Daarom beslist hij geen schandaal te schoppen, want zo zou hij Maria definitief tot de schande, en waarschijnlijk zelfs tot de dood hebben veroordeeld. De joodse wet was immers niet mals voor overspelige vrouwen. Dus geen kabaal, wel een scheiding in alle stilte, om Maria en haar kind nog een kans te geven op een menswaardig bestaan. Jozef kiest dus niet voor zichzelf, wel voor de ander. Ge moet het maar kunnen in zijn situatie.

En dan komt die droom. Een droom van God nog wel, die tot gevolg heeft dat Jozef helemaal afstand doet van zijn eigen gelijk en van zijn recht om neen te zeggen. In plaats daarvan zegt hij ja tegen God, en daardoor geeft hij een toekomst aan Maria, aan Jezus, aan de wereld, aan ons. En hier ziet ge meteen het grote verschil met koning Achaz. Die houdt God uitdrukkelijk op een afstand, hij wil Hem niet binnenlaten in zijn leven omdat hij dan rekening moet houden met Hem. Als ik niets vraag, kan Hij mij ook niets vragen, redeneert hij. Hij graaft zich in in zijn menselijke situatie, hij durft geen enkel risico nemen. Hij zweert bij wat is, en hij wedt alleen op zichzelf, niet op God.

Jozef reageert helemaal anders, niet omdat hij een dromer is, wel omdat hij een durver en een doener is. Hij durft afstand nemen van zichzelf en van zijn eigen gelijk. Hij durft ingaan op Gods uitnodiging om niet te kiezen voor zichzelf, maar voor verbondenheid met de ander. Zijn durf past helemaal in het thema van deze advent: verbonden leven met hen die in de problemen zitten. Ons niet opsluiten in onszelf, ons niet afsluiten voor de ander dichtbij en veraf, maar openstaan voor elkaar, en voor elkaar durven opkomen.

Welke weg kiezen wij, zusters en broeders? Die van Achaz? Zetten ook wij God op een beleefde manier buitenspel? zeggen ook wij: Neen, dank U, ik hoef U niet. We kunnen dat natuurlijk proberen, God uit ons leven bannen; er zijn er zoveel die het doen. De wereld zal daardoor niet vergaan en de hemel zal niet op ons hoofd vallen, maar de spankracht zal uit ons leven verdwijnen, omdat we niemand meer hebben die ons uitdaagt en ons tegelijk vooral ook draagt; omdat we, kort gezegd, onze eigen god willen zijn, zoals Achaz. Ons leven zal vlak worden, en zonder verbeelding, we zullen de aandacht verliezen voor elkaar, voor onze medemens, voor een echte toekomst, voor het leven zelf uiteindelijk. Ik mag er gewoon niet aan denken, aan zo’n kleurloos bestaan zonder inzet, zonder ziel, zonder God. Zouden we ons toch maar niet beter aan Jozef spiegelen? Hij durfde ja zeggen tegen God, en door die durf kreeg God de ruimte om in dat kind geboren te worden, en midden onder ons te wonen.

Laten we doen als hij, zusters en broeders. Laten we hier, bij deze vierde adventskaars, durven dromen van de geboorte van het Kerstkind. Dat onze durf groot genoeg mag zijn om dat Kind te laten geboren worden in ons leven, met alle vreugde maar ook met alle verplichtingen die dat met zich meebrengt. Dat onze durf mag zijn als die van Jozef: dat we dus ja durven zeggen, en daardoor geluk en vrede brengen. Dat we God in ons leven durven binnenlaten. Niet alleen hier, in de kerk, maar vooral buiten deze kerk, in het echte leven van elke dag. Pas als we dat durven, wordt het Kerstmis, voor iedereen. Amen.

Zoeken in Preken Online