Vanuit onszelf

A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Vanuit de gevangenis stuurt Johannes zijn volgelingen met zijn moeilijkheid door naar Jezus. Die moeilijkheid is niet alleen maar een vraag, het is een bezwaar, een klacht. Misschien niet zijn eigen klacht, maar in dat geval een bezwaar van zijn leerlingen. Terwijl hij in het donker van zijn kerker zit, en zijn leven aan een zijden draad hangt - die straks door een karakterloze vorst tijdens een feestje doorgesneden zal worden - loopt die Jezus met zijn goede nieuws maar buiten rond in de zon. Eigenlijk een schandaal.

Wat verwacht Johannes? Waarop hoop je in een gevangenis, als je een familielid als Jezus Vrij rond hebt lopen, die wonderen doet, op een trouwtje al dat water in wijn verandert, en voor de rest geen vinger naar je uitsteekt? Hij had zelf wel gezegd dat die Jezus zou moeten groeien en hij kleiner zou moeten worden, maar dit gaat nogal heel ver. Wellicht zijn we zo te menselijk aan het redeneren. Johannes is een profeet, en misschien dat hij niet eens in zijn eigen bevrijding geïnteresseerd is, maar alleen in die van de mensheid rondom hem. Wat er ook van zij, zijn vraag doet vermoeden dat er hem - of zijn volgelingen - iets dwars zit.

De wan die hij - Johannes - voorzegd had dat Jezus zou hante­ren om de mensheid te schiften, was niet gebruikt. Het zuiverende en ontsmettende vuur dat hij voorspeld had was uitgebleven. Met de bijl die aan hun wortels lag, was er geen enkele boom omgehakt. Dat hele machts- en krachtsvertoon waarvan hij voorspeld had dat het de hele zaak zou klaren - en waarop hij zo gehoopt had, dat hij er zijn hele leven voor op spel gezet had - was achterwege gebleven.

Wat was die Jezus aan het doen? Via zijn teruggekomen boodschappers krijgt hij zijn antwoord: ‘Blinden zien, lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en de armen wordt de blijde boodschap verkondigd.’ De blijde boodschap bestaat erin dat in al die door het leven gewonde vrouwen en mannen, kin­deren en jongeren, een nieuwe levenskracht opborrelt. Er is hun van binnenuit iets overkomen dat hen geraakt heeft. Het nieuwe leven is vanuit henzelf geboren. Daarom spreekt Jezus van al die onmoge­lijke contradicties; het zijn inderdaad de blinden die zien, de doven die horen en de stommen die spreken, de lammen die lopen, en de doden die leven.

Hoewel ook Johannes hen gewaarschuwd had dat ze zich in­nerlijk moes­ten bekeren, had hij voorzegd dat de verandering die Je­zus zou brengen eigenlijk van buitenaf zou komen. Hij zou met krachtige hand de mensheid schiften en scheiden, sommigen als kaf verbranden en anderen als graan opslaan. De redding zou komen door een soort deus ex machina.

Velen onder ons schijnen vaak nog steeds op die manier te denken, als ze zich afvragen hoe we ooit aan het einde van onze moeilijkheden kunnen komen. Als de kerkelijke leiding er nu maar eens iets aan deed. Trad de regering maar eens met krachtige hand op. Hadden we maar weer eens een krachtige leider of leidster. Hebben we eigenlijk geen dictator nodig om het allemaal weer eens recht te trekken? Als de politie er nu maar eens wat aan deed. Had­den we maar een afdoend strafrecht. Enzovoort…

Daarbij wordt steeds vergeten dat een echte ommekeer voor ons en voor de wereld alleen maar van binnenuit kan komen. Er is geen enkele andere oplossing. Een dergelijke verandering kan niet van buitenaf geforceerd worden. Dat soort van krachtsvertoon haalt niets uit. De hele mensenge­schiedenis met alle oorlogen, concentra­tie­kampen, en zelfs massagraven is daar een bewijs van. Een ware wedergeboorte is iets dat moet groeien vanuit de wortels in ons ei­gen leven, in het leven van onze families en van onze gemeenschap. Iedere ontwikkeling die niet van binnenuit begint en vanuit die wor­tels verder groeit is ten dode opgeschreven.

In een van zijn kerstpreken stelt de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart het zo: ‘Wat voor betekenis zou Jezus’ geboorte uit Maria voor mij hebben als Jezus niet uit mij geboren zou worden?’ Het antwoord dat hij op die vraag verwacht is duidelijk. Het zou niets voor me betekenen. Het nieuwe leven wordt dan ook vanuit ons ge­boren: ‘Aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd!’ En voor allen wie dat te langzaam gaat, voegt Jezus er aan toe: ‘Gelukkig is hij die aan mij geen aanstoot neemt!’…

Zoeken in Preken Online