In het Matteüs-evangelie wordt vijf keer over Johannes gesproken. En pas als je die vijf stukken aan elkaar legt, komt Johannes zo dicht bij je en wordt hij zo’n sympathieke, geweldige, menselijke mens dat je hem nooit meer kunt vergeten.
De eerste keer staat hij als een reus aan de Jordaan (Mt 3). Een onwrikbare rots. Mensen stromen naar hem toe. Want iedereen denkt: dit is de man die een eind kan maken aan alle ellende. Maar hij wijst van zich af. Hij zegt: nee, niet ik ben het, maar die na mij komt: Hij is het!
Dit is geweldig. Je ontmoet in je leven maar zelden een mens, die zo zelfvergeten is dat hij geen enkele eer voor zichzelf wil. Meestal schrijven mensen zichzelf dingen toe die een ander heeft gedaan, en maken ze carrière over de rug van een ander heen. Johannes niet. Hij cijfert zichzelf weg voor zijn grote vriend. Hij moet groter worden, ik kleiner. Geweldig, wat een mens.
De tweede keer (Mt 4). Johannes wordt gevangen genomen. Vanwege zijn getuigenis over zijn vriend. En wat gebeurt er? Jezus, zijn almachtige vriend voor wie hij alles opgeofferd heeft komt hem niet bevrijden. Integendeel. Er staat: toen Jezus hoorde dat Johannes gevangen was gezet nam hij de wijk naar Galilea.
Eigenlijk had Johannes toch wel iets anders mogen verwachten. Want is dit niet de grootste teleurstelling die je in je leven kunt ondervinden: iemand, voor wie je in vuur en vlam stond, voor wie je alles overhad, die je aanbad, vereerde, liefhad als geen ander: die iemand hoort dat je het moeilijk hebt, en zoekt een veilig heenkomen. Dat is om razend te worden, wanhopig, verbitterd. In de steek gelaten worden door je beste vriend, door een mens die je lief was boven alles, daar ga je kapot aan.
De derde keer (Mt 11). Dat is het stuk van vandaag. Johannes is nog steeds in de gevangenis. Hij hoort geruchten over de geweldige activiteiten van Jezus. Iedereen wordt blijkbaar door hem geholpen. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en ga maar door. Het lijkt wel of iedereen wordt geholpen op één na.
Ooit had Johannes gezegd met rotsvaste overtuiging: Hij is het, houd je maar vast aan Hem. Nu vraagt hij vertwijfeld: zijt Gij het, of hebben we een ander te verwachten? En hij krijgt als antwoord: Ja, iedereen wordt geholpen, en zalig is hij die geen aanstoot neemt aan Mij. Daar moet hij het mee doen. Iedereen wordt geholpen, behalve hij. Zo lijkt het wel. Dat is toch gemeen, dat is toch niet eerlijk? En dan nog dat zinnetje: zalig is hij die geen aanstoot neemt aan Mij. Dat doet al helemaal de deur dicht.
De vierde keer (Mt 14). Een luguber verhaal over zijn onthoofding. Er is niets meer van Johannes over. Een danseres springt rond met zijn hoofd op een schotel.
En tenslotte de vijfde keer (Mt 21). God dank: hier komt een oplossing, een antwoord. Het is als het ware een herdenking van Johannes, door Jezus zelf. Hier komt zijn grote betekenis aan het licht. Want Jezus zegt: ‘Tollenaars en zondaressen zijn door hem tot geloof gekomen’. Met andere woorden: de zin van zijn leven lag niet bij hem zelf, maar bij anderen.
Dat is ook het antwoord aan ons. Het is niet belangrijk hoe lang je leeft; wat je allemaal hebt bereikt; hoe gezond je bent; hoeveel je verdient. Het enige belangrijke is: wat heb je betekend voor anderen…
Johannes de doper
A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze