Is Hij het?

A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Verkeerde Johannes de Doper echt in twijfel? Vond hij het al­lemaal niet overtuigend genoeg? Nam hij aanstoot aan Jezus omdat hij van de Christus (of Messias) iets anders verwacht­te? Of wilde hij zijn eigen leerlingen in contact brengen met de Messias en zond hij ze daarom met een voorgekauwd vraagje naar Hem toe? Zo duidelijk is het allemaal niet. Er kwam ook geen klaar antwoord op zijn vraag. Jezus verwees alleen maar naar die werken waarvan de Doper blijkbaar al gehoord had. Niets nieuws dus, tenzij misschien de toege­voegde waarschuwing: ‘Gelukkig degene die geen aanstoot aan Mij neemt.’

Vaststaat dat velen van Jezus’ tijdgenoten de Messias ver­wachtten, maar over de vraag wat die dan zou komen doen, liepen de meningen heel sterk uiteen. Sommigen hoopten dat hij de Romeinse bezetter zou buitengooien. Anderen dachten dat de Messias eindelijk zou afrekenen met de zondaars onder het eigen volk. Voor weer anderen zou zijn komst gelijkstaan met het einde van de wereld. Het is dan ook niet verwonder­lijk dat men in Jezus niet meteen de Messias herkende. Hij­zelf stond trouwens huiverig tegenover die titel, vermoedelijk omdat die al te veel misverstanden opriep in zijn omgeving. Om zichzelf te verantwoorden verwees Hij naar de profeet Jesaja, en bijvoorbeeld niet naar Daniël. En ook uit Jesaja’s orakels maakte hij nog een selectie.

Men kan blijven dubben over de juiste historische toe­dracht van deze episode en, breder, over de vermoedelijk ge­spannen verhoudingen tussen de Doper en Jezus, of tussen hun beider leerlingenkring. Maar niets in de evangeliën staat er zomaar als historische anekdote. Het verhaal zelf zet ertoe aan na te denken over ónze verwachtingen ten aanzien van ‘de komende’. Is Hij het, of moeten wij een andere verwach­ten? Een passende vraag om mee naar Kerstmis toe te gaan. Dan zal namelijk gezegd worden: ‘Heden is u een Redder ge­boren.’ Maar is dit kind werkelijk de redder van de wereld? Zijn we werkelijk gered door iemand die wat blinden, lam­men, melaatsen en doven geneest, en af en toe een dode op­wekt? En die boodschap, aan armen verkondigd, is het finaal dat? Máár dat? Was keizer Augustus niet veel beter geplaatst om de gang van zaken in de wereld ten goede te keren, ook voor de armen? Zou een staatsman of een economist, of een groep grote geleerden en technici niet veel meer hebben kun­nen doen om het lot van de mensheid te verbeteren? Het klinkt misschien niet erg vroom, maar elke gezonde wester­ling zal, met of zonder woorden, ‘ja’ antwoorden. Dat Iemand weldoende rondgaat is natuurlijk goed. Maar redt men daar­mee de wereld? Kan dat echt volstaan? Dat is ónze aanstoot.

De Doper kreeg blijkbaar een standje: ‘Gelukkig degene die geen aanstoot aan Mij neemt.’ Jezus deed verder zoals Hij be­zig was, tot Hij voor iedereen een aanstoot zou zijn. Op Golgota. Hij zal blijkbaar altijd onze verwachtingen doorkrui­sen. De vraag: ‘Zijt Gij het die komen moet?’ kan het best beantwoord worden met een tegenvraag: ‘Wat verwacht gij van de Komende?’…

Zoeken in Preken Online